Sinterklaas in hoogwerker moest de spanning breken

Het kraken van leegstaande panden begon in de jaren zeventig. Soms ging het ontruimen gepaard met geweld. Wat is er geworden van de bezette gebouwen uit die tijd?

AMSTERDAM, 29 AUG. De Grote Wetering is van de aardbodem verdwenen. Het oude gebouw, een opmaat in het wonderlijke ritme van de Amsterdamse Weteringschans, is neergehaald in 1980. En wat nu schuin tegenover het Rijksmuseum staat, had met zijn oranje bakstenen en zijn loodgrauwe kozijnen net zo goed in Steenwijk kunnen staan, in Middelburg of in Apeldoorn.

Op de begane grond, waar ooit een autoshowroom was gevestigd, heeft diamanthandelaar Bab Hendriks nu zijn deuren openstaan voor rondleidingen. Op de hoek zit een kunst-ditjes-en-datjeswinkel, waar ze stropdassen van Corneille en asbakken van Keith Haring verkopen. Het nieuwe pand heet Museum Plaza en de koperen deurplaat vermeldt louter namen van bedrijven. Die wisselen nog al eens, al naar gelang de grillen van de kantoormarkt. Meestal hangt voor een van de ramen wel een plakaat 'Te Huur'. 'Cityvorming' heette dat twintig jaar geleden: de woonruimte in de binnenstad stierf af en werd vervangen door kantoren.

Voor beleggers was het nog interessanter om lege kantoren te hebben dan volle woningen. Daarom stapten destijds krakers die panden binnen, onder het motto 'Wonen is een recht'.

De Grote Wetering werd in 1978 gekraakt, tijdens een van de eerste 'landelijke kraakdagen'. De eigenaar was de bekende, en zeker bij krakers beruchte makelaar Gerard W. Bakker. Die had het pand gekocht van een Belgische verzekeringsmaatschappij om van de begane grond en de eerste verdieping kantoren te maken. Erboven moesten 15 luxe-appartementen komen.

“Op dat moment waren wij al bezig met het tegelwerk”, zegt Bakker nu. Met andere woorden: er was geen reden tot kraken. “De gemeente zei me, laat die krakers hun actie maar een dagje voeren, dan gaan ze er vanzelf wel uit.” En inderdaad, vrijdag gingen de protest-krakers erin, maandag gingen ze er weer uit.

“Alleen, toen trok direct een volgende groep erin en die wilde er niet meer uit.” Groep twee bestond volgens Bakker deels uit criminelen. Drugsdealers en wapenhandelaren, die hem en zijn familie bedreigden. “Ik stond in die dagen permanent onder politiebescherming”, zegt Bakker. “Ik mocht niet meer dan twee keer per week op straat.”

Politiewoordvoerder K. Wilting durft niet te zeggen of dat van die criminelen klopt. Hij moet in 1980 net bij de voorlichting van (toen nog) de gemeentepolitie Amsterdam zijn gaan werken, want hij herinnert zich de ontruiming van de Grote Wetering als een van zijn eerste voorlichtingsdaden. Het was wel een heavy kraakpand, aldus Wilting.

Maar in die dagen waren veel kraakpanden heavy. De ontruiming van de Grote Wetering was de afsluiting van het explosieve jaar 1980. Aan het begin ervan, in maart, had de politie pantserwagens ingezet om barricaden te slechten op het kruispunt Vondelstraat / Eerste Constantijn Huygensstraat.

Op 30 april veranderde de binnenstad van Amsterdam in een compleet slagveld tijdens de inhuldiging van Beatrix als koningin. In augustus werd de vesting PH-kade ontruimd en het hele jaar door hing de ontruimingsdreiging boven het belangrijkste kraakbolwerk, de Groote Keyser. Eind november werd duidelijk dat de Grote Wetering zou worden ontruimd. Bakker wilde gaan slopen. In eerste instantie dacht hij er nog over om zelf in het nieuwe gebouw te wonen. In het penthouse. “Het ronde dak ervan had ik nog schuifbaar laten maken door de architect. Ik had over het Rijksmuseum heen kunnen kijken om naar mijn collega Cor Zadelhoff aan de andere kant te zwaaien. Maar het was te duur.”

Het werden dus alleen kantoren, al is nu nog aan de balkonnetjes te zien dat het ontwerp niet meer is aangepast. Op 1 december werden de barricades rond het pand geslecht. Een dag later werd met tweeduizend man politie en ME het pand genomen en de 25 bewoners gearresteerd, evenals de zes journalisten die zich binnen hadden geïnstalleerd.

Met een hoogwerker werden containers vol ME'ers op het dak gezet. Uit een ervan stapten Sinterklaas en Zwarte Piet - december. Een politiegrap “om de spanning te breken”. De PSP-fractie in de gemeenteraad sprak na afloop van een “verachting voor de strijd van de Amsterdamse woningzoekende”. Onder de toeschouwers buiten stond een ex-bewoonster toe te kijken. Doodzonde, zegt ze nu, dat het pand werd gesloopt. De Grote Wetering was haar eerste kraakadres en de herinnering is nog altijd mooi. Er was een spiegelzaal, die als gemeenschappelijke ruimte werd gebruikt, er waren prachtige kamers op zolder, met uitzicht over de hele stad. “Het Rijksmuseum tegen de ondergaande zon.”

Van criminele activiteiten van haar medebewoners heeft ze nooit iets gemerkt. Er waren wel 'hardere' en 'zachtere' bewoners. De eersten wilden actie, de anderen stencilden ludieke posters en zongen liedjes. “Een nederlaag lijden is geen schande”, had toenmalig burgemeester Wim Polak de bewoners van de Grote Wetering voor de ontruiming op het hart gedrukt. “Een bij voorbaat verloren veldslag voeren is dat wel. Het is geweld zonder zin.”

Zinloos, dat vindt de ex-bewoonster ook. Ze denkt dat de eigenaar inmiddels wel spijt heeft van de sloop en van het nieuwe gebouw. In de loop van die vijftien jaar is de onroerend-goedmarkt immers al weer twee keer gedraaid.

Nu is de kantoormarkt helemaal ingestort. Volgens Bakker zou de huidige eigenaar er beter aan doen de bovenste verdiepingen weer terug aan te passen en er woningen van te maken. “Het is nu een doorgangshuis voor kantoren. Terwijl, woningen op die plek...” De cityvorming heeft de hoogtijdagen van de kraakbeweging niet lang overleefd.

    • Bas Blokker