Luisteren is beter dan lezen, niets weten is ook goed

Bevallen en opstaan, J. Spanjer e.a., Contact, 375 bladzijden, ƒ 49,90, ISBN 90-254-0951-2

Duik in je weeën, Carita Salomé & Juliette de Wit, Van Holkema & Warendorf, 72 bladzijden, ƒ 27,50, ISBN 90-269-6264-9

Een beetje zwanger. Handboek voor vaders, Arend van Dam, Contact, 208 bladzijden, ƒ 32,90, ISBN 90-254-0763-3

Reisgidsen vinden altijd aftrek. Veel vakantiegangers kopen voor het vertrek even routineus een reisgidsje als flacons zonnebrandcrème en potjes norit. Maar van bestudering komt nooit veel terecht. Dit ligt minder aan luiheid, dan wel aan het onherbergzame proza, dat vol staat met onbekende namen van dorpjes, kerken, zeearmen en andere bezienswaardigheden. Je raakt al snel de draad kwijt. Daar staat tegenover dat een reisgids achteraf heel nuttig kan zijn. Pas bij het nalezen wat je nu eigenlijk precies hebt gezien, komt de tekst tot leven.

Boeken over zwangerschap en bevalling lijden een beetje aan hetzelfde euvel. Ze staan barstensvol informatie en nuttige tips, maar echt begrijpen waar het om gaat, lukt pas als je het zelf hebt meegemaakt. Het is heel goed mogelijk voor een vrouw haar bevalling tot een goed eind te brengen zonder enige kennis van zaken. Maar zo'n 'we zullen wel zien als het zover is'-instelling past niet bij de moderne vrouw die hecht aan een gedegen mentale en fysieke voorbereiding. Dus leest ze over het onderwerp, geeft zich op voor zwangerschapsgymnastiek en denkt na over allerlei dingen waarover ze nooit eerder nadacht.

Het is een ingewikkeld terrein waarop ze zich begeeft, omdat er zoveel keuzes te maken zijn. Hoewel alle betrokkenen (vroedvrouw, schrijvers van de boeken, cursusleidster) om het hardst roepen dat ze de keuze moet maken waarbij ze zich het prettigst voelt, krijgt ze sterk de indruk dat sommige keuzes moreel of ideologisch beter zijn dan andere. Het is bijvoorbeeld beter wel op een zwangerschapsclubje te gaan (gewone gymnastiek, haptonomie, yoga, mensendieck, psycho-profylactisch, dondert niet wat) dan dit na te laten. Een natuurlijke bevalling is beter dan een kunstverlossing. Thuis is beter dan in het ziekenhuis. Met je man erbij is beter dan zonder. Zittend op een baarkruk is beter dan in bed. Met pijnbestrijding is beter dan zonder.

Van deze opties krijgt de kwestie 'thuis versus ziekenhuis' in de besproken boeken de meeste aandacht. De klassieker Bevallen en opstaan (24ste druk) propageert met verve de thuisbevalling, evenals Arend van Dams Een beetje zwanger. Handboek voor vaders (11de druk). Ik kan me dat voorstellen van een verloskundigencollectief en van de zegsman der zorgende vaders. Toch is het merkwaardig te lezen hoe de auteurs in beide gevallen zich niet kunnen inhouden om de contrasten aan te scherpen. Thuis is het in de eerste plaats 'gezellig', je kunt een 'muziekje opzetten', je voelt je er 'veilig', je hebt 'controle' over je eigen bevalling, je kunt 'thee zetten', je kunt 'in bad' gaan liggen. In het ziekenhuis daarentegen word je overgeleverd aan het 'medisch regime', je hebt 'niets te vertellen', je wordt onderworpen aan 'klysma, scheerbeurt en routinematig inknippen', de verloskamer is 'ongezellig' en de baby wordt onmiddellijk bij je 'weggehaald'.

