De droom van Zwarte Eland

John G. Neihardt, Zwarte eland spreekt. Verhalen en visioenen van de laatste ziener der Oglala-Sioux, Uitg. Bijleveld, 240 blz., ƒ 34,90

Robert Bosnak, Sporen in de wildernis van dromen. Uitg. Lemniscaat, 207 blz., ƒ 34,50

Tussen het einde van de Amerikaanse Burgeroorlog (1865) en het einde van de eeuw nam de druk op de 'frontier' in het Westen toe. Soldaten, boeren, goudzoekers en pelsjagers, alles stroomde naar de uitnodigende prairie waar niets de ondernemende pionier in de weg stond. Niets behalve de Indianen. De strijd tegen de Sioux, de Cheyenne en de andere stammen op de Grote Vlakten tussen Mississippi en Rocky Mountains, vormen een legendarisch hoofdstuk in de geschiedenis van het moderne Amerika. De trek naar het westen is bezongen als de stichting van een beschaving en verguisd als de moord op een volk. In ieder geval stierf het verzet van de Indianen met de paar honderd ongewapende Sioux die in 1890 door het leger in Wounded Knee werden geliquideerd.

Zwarte Eland (1863-1950), geboren toen deze Indianen-oorlog uitbrak, nam zijn eerste scalp in de strijd aan de Little Big Horn in 1876, de laatste keer dat een blank leger door de Indianen verslagen werd, en maakte ook het bloedbad van Wounded Knee mee. Om die reden ondervroeg in 1931 de schrijver John Neihardt hem over zijn belevenissen.

Maar Zwarte Eland was niet alleen ooggetuige van het laatste verweer, hij was ook op een andere manier een 'ziener' onder de Sioux. Zwarte Eland had een 'machtig visioen', een droom die hem op zijn negende jaar, tijdens een ziekte, bezocht en die hem zijn hele verdere leven heeft achtervolgd. In de droom reisde de jongen naar de voorouders, die hem alle elementen toonden waarop de welstand van de Indianen berustte: de paarden, de bizons, de kruiden, de wapens en de tenten van bizonhuid. En ook de voorwerpen die het leven veraangenaamden en zin gaven zoals bloemen, pijpen en adelaars. Ceremonieën en natuurvoorstellingen liepen in het visioen vloeiend in elkaar over, maar ook schrikbeelden van honger en gebrek werden hem voorgeschoteld. De jaren nadien brak Zwarte Eland zich het hoofd over waarom hém nu dit visioen was verschenen. In de beelden herkende hij wel steeds meer de noodlottige gebeurtenissen maar hij zag geen kans ze te voorkomen of een andere wending te geven.

Andere 'zieners' onder de Indianen meenden wél over middelen te beschikken om het tij te keren. Zwarte Eland twijfelde, en terecht. De bleekgezichten smoorden deze droom in het bloedbad van Wounded Knee. Toen Zwarte Eland zich tenslotte van de verschrikkelijke wraakgevoelens had weten te bevrijden, en van de kerstening die na hun laatste nederlaag op de Indianen werd losgelaten, bleef de wonderlijke herinnering aan zijn eigen droom over: het visioen van een tot de ondergang gedoemde wereld.

Op de achterflap van Zwarte Eland spreekt beveelt Carl Jung (1875-1961) het boek aan met het compliment dat 'de Indiaan het visioen op zo'n harmonieuze wijze in zijn bestaan geïntegreerd had'. Niets is minder waar. Het visioen van Zwarte Eland bezit evenwel een dramatiek die het rommelige Sporen in de wildernis van dromen van de Jungiaan Robert Bosnak ten ene male ontbeert. Dat boek is een samenraapsel van rouwbeklag over zijn gestorven vader, een intercollegiale toetsing met een Aboriginal medicijnman, verslagen van zittingen waarop mensen onder therapeutische supervisie hun dromen vertellen, aanwijzingen voor het bijhouden van een droomboek, en een serie dromen van Bosnak voorzien van uitleg.