Op het virtuoze gericht

Joseph Brodsky, Triton, gedichten 1985-1994. Vertaling Peter Zeeman. Uitg. De Bezige Bij, 58 blz. ƒ 29,90.

In Triton heeft Peter Zeeman een ruime keuze uit Brodsky's latere poëzie bijeengebracht en zeer mooi en liefdevol vertaald, zodat de Nederlandse lezer te zamen met De Herfstkreet van de Havik een vrij volledig overzicht heeft van een van de opmerkelijkste dichterlijke oeuvres van deze tijd. Brodsky's werk vertoont een gestage, maar zeer geleidelijke ontwikkeling zonder grote schokken of plotselinge omwentelingen, maar ook zonder stilstand. De gedichten in Triton zijn onmiskenbaar Brodsky, maar toch met even onmiskenbaar nieuwe elementen. Geleidelijk is de vorm van zijn gedichten losser geworden, geen klassieke vier- of vijfvoetige jambes meer, maar een vrij metrum met regels van ongelijke lengte en halfrijm in plaats van volrijm. De gedichtencyclus - Brodsky's favoriete vorm - ontbreekt, maar de voorkeur voor tamelijk lange gedichten is gebleven net als Brodsky's vaste thema's, aardrijkskunde en geschiedenis, met een onontwarbare vermenging van het persoonlijke en het algemene en van humor en melancholie. De belangrijkste verandering is, lijkt mij, de toon. Deze is minder uitbundig en op het virtuose gericht, ik zou bijna zeggen ernstiger, waarbij wel moet worden bedacht dat voor Brodsky humor de hoogste vorm van ernst is. Een goed voorbeeld is een kort gedicht met de opmerkelijke titel Ter nagedachtenis aan mijn vader: Australië. Elk op zich zijn de twee componenten van de titel tamelijk gewoon, maar in combinatie? De oplossing is trouwens niet zo bizar: de dichter droomt dat zijn vader nog leeft, naar Australië is geëmigreerd en hem nu opbelt. Het is een mooi gedicht dat heel ontroerend is, maar ook zo vol geestige details dat de lach en de traan bij de lezer om voorrang strijden.

Mijn eigen favoriet is Kappadocië, waarin een veldslag in de oudheid wordt beschreven ter verovering van de streek uit de titel in Klein-Azië. De veldslag is zinloos, wie er wint is niet van belang, althans niet voor ons: 'Geschiedenis is immers het wrijven/ van het vergankelijke langs dat wat altijd zal blijven./ Van een lucifer langs zwavel, van een droom/ langs de werkelijkheid, van een leger langs een landstreek.'

Alleen het landschap heeft profijt van deze slag en wel om een typisch Brodskiaanse reden: de bergen kunnen eindelijk zichzelf aanschouwen, 'en profil of en face', in de blinkende spiegels van schilden en helmen en zelfs het gras 'dat nooit de kans heeft gehad zichzelf te zien', kan dat gemis nu inhalen in de scherven van de beide legers.

Triton is een buitengewoon sterke bundel die voor wie het nog niet wist weer eens aantoont dat Brodsky op het moment van zijn overlijden nog lang niet uitgeschreven was. Op het hoogtepunt van zijn scheppingskracht heet dat dan, maar een hoogtepunt suggereert ook dieptepunten en die zijn er in Brodsky's werk nauwelijks te vinden.