Ezels zijn niet achterlijk

Ezelopvang-, informatie- en adviescentrum annex museum: Stationsstraat 25, Eext. tel. 0592 263470

“Garmien!” Eigenaar Joop van Turnhout uit het Drentse Eext hoeft één van zijn drie ezels maar één keer te roepen. Garmien (24) komt na een kort gebalk op haar dooie akkertje uit de hoek van een weiland aangesjokt. In haar voetspoor volgen haar makkers, Harriët (22) en Trottie (19). De Corsicaanse ezels begroeten hun baas en blijven daarna doodstil staan. Slechts hun lange, fluwelen oren draaien voortdurend heen en weer. “Ze horen alles”, weet Van Turnhout, die Garmien over haar hals aait. “Ze herkennen je en hechten zich aan je. Ezels willen vertroeteld worden. Daarom ga ik dagelijks een paar keer met ze wandelen. Ze lopen trouw achter me aan.”

De hardnekkige vooroordelen over ezels kloppen van geen kant, onderstreept Van Turnhout. Het negatieve imago (dom en koppig) is onterecht. Hij heeft ontdekt hoe “lief, mooi en vooral slim” ezels zijn, toen hij vier maanden geleden vier exemplaren opnam. De dieren waren afkomstig van een oude kunstschilder die naar een verpleeghuis ging. De intelligentie verwart de leek met koppigheid, beweert hij. “Als een ezel niet wil lopen, doet hij dat ook niet. Ze hebben een eigen wil.” Hun baas leren ze snel (her)kennen. “Als ik 's morgens de stal in kom steekt Garmien haar linker voorpoot op alsof ze me wil groeten”, glimlacht hij. Ezels zijn bepaald niet achterlijk. “Mensen hebben een raar beeld van het dier. Wist je dat een ezel onthoudt als iemand hem bijvoorbeeld een klap geeft? Zelfs al is het een paar maanden geleden, dan nog kun je rekenen op een beet of een trap.”

In Van Turnhouts woonboerderij werd vorige maand een nationaal ezelopvang-, informatie- en adviescentrum annex museum (toepasselijk IA-genoemd) geopend. Met de ingebruikneming van het nieuwe opvangcentrum ziet de Stichting Opvang Ezels (SOE, ongeveer 450 leden) die zaterdag haar tienjarig bestaan viert, een wens in vervulling gaan.

Van Turnhout zag enkele maanden geleden bij toeval dat er in een televisieprogramma een opvangadres werd gevraagd voor de vier ezels van de kunstenaar. Daarna zocht hij contact met de SOE, die adoptie-ouders of tijdelijke pleeggezinnen zoekt en een eigen opvangcentrum wilde oprichten. Van het één kwam het ander en binnen enkele maanden was het plan rond om een deel van de woonboerderij om te toveren in museum en voorlichtingscentrum.

Ezels kunnen heel oud worden, in Nederland tussen de 35 en 40 jaar. “Dat betekent dat ze in hun leven vaak twee eigenaren hebben”, licht de Drent toe. “Als mensen van in de vijftig een ezel nemen en op den duur kleiner gaan wonen of zelf niet meer voor de dieren kunnen zorgen, moeten ze weg.”

Niet zelden komt het voor dat eigenaren van de beesten afwillen na een ondoordachte aanschaf. Een ezel als huisdier nemen wordt steeds meer een modeverschijnsel, constateert Van Turnhout spijtig. “Als mensen op paarden zijn uitgekeken nemen ze maar een ezel. Die heeft minder verzorging nodig, denken ze.” Een misvatting, legt hij uit. “Het klopt dat je niet per se op een ezel hoeft te rijden en je hoeft hem ook minder vaak te borstelen. Maar hij heeft veel ruimte en aandacht nodig en je moet er goed op letten of hij niet te veel eet.” Jaarlijks komen er naar schatting tussen de tien en twintig dieren op straat te staan. Die middag verwacht hij een vierde ezel, afkomstig van een echtpaar dat gaat verhuizen naar een kleinere woning.

Van Turnhout, zijn vrouw en twee zoons zijn inmiddels verslingerd geraakt aan de paardachtige dieren. De familie verzamelt alles over de dieren: foto's, plaatjes, beeldjes, snuisterijen, boeken. In de kamer van de woonboerderij staan zilveren, stenen en houten ezelsbeeldjes en een fles 'ezelsbier', en 'ezels'(rode) wijn. Op een verdieping van de boerderij komt een speciale ruimte waar video's en dia's over de ezel en zijn verzorging vertoond gaan worden. Daarnaast kan de bezoeker tientallen snuisterijen bekijken die de leden van de stichting in de loop der jaren hebben verzameld. “Overal vandaan, pure kitsch, maar wel leuk”, aldus Van Turnhout. Opvallend is een ezelsfoetus die in een glazen pot op sterk water staat. De wandbordjes, munten, stickers, mokken, tassen, puzzels, jeugdboeken, tegels en affiches liggen nog op de grond en in dozen. Misprijzend pakt Van Turnhout een affiche van de Haagse Tram Maatschappij waarop de leus “Zwartrijden is zóóó dom”, prijkt, met daarop de afbeelding van een ezel. De familie Van Turnhout zal als gastgezin fungeren voor verwaarloosde of dakloze ezels. Op den duur zal er plaats zijn in de stallen voor maximaal 20 dieren. Na enkele dagen of weken worden ze vervolgens bij een nieuwe eigenaar geplaatst.

In februari overleed één van de vier ezels van de Van Turnhouts op de respectabele leeftijd van 32 jaar. Van ouderdom, zegt Van Turnhout. Het dier raakte verlamd en uiteindelijk kreeg het een spuitje. Het viel hem op hoe de drie andere ezels geraakt waren door de dood van hun metgezel. “Toen ik hem weghaalde hielden ze hun kop naar beneden. Ze waren totaal van slag en hadden vochtige ogen die ik nog schoon heb moeten maken. Ze waren van hun geboorte af bij elkaar geweest.” Van Turnhout hoopt dat zijn museum/opvang- en infocentrum de vele vooroordelen over de ezel zal wegwerken. Verder hoopt hij dat hij via voorlichting mensen zal weerhouden van een te snelle aanschaf. “Dat proberen we te voorkomen. Laatst had ik een man aan de lijn die zijn kleinzoon voor de gein een ezel cadeau wilde doen. Die jongen woonde nota bene in een rijtjeshuis. Zo gaan we niet met dieren om, heb ik gezegd.”