Het is ook helemaal Picasso; De verzameling van Jan Wolkers

“Dit is een houten Basong-masker van zo'n honderd jaar oud. Kijk eens naar die geometrie: het gezicht is gewoon een cirkel met verticale strepen erop. Het is bijna architectuur, die strepen zijn als zuilen. Maar er zitten ook twee ronde ogen in, en dan kijkt je toch een beest aan. 'Dit ben ik en dat zijt gij', zegt het, net als in het gedicht van Hendrik de Vries. En je ziet, het is ook helemaal Picasso.”

De etnografische verzameling van Jan Wolkers is over het hele huis verspreid. In de zitkamer wordt een wand in beslag genomen door drie manshoge Asmat-schilden, beschilderd met krachtige, symmetrische motieven in wit, roodbruin en donkergrijs. Eronder staat een tweeëneenhalve meter lange spleettrom uit Noord-Nieuw-Guinea, gemaakt van een boomstam, het oppervlak kunstig met schelpen uitgesneden.

Langs de trap naar de bovenverdieping hangen nog meer schilden, onder andere een Omegge-schild met een gevlochten rand van riet. De ragfijn bewerkte punt van een houten prauw steekt bovenaan het trapgat de ruimte in. Aan een slaapkamerwand grijnst een zwartleren masker, het heeft de snavel van een casuarisvogel, een baard, en dotjes zwart mensenhaar bovenop de kop. Dit masker is afkomstig uit het Sepikgebied, ook in Nieuw-Guinea. Volgens Wolkers lag het brandpunt van de kunst in de negentiende eeuw niet in West-Europa, maar in Nieuw-Guinea.

Uit een kast haalt Wolkers een leren jas die ooit toebehoorde aan een Nigeriaans stamhoofd en die hij 'nog eens aan Mohammed Ali had willen geven'. Het kledingstuk is bezaaid met amuletten, met stukjes leeuwenhuid, muntjes, kleurige stukjes leer. Tegenwoordig verzamelt Wolkers niet meer. In de loop der jaren heeft hij ook het een en ander weer verkocht, bijvoorbeeld een ovalen masker uit de Papoea-golf dat zijn zoons angst aanjoeg.

In zijn atelier werkt Wolkers aan grote, monochrome schilderijen. De kleurvlakken zijn opgebouwd uit ontelbare vlekjes in zachte tinten, lichtgroen, zachtblauw, lila, lichtvlekjes bijna, met groot geduld op het doek gezet. “Mijn werk van nu heeft minder verband met die etnografische dingen dan vroeger. Wat ik nu doe komt voort uit mijn vroegste herinneringen, ik zoek in mijn werk naar evenwicht, rust. Het heeft te maken met het ouder worden. Ik zou wel weer emotionele kunst kunnen maken, me er helemaal instorten, maar dat wil ik niet meer. Het huiveringwekkende, dramatische zoek ik niet langer. Die primitieve objecten hebben een sterke emotionele lading. Toch hebben die volkeren ook dingen gemaakt waar Mondriaan veel van had kunnen leren.”

    • Janneke Wesseling