Vrijdagmiddag, omstreeks vijf; De grote ontlading

Nu de vakanties voorbij zijn, beginnen ze weer: de borrels na afloop van de werkweek op vrijdagmiddag. Zo neemt het medische wereldje dan bezit van de IJsbreker in Amsterdam, en zoeken reclamejongens en makelaars rond die tijd hun toevlucht tot café Lexington. Iedere beroepsgroep in iedere stad heeft zo zijn eigen kroeg waar het weekeinde wordt ingeluid.

Gedurende de week heeft de harde werker er geen tijd voor, maar op vrijdagmiddag is alles anders. Dan voltrekt zich in een paar heftige uren het ritueel van de vrijdagmiddagborrel. Even wordt de routine van het kantoorleven onderbroken en verplaatst naar onafhankelijk terrein. Eindelijk kunnen de spanningen van een verhitte week worden ontladen en flinke hoeveelheden alcohol vormen hierbij het ideale smeermiddel. De vrijdagmiddagborrel - voor insiders kortweg vrijmibo - is niet seizoengebonden maar bereikt wél z'n hoogtepunt als het zomer is in de stad. Klassiek voorbeeld van dit sociale fenomeen is het Amsterdamse café Hoppe aan het Spui, waar op de warmere vrijdagen het terras na vijven weldra buiten zijn oevers treedt. Beursjongens maken hun das wat losser, praten nóg een toontje luider en zetten de lippen in het schuim. Hoppe's tap is rond een uur of zes vrijwel onbereikbaar, maar rondrennende obers spelen het altijd klaar lege glazen door volle te vervangen. Hier en daar klinkt een modieus soort ABN: 'Heb je nog een beetje gedeald, Lullo?' De nieuwe kantooraanwinst met kort rokje en lange benen vormt een geliefd gespreksonderwerp.

Al draait een café als Hoppe tijdens deze uren op volle toeren, de laatste jaren heeft het als troetelplaats voor de vrijmibo terrein verloren door de opkomst van de Grand Café's. In Luxembourg en in het onder studenten gevierde Dante ziet men minder grijze en kalende hoofden dan in het oude Hoppe. Buiten het stadshart verzamelt zich in de IJsbreker een heel ander slag academisch volk. Dit etablissement aan de Weesperzijde wordt door de week bezocht door een handjevol moderne-muziekliefhebbers, maar is op vrijdagavond het domein van het medische wereldje. De harde kern wordt gevormd door artsen en chirurgen van het nabijgelegen OLVG en wie agio-chirurg wil worden, gaat dan ook in de IJsbreker 'solliciteren'. Het kost je een kater maar het scheelt je de hoofdpijn van een sollicitatiebrief. Je hoort er geruchten over vrijkomende plaatsen, wie waar in de opleiding belandt en waar later op de avond nog wat te beleven valt.

Bij de IJsbreker tref je de vrijmibo met de langste uitloop en om tien uur passeert het klassieke assortiment van osseworst, blokjes kaas en bitterballen nog op volle toeren. Sommigen maken tijdens deze uren het matige alcoholgebruik van door de week in een keer goed. Dan valt de nacht en met onvaste tred zwermt een deel van de klandizie uit naar een promotiefeest.

Ook buiten Amsterdam kent men de vrijmibo, al is het moeilijk te zeggen waar hij het best gedijt. In Rotterdam wordt heel wat afgedronken binnen de beslotenheid van de eigen kantoorkantine. Er zijn enkele toplocaties zoals Mad Mick's Breakaway Café en het parkeervriendelijke Hotel New York, waar medewerkers van Unilever zich laven aan de drank. Openlijker valt de vrijmibo in Den Haag waar te nemen. Vermaard is inmiddels de druk bezochte vrijdagmiddagborrel van de politieke pers in Nieuwspoort. Een heel andere sfeer tref je in Luden, waar de conservatieve kleding aan een JOVD-happening herinnert. Bij Cal' Emile en Schlemmer gaat men gemêleerder gekleed en wat bij evergreen Schlemmer opvalt is de mix aan leeftijden en het welluidende taalgebruik. Rond een uur of acht staan er wat troosteloze schalen met mosterdresten en de overblijfselen van borrelgarnituur in een berg met verlepte sla. Evenals bij Luden gaat hier de vrijmibo langzaam over in een bezoek aan het aangrenzende restaurant.

