Wiedergutmachung

David Jefremovitsj Gauss, Duitser, en Semjon Josifovitsj Rojzenon, jood, wonen in een flatwijk van Samarkand, Oezbekistan. De hele dag rijden ze in de taxi van Gauss rondjes door de Centraalaziatische stad en brengen klanten naar hun bestemming. Beide heren zijn verbonden aan het plaatselijke Taleninstituut, Gauss als leraar Duits, Rojzenon als leraar Engels. Maar nu de economie van de voormalige Sovjet-republiek in het slop is geraakt en Gauss en Rojzenon van hun lonen nauwelijks rondkomen, verdienen ze wat bij op de taxi.

“Gutentag”, zegt Gauss als we in de auto stappen. “Sprechen Sie Deutsch?”

Gauss en Rojzenon zijn de beste vrienden en keuvelen aan de lopende band. Beide heren zijn geboren in Centraal-Rusland, maar getogen in Oezbekistan. Als kind werden ze tijdens de Tweede Wereldoorlog met hun families, net als zoveel andere Wolga-Duitsers en joden, geëvacueerd naar deze uithoek van het toenmalige Sovjet-rijk. Ze leerden elkaar op het Taleninstituut kennen en elke ochtend reden ze samen in de auto van Gauss naar hun werk. Na de lesuren dronken ze vaak een glaasje 'schnaps', wodka, op een terras alvorens op huis aan te gaan. In de middagzon stelden ze dan tevreden vast dat ze het er niet slecht vanaf hadden gebracht.

“Maar op een ochtend werden we wakker en toen woonden we niet meer in de Sovjet-Unie, maar in een geheel nieuw land, Oezbekistan”, smaalt Rojzenon, die kreupel is en niet zonder wandelstok over straat gaat.

Met het nieuwe land gaat het snel bergafwaarts. Voor de onafhankelijkheid draaide de economie om de katoenteelt. Elk najaar trok de bevolking, van hoog tot laag, naar de katoenvelden om katoen te plukken, die vervolgens naar een fabriek in Rusland ging. In ruil voor de katoen kreeg Oezbekistan van Moskou gas en elektriciteit, onderwijs en gezondheidszorg. Nog steeds is het land afhankelijk van katoen en de bevolking plukt zich ongans. Maar nu krijgt Oezbekistan er niets meer voor terug en de staatskas is derhalve leeg. Dit had ook zijn gevolgen voor het loon van Gauss en Rojzenon en het duurde niet lang eer de twee leraren volledig aan de grond zaten. Tot overmaat van ramp liep Gauss' vrouw bij hem weg omdat hij het had aangelegd met een van zijn leerlingen.

“Kaputt”, zegt Gauss, “mijn huwelijk was kaputt.”

Op dit punt zei Gauss tegen zichzelf dat het tijd was om zijn biezen te pakken. Sinds de onafhankelijkheid maken de Oezbeken de dienst uit in het land en de Europese minderheid voelt zich er niet meer thuis. Russen, Oekraïeners, joden en Wolga-Duitsers trekken allemaal weg in de hoop het ergens anders economisch beter te treffen. Het werd stil om Gauss en Rojzenon heen, want veel van hun vrienden emigreerden naar een vaderland dat ze nog nooit gezien hadden: de Duitsers naar Duitsland en de joden naar Israel. Gauss heeft ook een aanvraag voor een visum lopen, maar wegens de complicaties omtrent zijn echtelijke staat kan hij nog niet weg.

Gauss wil zijn vriend niet alleen achterlaten en informeerde naar mogelijkheden voor Rojzenon om mee te gaan naar Duitsland. De twee vrienden konden hun vreugde niet op toen ze op het Duitse consulaat te horen kregen dat dat inderdaad mogelijk was. Gauss: “Wiedergutmachung. Joden komen in Duitsland in aanmerking voor een verblijfsvergunning in het kader van de Wiedergutmachung.”

Dit woord klonk Gauss en Rojzenon, die de Tweede Wereldoorlog 'De Grote Vaderlandse Oorlog' noemen en die beter bekend zijn met de Stalin- dan met de nazi-kampen, als muziek in de oren.

“Je hebt nog een fles schnaps van mij te goed”, lacht Rojzenon en tikt met zijn wandelstok op het dashboard, “het is mijn beurt om wieder gut zu machen.”

In afwachting van hun visum tuffen Gauss en Rojzenon nu de gehele dag door de straten. Als Rojzenon even de auto uit is om een fles schnaps aan te schaffen, kijkt Gauss somber.

“Ik denk niet dat Semjon het redt om naar Duitsland te gaan. Hij kwakkelt met zijn gezondheid en beweegt zich niet meer zonder zijn stok. Zijn botten begeven het.”

Vervolgens draait Gauss zich om vanachter zijn stuur en zegt: “Semjon is joods. Joden zijn een zwak slag mensen met een zwakke gezondheid. Wij Duitsers zijn een sterk en gezond ras.”

    • Paul Alexander