Stan: 'Eerst de regels, dan het spel'

De eerste voorstelling die vanavond op het Theaterfestival in Amsterdam is te zien is Heartbreak House van George Bernard Shaw door het Antwerpse gezelschap Stan. Hoewel de Vlamingen, volgens actrice Sara De Roo, geen praatcultuur hebben, is de voorstelling het resultaat van veel discussiëren.

Heartbreak House, 29/8 en 30/8 in Theater Bellevue en 31/8 en 1/9 in Het Lunatheater in Antwerpen. Gedurende het Theaterfestival (t/m 6/9) presenteert een aantal jonge groepen onder de noemer De Tijding hun meest recente werk in Theater Bellevue. Op 4/9 is in Bellevue een debat met de theatermakers over hun financieel afhankelijke positie.

“De voorstelling die wij vorig jaar van Heartbreak House hebben gemaakt is voor ons een belangrijke stap geweest”, zegt Sara De Roo. “We hebben lang gepraat over hoe we de voorstelling zouden aanpakken. We wilden niet het zoveelste stuk maken over een familie die bij elkaar hangt, maar laten zien waar hun onverschilligheid toe leidt. De bom die aan het eind valt moet hen wakker schudden.”

We zitten aan tafel naast een grote asbak vol peuken, op de vierde verdieping van een voormalig Antwerps pakhuis waar Stan tegenwoordig opslagruimte voor de requisieten huurt en waar nieuwe producties worden voorbereid. Sara De Roo is deze middag de enige aanwezige van de groep, de rest heeft in het Californische Oakland gewerkt aan een nieuwe voorstelling en is nu op weg naar huis.

Na terugkomst heeft de groep één avond de tijd om ter gelegenheid van de opening van de tiende editie van het Theaterfestival de tekst van Heartbreak House op te halen. Die repetitieavond is geen overbodige luxe: in januari heeft Stan het stuk voor het laatst opgevoerd.

Toch beginnen de acteurs ook in andere gevallen nooit erg lang van tevoren aan een enscenering, zegt De Roo, om niet “de lol van het spelen” te verliezen. De groep, in 1989 opgericht door een viertal studenten dat een jaar eerder gelijktijdig aan het Antwerps Conservatorium afstudeerde, gebruikt de voorbereidingstijd liever om te discussiëren en begint vaak pas in de laatste week voor de première aan de ensceneringen.

“Het gaat om een overtuiging en een goesting die we aan elkaar willen overbrengen. We hebben allemaal onaangename herinneringen aan de dagenlange repetities op het Conservatorium, in een ruimte zonder ramen terwijl er iemand voor ons zat die zei hoe het moest. Het kan natuurlijk een schone ervaring zijn om met een regisseur te werken die jou en anderen bij elkaar heeft gezocht en die dan zijn eigen ideeën wil ontwikkelen, maar het is iets heel anders dan wanneer je met elkaar om de tafel gaat zitten en je drie weken bezig bent een dramaturgie uit te dokteren, waarbij je met ieders wensen rekening moet houden.”

Hoewel Stan een schare enthousiaste fans heeft, zijn er ook critici die de acteurs een ongeïnspireerde houding verwijten en hun ironische en afstandelijke spel hekelen. De duidelijk herkenbare invloed van de Nederlandse groep Maatschappij Discordia op de voorstellingen van Stan is deze critici een doorn in het oog.

Sara De Roo noemt vooral Discordia-acteur Matthias de Koning een inspirator van de groep: “Matthias begeleidde ons voor het eerst op het Conservatorium en later ook een paar keer bij Stan. Hij heeft een heel eigen visie op dramaturgie, hij legt de nadruk op wat hij het acteursgesprek noemt: je kijkt elkaar diep in de ogen, probeert te begrijpen wat de ander wil en je stelt daar je eigen punt tegenover.”

Het contact met De Koning leidde al gauw tot enkele co-producties van Stan en Discordia en tot samenwerking met een aantal jonge groepen uit Nederland en Vlaanderen, zoals Dood Paard, Maten, Loos, Dito dito, De Roovers, 't Barre Land. De groepjes maken theater in de geest van Discordia, alle op een marginale financiële basis - alleen Stan kan de komende vier jaar rekenen op een royale jaarlijkse subsidie van 20 miljoen Belgische francs (ruim 1 miljoen gulden).

Het voorstel van de Raad voor Cultuur om Discordia in het volgende Kunstenplan helemaal niet meer te subsidiëren vindt De Roo 'beschamend': “Discordia is een belangrijke groep, die kun je niet zomaar aan de kant schuiven. Omdat wij dingen met hen gemeen hebben zijn wij epigonen genoemd. Dat is onzin. Er is geen sprake van eenzelfde stijl, we zijn net als zij een toneelspelersgezelschap dat de nadruk legt op het woord 'spelen'. Vergelijk het met hoe je als kind met vriendjes op straat speelde, je maakte een paar regels en dan begon het spel.

“Als ik een personage speel, is de tekst voor mij de enige houvast: die leer ik van buiten. Ik kan niet in de huid van een ander kruipen, dat is zinsbegoocheling. Toneelspelen is suggereren, de werkelijkheid nadoen op het toneel vind ik niet interessant.”