Voor de Haagse horeca betekende het vertrek van copy writer Marc Slager een forse slag, maar zijn komst naar Amsterdam was een zegen voor enkele hoofdstedelijke cafés. Als hartstochtelijke vrijmibo'er bespeurt Slager een trendverandering: “De 'Die Hards' hebben het gehad met de vrijmibo. Het is zo langzamerhand een zwaktebod geworden omdat het teveel de dag van de 'nine to fivers' is geworden. Iedereen komt er en het is zo druk dat je niet meer ziet waar je vriendjes staan.” Daarom zijn er naar zijn mening grote groepen uitgeweken naar de donderdag en bestaat er tegenwoordig een volwaardige domibo. De domibo'er slaat de vrijdag over omdat hij nog moet bijkomen van de dag ervoor. Volgens Slager is de domibo zoveel specialer omdat het 'eigenlijk niet mag' en je nog de spanning van de vrijdag voor de boeg hebt. Volgens de regels van het harde professionele leven geldt wel dat hoe laat het ook wordt, je de volgende dag tóch op tijd begint, onder het motto: ”s Avonds een vent, 's ochtends een Alka Seltzer.'

Vrij- en domibo'ers bieden weinig inzicht waarom welk publiek naar een bepaald café komt of daar juist opeens en masse wegblijft. Ook voor een horeca-ondernemer blijft het een raadsel waarom van de ene op de andere dag zijn terras in onmin raakt en verruild wordt voor een nieuw territoir. Jan Hoekstra, die acht jaar geleden met café Luxembourg begon, was aanvankelijk geschrokken van het enorme succes: “Vaak zie je dat grote populariteit opeens omslaat en zich tegen je keert. In drukte en chaos kun je niet goed je eigen publiek kweken. Ik had met Luxembourg een kalmere start voor ogen om op die manier een stabiele tent te krijgen.”

Inmiddels heeft Luxembourg na de openingsdrukte een vaste plaats gekregen in de stad en is Hoekstra's zorg ongegrond gebleken. Twee jaar geleden meende hij een gouden zet te doen door in het café-arme Amsterdam-Zuid iets nieuws te beginnen. Maar weer verliep het begin anders dan hij verwachtte, want de eerste tijd viel de belangstelling voor zijn nieuwe café Lexington tegen. Het succes en zeker de vrijdagmiddagdrukte zoals die floreerde rond het terras van (het ook in oud-zuid gelegen) Wildschut bleef uit. Als je op vrijdag wat intiems wilde vieren, ging je naar het einde van de Willemsparkweg om in alle rust het verlaten Lexington te bezoeken.

In die situatie is het laatste jaar verandering gekomen. Tegenwoordig zwaait de oude bedrijfsleider van Luxembourg, Jean Pierre Meeuwisse, er de scepter en de drukte bij Lexington is concurrerend met die van Wildschut.

Het café is uitgegroeid tot een gevierde locatie voor reclamejongens en figuren die goed geboerd hebben in het onroerend goed. Makelaars nemen het laatste huizennieuws door en vragen elkaar: 'Wat doen de steentjes vandaag?' Volgens Hoekstra kunnen geheel onverwachte factoren bijdragen aan je ondergang of succes. Zo is Lexington op de vrijdag mede in trek omdat habitués de cafédrukte verkiezen boven de verkeerschaos: de borrel als vrolijke ontsnapping aan de neerslachtigheid van de file. En al even belangrijk is de bereikbaarheid. Zo ziet Hoekstra in Amsterdam-Zuid veel oude bekenden die het uitgaan in de binnenstad vanwege het niet kunnen parkeren van hun auto hadden opgegeven.

Volgens Lexington-eigenaar Jean Pierre Meeuwisse is de vrijdagmiddag het moment van de grote ontlading. “Vrijmibo'ers hebben sterk het gevoel dat ze het verdiend hebben, veel mensen die de hele week zakelijk met elkaar telefoneren ontmoeten elkaar lijfelijk aan het einde van de week in het café.” Op vrijdagen treft men in Lexington een markante mengelmoes aan overkokende ego's: fiscalisten, restaurateurs, figuren uit de wereld van de public relations en het bankwezen. Een enkeling probeert wanhopig Britser te ogen dan een Londense gentleman en door zijn welluidende stem een heel café in z'n greep te krijgen.

Vrouwen treft men er ook aan, maar toch leidt volgens fervente vrijmibo'ers het samenzijn zelden tot grotere vertrouwelijkheid met kantoorgenoot, secretaresse of een of andere geheime liefde. Er wordt heel wat afgeflirt, maar daar lijkt het dan ook bij te blijven. En zo oogt de vrijmibo vooral als een verbaal bronstig intermezzo dat wel uit moet monden in lang uitslapen op zaterdagmorgen.