Opmaat voor Gergjev-festival in Rotterdam

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valery Gergjev m.m.v. Anna Netrebko, sopraan. Programma: S, Prokofjev: Zesde symfonie; Moessorgski/Denosv: De kinderkamer; Debussy: La mer. Gehoord: 28/8 De Doelen Rotterdam.

Valery Gergjev en zijn Rotterdams Philharmonisch Orkest openden woensdagavond het Rotterdamse muziekseizoen met een concert dat een voorafschaduwing was van het snel naderende hoogtepunt van het Rotterdamse seizoen: het Gergjev Festival. Het is te hopen dat dan ook Rotterdam eens ontdekt wat voor werelddirigent het eigen orkest heeft. Terwijl elders ter wereld de muziekliefhebbers massaal naar hem toestromen stond Gergjev in De Doelen voor een slechts half gevulde zaal.

Debussy en Prokofjev, twee van de drie componisten aan wie het festival in september is gewijd, stonden nu al op het programma. Alleen Strawinsky, de derde festivalcomponist, ontbrak nog, maar zijn Vuurvogel klinkt woensdag in De Doelen bij een concert, waarop Alexander Toradze het Tweede pianoconcert van Prokofjev verolkt. Beide concertprogramma's worden vervolgens gespeeld in Birmingham, Londen (Proms) en Athene.

Voor de Zesde symfonie van Prokofjev, waarmee het concert begon, heeft Gergjev een bijzondere voorliefde.

De dirigent vertelde deze week dat hij eens in New York midden op straat op bijna agressieve wijze werd staande gehouden door een bewonderende muziekliefhebber die hem het werk via de radio had horen dirigeren tijdens het Holland Festival.

Het idioom van de Zesde symfonie uit de jaren 1945/'47 lijkt op dat van Bartók en is veel minder extreem dan Sjostakowitsj. Gergjev gaf in een sterke en zeer geconcentreerde uitvoering veel aandacht aan de nuances in de ingehouden, maar des te intensere spanning, die uitloopt op overweldigend stralend afgesloten Vivace.

De jonge Russische sopraan Anna Netrebko gaf een hartveroverende uitvoering van Moesorgski's liederencyclus De kinderkamer, zowel vocaal als in gebaar, houding en mimiek op treffend onbevangen en naïeve wijze uitgebeeld. Debussy's La mer werd door Gergjev juist op niet-beeldende wijze gespeeld. Hij vatte nu, anders dan ik hem eens in St. Petersburg met zijn Kirov-orkest hoorde doen, de golvingen op als een puur muzikale beweging: geen zeeschilderij waar het water vanaf spat, maar abstracte, absolute muziek, die zeer muzikantesk werd uitgevoerd. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest, dat al twee keer bij de Nederlandse Opera Pelléas et Mélisande begeleidde, is tenslotte in ons land het meest ervaren Debussy-orkest.