Voetafdruk als schaarse troost; Een kind dat een plekje moet krijgen

Geboorte en dood zijn de meest ingrijpende gebeurtenissen in een mensenleven. Wanneer zij vrijwel samenvallen, heet dat perinatale sterfte. Onder deze definitie vallen baby's die na minimaal 24 weken zwangerschap ter wereld komen en doodgeboren worden, dan wel binnen een week na hun geboorte sterven. Tot aan het begin van de jaren tachtig was er voor de opvang van ouders in zo'n situatie nauwelijks aandacht. Daarna drong bij hulpverleners het besef door dat het rouwproces bij de dood van een baby extra gecompliceerd is voor ouders. “Van sommige vrienden hebben we niks gehoord.”

Herinneringen. Ze zijn, hoe schaars ook, van wezenlijk belang voor de ouders van een doodgeboren kindje of van een kort na de bevalling overleden baby. Foto's. Voet- en handafdrukken. Het lichaampje in de armen. Een dag in de wieg of een uur in de wieg. Voelen, aanraken. Een naam. De baby is iemand, was iemand. Een mens om goed afscheid van te nemen.

“We proberen zoveel mogelijk herinneringsbeelden op te bouwen”, zegt C. Geerinck-Vercammen, maatschappelijk werker in het Academisch Ziekenhuis Leiden (AZL). Ook als het leven het kind al voor de geboorte had verlaten. Bij de herinneringsbeelden hoort een bewuste beleving van de bevalling. In strijd met wat dikwijls de primaire reactie van een moeder is als zij hoort dat haar kind doodgeboren zal worden. “Dan zeggen ze vaak: doe maar een keizersnede, ik wil er liever niets mee te maken hebben.” Het ziekenhuis gaat op zo'n wens niet in. Geerinck: “Om medische redenen al niet, omdat een operatie, dus ook een keizersnede, altijd risico's inhoudt. En omdat ouders het achteraf altijd heel fijn blijken te vinden dat ze de bevalling bewust hebben meegemaakt.”

Onderzoek van het AZL in 1995 heeft uitgewezen dat ouders er later nooit spijt van hebben dat ze bewust afscheid hebben genomen van hun dode baby. Het omgekeerde komt wel voor. Ouders die, soms jaren later, diep betreuren dat ze hun kind niet hebben gezien of het niet zelf hebben laten begraven of cremeren. Moeders wordt tegenwoordig aangeboden zelf hun kind te wassen. Dat kwam acht jaar geleden nog niet voor, zegt T. Kosten, maatschappelijk werker in het AMC in Amsterdam. “Nu nog zeggen sommige moeders uit die tijd: was dat maar wel gebeurd.”

Elke bevalling maakt een onuitwisbare indruk op de betrokkenen, maar merkwaardig genoeg gold tot in de jaren tachtig de geboorte van een dode baby als een voorval dat maar zo snel mogelijk in de vergetelheid moest verdwijnen. Kosten: “Het werd gezien als een non-event, in dezelfde categorie als iemand die na zijn tachtigste overlijdt en dus toch maar mooi een lang leven heeft gehad.”

Totdat in de jaren tachtig de opvatting terrein won dat het verlies van een doodgeboren of vroeg overleden baby voor de ouders vaak zeker zo traumatisch is als de dood van een partner of een kind dat langer heeft geleefd. “Je verliest niet alleen een kind, maar ook een heleboel toekomstperspectief”, zegt Geerinck. Juist omdat de baby nabij was, maar onbekend bleef. De troostende herinneringen aan de eerste stapjes, de eerste woordjes, de eerste schooldag ontbreken. In plaats daarvan is er twijfel, schuldgevoel. “Moeders hebben het machteloze gevoel dat ze tekortgeschoten zijn”, zegt Kosten. Vragen knagen aan het geweten. Geerinck: “Vragen als: had ik die ramen toen nog wel mogen zemen, hadden we nog wel mogen vrijen toen ik acht maanden zwanger was?”

Een dode baby is een nachtmerrie voor moeders en vaders en het levenslange schrikbeeld voor de hulpverlener. “Als je iemand een dood kind in de armen hebt gelegd”, zegt verloskundige A. Hertzberger, “ben je voor het leven met elkaar verbonden.” Zij is behalve praktizerend verloskundige in Amsterdam waarnemend voorzitter van de Nederlandse Organisatie van Verloskundigen. Elke verloskundige maakt het volgens haar wel een keer mee, de geboorte die een drama wordt. “Ik heb twee keer tijdens de baring een kind onder mijn handen zien wegglippen. Dat zijn momenten die je je hele carrière niet vergeet.”

De nazorg is van vitaal belang voor de ouders. De grotere ziekenhuizen hebben tegenwoordig maatschappelijk werkers die een dagtaak vervullen met de bekommernis om ouders van een dode baby. Zowel het AMC als het AZL bijvoorbeeld kent sinds 1990 gespreksgroepen, waarin ouders zes à acht avonden deelnemen. Als lotgenoten die elkaars leed beter dan wie ook begrijpen en zo beseffen dat hun verdriet niet overdreven is. Gespreksgroepen, is de ervaring van maatschappelijk werker E. Visser van het AMC, zijn “efficiënter en effectiever” dan louter individuele gesprekken. “Ouders leren dat het niet gek is als ze elke dag naar de begraafplaats gaan. De groepen leveren soms blijvende contacten op, sommige groepen zijn zelf wel twee jaar doorgegaan.”

De dode baby en de herinnering aan het kind moeten een plekje in het leven van de ouders krijgen. Rouwverwerking is essentieel en kan jaren vergen. Familieleden, vrienden of kennissen kunnen behulpzaam zijn, maar weten vaak niet hoe. Visser: “Mensen proberen te troosten, maar hebben de woorden er niet voor. Maar je hoeft niet voortdurend iets te zeggen. Fout zijn goedbedoelde opmerkingen dat er wel weer een nieuw kindje kan komen.” Kosten: “Je moet er niet voor weglopen. Vraag wat de ouders willen. Soms vinden ze het gezellig om aan een spelletje mee te doen. Een andere keer willen ze een avond over hun kind praten. Als je goede vrienden bent, doe je dat. Zelf zeg ik tegenwoordig nooit meer tegen ouders: je moet het accepteren. Hoezo accepteren?”

Geerinck waarschuwt ouders voor de reacties van hun omgeving die vaak teleurstellend zijn en van weinig begrip getuigen. “Er vallen altijd vrienden af. Het is echt waar dat je in nood je vrienden leert kennen.” Zijn er andere kinderen in het gezin, dan is het goed hen waar mogelijk bij de gebeurtenissen te betrekken, vinden de maatschappelijke werkers. Ook moeten ouders er rekening mee houden dat hun eigen relatie onder druk komt te staan. Moeders en vaders hebben hun eigen manier van leedverwerking en begrijpen dat niet altijd van elkaar. Geerinck: “Bij vrouwen is de zwangerschapsbeleving intensiever. Mannen blijven vaak emotioneel in de kou staan. Zij moeten eerst hun vrouw helpen. Vaak komt de klap voor hen later.”

Soms al vrij snel, soms na jaren is er weer hoop op nieuw leven. Een nieuwe zwangerschap, die ouders echter onmogelijk onbekommerd kunnen beleven “De roze wolk is verdwenen”, zegt Geerinck. De traumatische gebeurtenissen rondom de dode baby komen vaak weer boven. De angst voor herhaling is groot. Kosten: “Moeders zeggen dan: ik geloof pas dat ik een gezond kind krijg, als ik het in de wieg zie liggen.”

    • John Kroon