Je moet dus wel heel bangelijk en dociel zijn uitgevallen, wil je je bevalling vrijwillig uitbesteden aan het medische machtsimperium. Maar de praktijk van de poliklinische bevalling zonder medische indicatie is helemaal niet bevoogdend. Er wordt geen schaamhaar weggeschoren, niemand krijgt een klysma, je mag kiezen wat je wilt eten (ook vegetarisch), je mag op een baarkruk als de vroedvrouw die meeneemt, de baby wordt meteen aan je gegeven, je mag voeden wanneer je wilt.

In Bevallen en opstaan wordt een niet zo subtiele kat uitgedeeld aan verloskundigen die hun cliënten steunen in hun voorkeur of zelfs adviseren in het ziekenhuis te bevallen. Qua honorarium is er nauwelijks verschil tussen een thuis- of een ziekenhuisbevalling. Maar de verloskundige heeft aan een thuisbevalling wel meer werk en ze is er meer tijd mee kwijt. In het ziekenhuis lopen nu eenmaal verpleegsters rond voor redderwerkzaamheden. Vroedvrouwen die toegeven aan 'het gemak' van het ziekenhuis in plaats van pal te staan voor de gezelligheid thuis, zitten ideologisch niet op het rechte spoor, dat is duidelijk.

Wat zeggen de boeken over de bevalling zelf? Als je heel gedetailleerde informatie wilt, gecombineerd met technische tips en ontspanningsoefeningen, ligt het boek Duik in je weeën voor de hand. Maar mij is het te specifiek. Hoewel het helder is geschreven met grappige tekeningen word ik toch duizelig bij de beschrijving van de spildraai die de kleine moet maken. En het gamma van soorten pijn die een barende vrouw zoal kan ervaren, hoef ik ook niet te beheersen. Misschien is het bijgelovig, maar ik heb het idee dat er minder kans is op helse lage rugpijn, als je er niet van op de hoogte bent dat dat er ook bij te pas kan komen.

Dit boek heeft hetzelfde nadeel als een willekeurige cursus zwangerschapsgymnastiek voor vrouwen die hun eerste bevalling tegemoetgaan. Je weet niet wat je je er allemaal bij moet voorstellen. Hoe concreet en plastisch alles ook wordt uitgelegd, het blijft abstract. De ene cursus onderwijst in puf-, de andere in hijgtechnieken. Niets werkt, maar het geeft de barende wat om handen. Anders lig (of hang) je daar maar passief pijn te lijden. Een beetje eigenaardig ademhalen geeft je de illusie dat je de zaak nog enigszins onder controle hebt. Je moet iets doen, op de een of andere manier een actieve houding aannemen, daar hebben de boeken en de cursussen gelijk in, omdat het afleidt van de pijn. Wat de activiteit inhoudt, doet er niet toe. Je kunt de tafel van 13 opzeggen of hamertje tik spelen, maar meestal zal dat te hoog gegrepen blijken en dus wordt het op een onnatuurlijke manier ademhalen, liefst met enige ritmiek.

Een onderbelichte techniek in de boeken is trouwens het bewust uitstellen van de bevalling. Deze techniek komt erop neer dat je een pijnscheut voelt en denkt: het zal wel niks zijn. Hoe langer je dit volhoudt, hoe korter de bevalling duurt. Dit is een geweldig voordeel. Als de weeën echt onontkenbaar zijn geworden, ben je nog zo fris als een hoentje!

Deze wijsheid kun je destilleren uit de persoonlijke verhalen van vrouwen over hun bevalling. In Bevallen en opstaan (dat de technische ins en outs trouwens zeer helder en begrijpelijk uiteenzet) wordt terecht ook veel ruimte gegeven aan het persoonlijke relaas. Elke bevalling is uniek en juist daarom wil je meer dan algemeenheden. Als je een vreemd land gaat bezoeken, kun je ter voorbereiding beter een roman lezen die zich daar afspeelt dan een reisgids. Als je wilt weten hoe een bevalling gaat, moet je naar verhalen van personen luisteren.