Rekenkamer heeft kritiek op Melkert II-banen

DEN HAAG, 29 AUG. De subsidies die het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verstrekt om langdurig werklozen aan een baan in de marktsector te helpen, de zogenoemde Melkert II-banen, zijn oncontroleerbaar en onuitvoerbaar. Dat concludeert de Algemene Rekenkamer in het vandaag verschenen rapport 'Rechtmatigheidsonderzoek 1995'.

De Rekenkamer twijfelt eraan of de 61 miljoen gulden die vorig jaar aan de regeling is uitgegeven, juist terecht is gekomen. Uit het rapport blijkt verder dat het beheer rond de uitkeringen voor overheidspersoneel zorgelijk is en dat zes ministeries te weinig doen aan de bestrijding van misbruik van overheidsgeld.

Jaarlijks controleert de Rekenkamer de deugdelijkheid en rechtmatigheid van de uitgaven en inkomsten van alle ministeries en begrotingsfondsen. Die gaven vorig jaar 257,8 miljard gulden uit en ontvingen 258,1 miljard. Volgens de Rekenkamer heeft 0,3 procent van de uitgaven (774 miljoen) niet volgens de regels plaatsgevonden. Voornamelijk omdat de wetten op grond waarvan de uitgaven werden gedaan nog niet klaar waren. Bij de uitgave van eenzelfde bedrag twijfelt de Rekenkamer aan de rechtmatigheid.

De cijfers over 1995 laten een forse verbetering zien ten opzichte van het jaar ervoor. In 1994 was 1,5 procent van de uitgaven tegen de regels en twijfelde de Rekenkamer bij 1,4 procent aan de rechtmatigheid.

Het zwaarste oordeel velt de controleur van de rijksfinanciën over de Melkert II-regeling. Met deze regeling wil het kabinet via experimenten uiteindelijk 20.000 arbeidsplaatsen creëren, vooral voor langdurig werklozen. Gemeenten en profit of non-profit organisaties kunnen subsidie-aanvragen indienen en als het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de aanvraag goedkeurt, keert het maximaal 18.000 gulden per aangenomen langdurig werkloze uit aan de werkgever.

De Rekenkamer vindt dat de subsidievoorwaarden onduidelijk zijn, en noemt de regeling “onordelijk en oncontroleerbaar”. Er bestaat dan ook geen enkele zekerheid over de 61 miljoen gulden die in 1995 aan Melkert II-experimenten is uitgegeven. Tot en met 1998 is 693 van de beschikbare 720 miljoen gulden aan Melkert II-projecten toegezegd.

In een reactie laat minister Melkert (Sociale Zaken) weten dat de accountants van zijn ministerie geen onrechtmatigheden hebben gevonden in de naar hem genoemde regeling. Volgens de bewindsman begint de regeling zijn vruchten af te werpen: begin deze maand hadden ruim 5.000 langdurig werklozen een baan gevonden. Niet alleen Melkert krijgt kritiek van de Rekenkamer, ook de ministers Dijkstal (Binnenlandse Zaken) en Ritzen (Onderwijs) laten het afweten. Ze zijn er ondanks eerdere toezeggingen volgens de Rekenkamer niet in geslaagd het beheer van de uitkeringen voor hun personeel te vrijwaren van problemen.

De Rekenkamer concludeert voor het derde achtereenvolgende jaar dat de diensten van deze ministeries die voor de ontslaguitkeringen - de wachtgelden - moeten zorgen grote achterstand hebben opgelopen en te veel geld onjuist uitkeren. Deze diensten zijn op 1 januari van dit jaar opgegaan in de zelfstandige Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en Onderwijs.

Reden waarom de Rekenkamer “ernstige zorgen” heeft over het functioneren van deze nieuwe instelling, die dit jaar aan 220.000 mensen in totaal 7,4 miljard gulden uitkeert.

Ook het ministerie van Justitie kan dit jaar op de aandacht van de Rekenkamer rekenen. Het gaat daarbij vooral om de financiering van de rechtsbijstand die het ministerie pro deo aan minder draagkrachtigen aanbiedt. De Rekenkamer twijfelt aan de rechtmatigheid van 75 procent van de 407 miljoen gulden die Justitie in 1995 uitgaf aan rechtbijstand.

Volgens de Rekenkamer heeft het ministerie onvoldoende waarborgen ingebouwd in de regeling om misbruik en oneigenlijk gebruik ervan tegen te gaan.

Een vergelijkbaar verwijt krijgen de ministeries van Binnenlandse Zaken, Onderwijs, Landbouw, Volksgezondheid en Sociale Zaken. Zij doen samen met Justitie te weinig om inzicht te krijgen in de risico's die hun regelingen opleveren voor misbruik. Vooral als subsidies en belastingen moeten worden bepaald op grond van gegevens die belanghebbenden zelf opgeven.