Nederland snelt vooruit op rest van Europa

AMSTERDAM, 30 AUG. Hij valt weg tegen de economische groei van 4,8 procent die de Verenigde Staten in het tweede kwartaal van dit jaar hebben doorgemaakt. Voor de meeste Aziatische landen zou het cijfer zelfs een teken zijn van dreigende stagnatie. Maar met de economische groei van 2,8 procent die het Centraal Bureau voor de Statistiek gisteren bekendmaakte over het tweede kwartaal, gaat Nederland op dit moment stevig aan kop in Europa.

De gerapporteerde groei van 2,8 procent in Nederland komt na een ook al meevallende economische expansie in het eerste kwartaal, met 1,8 procent op jaarbasis. Samen geven ze een groei van 2,3 procent in het eerste halfjaar vergeleken met een jaar geleden. Daarmee is de Nederlandse economie voor de tweede maal in drie jaar overeind gebleven temidden van een recessie in de ons omringende landen.

De prognoses voor de groei in geheel 1996 zijn inmiddels opgeschroefd. Waar België, Frankrijk en Duitsland het in 1996 zulllen moeten doen met een economische groei van rond de 1 procent, zal het cijfer voor Nederland minstens het dubbele bedragen. Het Centraal Planbureau heeft zijn raming al verhoogd tot 2,5 procent. En de banksector gaat soms al verder. De Amerikaanse bank J.P. Morgan heeft zijn raming voor de Nederlandse groei in het lopende jaar al opgeschroefd tot 2,8 tot 2,9 procent, zo deelt analist C. Lindholm mee. De meevallers voor bijvoorbeeld de overheidsbegroting die het halen van zo'n economisch groeipercentage al dit jaar met zich meebrengt zijn van een orde van grootte die Den Haag zich nog een jaar geleden niet had durven dromen.

Waar komt het verschil met de ons omringende landen vandaan? De economische groei in Nederland wordt nu al drie kwartalen achtereen opgestuwd door de hoge bestedingen van consumenten. Die consumptieve bestedingen namen in het eerste halfjaar toe met 2,9 procent. Dat houdt verband met de toegenomen werkgelegenheid. Ook al stijgen de lonen nog steeds niet of niet veel boven de kosten van het levensonderhoud, de nog steeds aantrekkende werkgelegenheid zorgt er voor dat de totale loonsom over de gehele breedte doorstijgt. Bovendien is er nog het spaar- en kredietraadsel uit het eerste halfjaar: de spaargelden nemen toe, maar ook de kredieten. Het heeft er alle schijn van dat de vermogensstijging, in de vorm van de gestegen aandelenkoersen op de financiële markten en vooral die van het woningbezit, in de eerste helft van dit jaar ten gelde zijn gemaakt. Niet door verkoop van het bezit en vervolgens opstrijken van de vermogenswinst, maar door op basis van het gestegen vermogen meer te lenen.

Het verschil met Duitsland, Frankrijk en België zit ook in de overheidsfinanciën. Nederland voldoet al dit jaar, en naar het zich laat aanzien zelfs ruimschoots, aan het toetredingscriterium van een maximaal begrotingstekort van drie procent van het bbp voor de Economische en Monetaire Unie. De landen om ons heen moeten hun burgers, en dus hun consumenten, zwaar op de proef stellen om het begrotingstekort ook maar in de richting van drie procent te laten dalen. Die maatregelen trekken een zware wissel op de consumptie.

En dan is er nog de loonmatiging die de concurrentiepositie van het bedrijfsleven duurzaam heeft verbeterd. De officiële werkloosheid is in Nederland nu de helft van die van het gemiddelde van Frankrijk, België en Duitsland - hoewel de tellingen van werkloosheid onderling wel verschillen. Nieuwe gegevens van het Amerikaanse Office of Labour Statistics laten zien dat met name de Nederlandse loonmatiging in de tweede helft van de jaren tachtig nu zijn vruchten afwerpt. Door er toen eerder dan de buurlanden mee te beginnen is een duurzame voorsprong genomen, ook al geldt voor bijvoorbeeld Frankrijk dat de loonkosten per eenheid produkt daar sinds 1990 minder snel zijn gestegen dan hier. Duitsland ligt bij de loonkostenontwikkeling al meer dan tien jaar op Nederland achter.

De combinatie van draconische overheidsbezuinigingen en hoge werkloosheid maakt dat de binnenlandse bestedingen in de buurlanden niet als aanjager van de economie kunnen fungeren. Dat die situatie snel verandert, is ook voor de Nederlandse economische vooruitzichten van belang.

Het vertrouwen van consumenten, de boordeling van de eigen financiële situatie en de bereidheid duurzame consumptiegoederen aan te schaffen spelen een flinke rol bij de huidige binnenlandse bestedingsgolf. Peilingen door het CBS geven aan dat deze factoren zich ook in het lopende derde kwartaal gunstig ontwikkelen. Maar de tijd komt dichterbij dat de export de fakkel van de binnenlandse bestedingen zal moet gaan overnemen als aanjager van de economische groei, voordat de bestedingen inzakken. En dat betekent dat de economie bij de belangrijkste handelspartners, en dus vooral in Duitsland, snel zal moeten aantrekken.

In de timing daarvan zit het verschil tussen de economische ramingen voor de tweede helft van het jaar. Een te laat Duits herstel drukt straks ook de exportsector in Nederland. Die tekenen voor een Duits herstel zijn er. Na een negatieve groei in het eerste kwartaal, en een economische groei van 1 procent in het tweede kwartaal, wordt een verdere verbetering in de rest van 1996 verwacht. Als dat uitkomt, kan Nederland op weg naar een minstens zo hoog economisch groeipercentage in 1997 als in het huidige jaar. Alleen de Europese voorsprong op de buurlanden zal in dat geval wegvallen. Het zal, anders dan in België, Frankrijk en Duitsland, voor de Nederlandse economie volgend jaar niet meevallen hoge groeipercentages te laten zien ten opzichte van het gunstige hersteljaar 1996.