Morris zelfs in Witte Huis zeer omstreden

CHICAGO, 30 AUG. Weinig Amerikanen kenden Dick Morris (48), de vooraanstaande politieke adviseur van president Clinton, voor gisteren bekend werd dat hij woensdagavond laat is afgetreden in verband met een seksschandaal. Maar in politieke kringen was hij befaamd, om niet te zeggen berucht. Als zelfstandig politiek adviseur werkte hij de afgelopen twintig jaar afwisselend voor Democraten en Republikeinen, zowel voor gematigde als voor uiterst conservatieve politici.

Het leverde hem een reputatie op van beginselloosheid en cynisch opportunisme.

Zelfs in het Witte Huis was Morris, die als extern adviseur van Clintons verkiezingscampagne geen regeringsfunctie bekleedde, uiterst omstreden. Vooral de medewerkers van de president met linkse, traditioneel Democratische ideeën zagen met lede ogen aan hoe Clinton op advies van Morris steeds verder opschoof naar rechts. Maar Clinton, die Morris kent sinds zijn eerste campagne voor het gouverneurschap van Arkansas, in 1977, nam hem in bescherming tegen kritiek.

Op het dieptepunt van zijn presidentschap, na de enorme nederlaag van de Democraten bij de Congresverkiezingen van 1994, schakelde Clinton Morris in. Met succes lanceerde Morris de strategie die hij triangulation noemde: de president moest afstand nemen van typisch Democratisch beleid, sommige Republikeinse ideeën overnemen en zich zo tussen, en zo mogelijk boven, de twee partijen opstellen. Onderscheidde Clinton zich in de eerste helft van zijn ambtstermijn met onder meer plannen voor een ziektekostenverzekering voor alle Amerikanen en openstelling van het leger voor openlijke homoseksuelen, in de tweede helft beloofde hij de begroting in balans te brengen, pleitte hij voor schooluniformen, de traditionele waarden van het gezin en stemde hij in met een drastische beperking van de bijstand.

Als architect van die politieke koerswijziging, die ten grondslag ligt aan Clintons huidige campagne, was Morris voor Clinton van groot belang. “Dick Morris is mijn vriend en een voortreffelijke politieke strateeg”, stelde de president gisteren in een verklaring in reactie op Morris' plotselinge aftreden. “Ik ben dankbaar, en zal altijd dankbaar zijn, voor zijn grote bijdrage aan mijn campagne en het waardevolle werk dat hij de afgelopen twee jaar voor mij gedaan heeft.”

Als adviseur van Clinton cultiveerde Morris een imago van geheimzinnigheid. Interviews gaf hij vrijwel nooit. Doorgaans kwam hij één keer in de week uit Connecticut naar Washington, voor de belangrijke wekelijkse vergadering in het Witte Huis waarop de president met zo'n twintig naaste adviseurs de laatste opiniepeilingen en zijn politieke strategie besprak. Op die bijeenkomsten, die meestal op woensdagavond worden gehouden in het privé-gedeelte van het Witte Huis, zat Morris aan Clintons rechterhand (en vice-president Gore aan Clintons linkerhand). Op deze vergaderingen, waarbij aanvankelijk alleen Clinton, Morris en een handvol medewerkers aanwezig waren, ging het uitstippelen van regeringsbeleid hand in hand met het uitstippelen van de verkiezingscampagne.

Maar de afgelopen maand trad Morris iets meer in de openbaarheid. Aan The Wall Street Journal, die hem in een hoofdartikel De Raspoetin in het Witte Huis heeft genoemd, gaf hij een schriftelijk interview. Dezelfde krant schreef dinsdag overigens al dat de invloed van Morris tanende was.

Morris werkte mee aan een omslagartikel van het weekblad Time, dat deze week verscheen met als kop De Man die Clintons Oor Heeft. De publicatie van het stuk, en de prominente rol die erin aan Morris wordt toegeschreven, irriteerde veel andere adviseurs van Clinton.

Het Witte Huis benadrukt dat Clinton altijd van veel verschillende mensen advies inwint om vervolgens zijn eigen plan te trekken: in sommige gevallen volgde hij Morris' advies, in andere gevallen verwierp hij het. Zo zou Morris vergeefs hebben gepleit tegen de confrontatie met de Republikeinen, die het afgelopen jaar twee keer leidde tot de sluiting van het overheidsapparaat en die zo'n harde slag toebracht aan de populariteit van Newt Gingrich. Ook zou Morris erop hebben aangedrongen dat Clinton op de avond van de Israelische verkiezingen, toen het er nog op leek dat Shimon Peres als winnaar uit de bus zou komen, al naar buiten zou treden met een felicitatie voor zijn favoriet.

Morris groeide op in New York, waar hij op twaalfjarige leeftijd al foldertjes verspreidde voor John F. Kennedy. Als politiek adviseur werkte hij onder meer voor Republikeinen als gouverneur Pete Wilson van Californië, meerderheidsleider in de Senaat Trent Lott en de conservatieve senator Jesse Helms van Noord-Carolina.

Toen Clinton na zijn eerste termijn als gouverneur van Arkansas in 1980 door de kiezers naar huis werd gestuurd, hielp Morris hem twee jaar later weer gekozen te worden na een campagne waarin Clinton, net als in deze campagne, opschoof naar de Republikeinen. Toen Clinton twee jaar geleden weer een beroep op Morris deed, hield hij dat eerst geheim voor zijn medewerkers omdat hij hun argwaan jegens de controversiële Morris kende. Hij duidde hem aan met de codenaam Charlie, die ontleend zou zijn aan de televisieserie Charlie's Angels uit de jaren zeventig, waarin een onzichtbare chef via een luidspreker drie vrouwelijke detectives zijn opdrachten geeft.