Minister roept 16-jarigen op voor polio-inenting

DEN HAAG, 30 AUG. Minister Borst (Volksgezondheid) wil zestienjarigen die niet of niet voldoende zijn ingeënt tegen polio in de toekomst een herhalingsoproep sturen. Belangrijkste aanleiding daarvoor was een polio-epidemie in 1992 die destijs twee doden tot gevolg had. Borst schrijft dit in een brief die gisteren aan de Tweede Kamer is verzonden.

Volgens de Gezondheidsraad is nu 93 procent van de bevolking gevaccineerd tegen de verlammingsziekte. Het aantal gevaccineerden is de laatste jaren iets teruggelopen. Om risiso's voor een nieuwe epidemie verder terug te dringen moet volgens de raad de vaccinatiegraad worden vergroot. Daartoe zullen eerst op regionaal niveau enkele proefprojecten worden uitgevoerd.

De meeste mensen die niet tegen polio zijn ingeënt wijzen een vaccinatie om principiële redenen, bijvoorbeeld wegens een godsdienstige overtuiging, af. Waarschijnlijk ligt de vaccinatiegraad onder kinderen van immigranten ook iets lager dan het landelijk gemiddelde. Dat wordt nog onderzocht.

Het kabinet voelt er niet voor om een verplichte vaccinatie tegen polio in te stellen. De voorkeur wordt gegeven aan het geven van een goede voorlichting. Minister Borst wil zich vooral richten op de groep van zestienjarigen omdat op grond van de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst zij zelfstandig kunnen beslissen of ze zich laten inënten.

Ten tijde van een epidemie is volgens Borst een oraal poliovaccin het meest voor de hand liggende middel. Het is dan zaak de circulatie van het virus zo snel mogelijk terug te dringen. Dat gaat bij het orale middel zesmaal zo snel als bij injecties. Voor gewone vaccinatie-programma's is het orale middel volgens Borst niet gewenst omdat de kans op terugkeer van de ziekte groter is.