Helle in de ban van Rosa Luxemburg

Klaus Kordon, De rode matrozen. Vert. Els van Delden, Uitg. Van Holkema en Warendorf, 400 blz. Vanaf 14 jaar. ƒ 39,90

'En hoeveel kost een arm?', vraagt Helle Gebhart plompverloren, midden tijdens een rekenles. In 1918, aan de vooravond van de Novemberrevolutie, maakt een Berlijnse schooklas braaf 'redeneersommen', sommen verpakt in een verhaaltje. Ze gaan niet over onschuldige dingen, zoals een pot knikkers of een boer met een bepaalde hoeveelheid kippen, maar over de veldslagen tijdens de Eerste Wereldoorlog: 'Frankrijk verloor in Champagne tijdens de winterveldslag 45.000 van de 180.000 soldaten. Hoeveel procent is dat?'

Sinds zijn vader minus een arm terugkeerde van het front gelooft de dertienjarige Helle niet langer in deze sommen, noch in het Duitse leger, de roem van het soldatenleven of het nut van de oorlog. Voor hij het weet maakt hij als koerier deel uit van de Spartakisten, die een revolutie willen ontketenen om de dromen van hun leiders Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht te verwezenlijken. Dan zal iedereen misschien eindelijk kunnen eten en denken wat hij wil.

Helle Gebhart is de hoofdpersoon van het eerste deel van de trilogie van de Duitse schrijver Klaus Kordon (geboren in 1943 in oostelijk Berlijn). Aan de hand van de lotgevallen van het straatarme arbeidersgezin Gebhart vertelt hij over de keerpunten in de Duitse geschiedenis in de eerste helft van deze eeuw. Doordat Kordon kiest voor het gezichtspunt van een jongere, die probeert te doorgronden wat er om hem heen gaande is, wordt de complexe politieke en sociale situatie inzichtelijk voor jongeren van nu.

In Nederland verschenen aanvankelijk alleen deel twee, Met je rug tegen de muur en deel drie, De eerste lente. Beide boeken werden bekroond met een Zilveren Griffel en nu is uitgever Van Holkema en Warendorf er dan toe overgegaan ook het eerste deel, De rode matrozen, te laten verschijnen. Het lijkt een wat onhandige volgorde, maar de laatste delen van de reeks, respectievelijk over de opkomst en de neergang van Hitlers rijk, zijn door de aanwezige voorkennis van het nationaal socialisme voor Nederlanders meer invoelbaar en makkelijker te begrijpen.

De chaos van door elkaar wemelende sociaal-democraten in 1918 (de Spartakusbond, de SPD en de USPD), waar het in De rode matrozen om draait, is voor de Nederlandse lezer moeilijk te volgen. Toch blijft het boek boeien, dankzij Kordons meeslepende verteltrant en de verklarende woordenlijst. Zeker als je de andere delen van deze trilogie al kent, is de inspanning de moeite waard. Want al laten de boeken zich uitstekend los van elkaar lezen, in dit eerste deel worden keuzes die de personages in de laatste twee boeken maken, inzichtelijk. Zo is het opeens begrijpelijk dat Helles zus Martha in deel twee kiest voor een verhouding met een nazi, voor wie weet dat zij op haar vijfde eindeloos pantoffels in moest pakken op een tochtige zolder.

Doordat Kordon net als in de andere delen in De rode matrozen veel mensen met hun verschillende keuzes en beweegredenen ten tonele voert, die allen leven in en rond straat waar Helle woont, ontstaat een genuanceerd beeld van wat 'goed' en 'fout' is. Het is verwarrend om ineens te begrijpen waarom iemand zich aansluit bij niets of niemand ontziende communisten dan wel fascisten. Duidelijk wordt hoe een situatie je kan dwingen, hoe jong je ook bent, partij te kiezen, zelfs als je dat liever zou laten.

Al laat de vertaling net als in de voorgaande delen te wensen over (van gejuich wordt geheel ten overvloede opgemerkt dat het 'enthousiast' is) en doet Kordons stijl soms denken aan een streekroman ('de wind rukt de laatste bladeren van de bomen, jaagt ze door de straten, speelt ermee'), toch is De rode matrozen een van de indringendste historische jeugdromans van de laatste jaren.

Of het waar is, dat door dit soort boeken het heden begrijpelijk wordt en van de toekomst een beeld ontstaat, zoals Kordon in zijn nawoord stelt, valt te betwijfelen. Wel wordt enigzins duidelijk hoe het is om altijd bang te zijn en toch te durven hopen op betere tijden. Voor de lezer is vooral dat laatste tergend, want aan het slot van de twaalfhonderd bladzijden van de trilogie marcheren de Russen door Berlijn en gelooft een groot deel van Helles familie en vrienden in het heil dat zij zullen brengen.