Kiezen aan het kraambed; Ziekenhuis of thuis; Een achterhaalde discussie

Er valt volop te debatteren rondom het kraambed. Thuis bevallen of in het ziekenhuis? Pijn lijden of pijn bestrijden? Aan de borst of aan de fles? Luiers van plastic of van katoen? Iedereen is deskundig, aan stellige opvattingen geen gebrek. Een handleiding met feiten en argumenten.

Bevallen in het ziekenhuis. Verpleegsters grommen ongeduldig dat de weeën 'flut' zijn - als er na uren pijn nog maar twee centimeter ontsluiting is. De verloskamer oogt helemaal niet leuk op de videofilm die echtgenoot zou maken. En wat erger is: er lopen gynaecologen rond. Met altijd een tang of vacuümpomp in de aanslag om baringskanaal en integriteit te ruïneren.

Thuis bevallen. Echtgenoot vergeet op het moment suprême wat hem bij de zwangerschapsgym is geleerd. Buren vragen of het met dat schreeuwen niet wat minder kan. Het bed plakt van het bloed. En wat erger is: er loopt een vroedvrouw rond. Als ze al komen wil. (“Nog maar twee centimeter - en dáárvoor heeft u me wakker gebeld?!”)

Als voor- en tegenstanders van thuis- en ziekenhuisbevallingen met elkaar in discussie gaan, laat hun verstand het meestal afweten en wordt er schromelijk overdreven. Een bevalling is emotioneel ingrijpend en zo worden persoonlijke ervaringen opgeblazen tot doorslaggevende argumenten. Terwijl alle bevallingen verschillen van elkaar.

Anders dan in alle andere Westerse geïndustrialiseerde landen, waar een overgrote meerderheid in het ziekenhuis bevalt, kunnen Nederlandse vrouwen bij wie de zwangerschap zonder complicaties verloopt ervoor kiezen hun kind thuis ter wereld te brengen. Dankzij een infrastructuur van goed opgeleide verloskundigen en kraamverzorgsters bevalt hier ongeveer dertig procent van de vrouwen thuis. Veel minder moet dat volgens de overheid niet worden: bij 20 tot 25 procent zou het nauwelijks nog betaalbaar zijn die zogenoemde eerste-lijnshulp van vroedvrouwen in stand te houden. Minister Borst (Volksgezondheid) probeert daarom - samen met artsen, verloskundigen en verzekeraars tegen ziektekosten - te voorkomen dat deze trend naar steeds meer bevallingen in het ziekenhuis doorzet.

Tegenstanders van bevallingen in het ziekenhuis noemen als belangrijkste argument dat de verloskunde onnodig medicaliseert. In de Verenigde Staten, waar dat volledig het geval is, krijgt een kwart van de vrouwen een keizersnede. Gynaecologen zijn ervoor opgeleid alert te zijn op wat er fout kan gaan. Dus waarom zouden ze niet wat eerder ingrijpen? Onderzoek wijst ook uit dat in Nederland onder leiding van een gynaecoloog, zelfs bij bevallingen met een 'laag risico', relatief veel medische kunstgrepen worden toegepast.

Maar het is zo zeker nog niet of dat het gevolg is van een overdaad aan technologie. In essentie is een bevalling een kwestie van de hersenen en de baarmoeder. De hersenen maken het 'beval-hormoon' oxytocine. Dat veroorzaakt de weeën, die op hun beurt de baarmoedermond openen. Hoe meer oxytocine in het bloed, des te sneller is de baarmoedermond volledig ontsloten, en kan er worden gebaard. Tot zover is er niets aan de hand. Maar helaas, in dit geval, beschikt de mens ook over het stresshormoon adrenaline. Het is een uitstekend middel om 's ochtends wakker te worden en overdag aan de gang te blijven. Maar het is erg onhandig tijdens een bevalling, omdat het de toevoer van die cruciale oxytocine blokkeert. Daarom beginnen weeën ook zo vaak 's nachts: dan is het adrenalinegehalte het laagst.

Eerder dan aan overijverige gynaecologen is veelvuldig medisch ingrijpen waarschijnlijk aan die adrenaline te wijten, zeggen gynaecologen èn verloskundigen. Een ziekenhuis is onbekend terrein, dat kan stress en dus meer adrenaline veroorzaken, en dat bemoeilijkt weer de bevalling. Er moet oxytocine per infuus worden toegediend, wat tot een keten van andere ingrepen kan leiden. Veel verloskundigen hebben dan ook het adagium 'thuis ontsluit het beste' - en gynaecologen beamen dat niet zelden.

Vrouwen kiezen vaak voor het ziekenhuis omdàt ze een bevalling eng vinden. Dus beginnen deze vrouwen mogelijk al te baren met een hogere dosis adrenaline en zijn ze niet zomaar over één kam te scheren met vrouwen die, meer ontspannen, thuis bevallen. Alleen wanneer het lot zou aanwijzen wie waar bevalt, kunnen thuis- en poliklinische bevallingen verantwoord worden vergeleken. Zo'n onderzoek is nog niet uitgevoerd.

Het 'gerust gevoel'-argument bij de keuze voor het ziekenhuis is altijd terecht als tevoren duidelijk is dat er complicaties dreigen. Er zit ook wat in als echtgenoten neuroten zijn, kinderen liefst in de weg lopen of wanneer er, in geval van nood, onmogelijk een brancard van driehoog-achter een smalle trap af kan. Maar veiliger is een ziekenhuis niet per definitie: zelfs als de vuile vaat nog op het aanrecht staat aan te koeken, blijft het eigen huis een wonder van hygiëne in vergelijking met de massa's bacteriën in een ziekenhuis.

Ja maar, vraagt de nerveuze zwangere, wat overkomt me als er tijdens de thuisbevalling toch iets mis gaat en ik plotseling naar het ziekenhuis moet? Als er een file blijkt te staan, terwijl het kind al naar buiten komt? Dat laatste gebeurt zelden, tenzij er sprake is van een zogenoemde 'weeënstorm'. In dat geval wordt het kind als het ware gelanceerd, en haalt een vrouw zelfs de auto niet meer. Bij gewone weeën geldt dat er vrijwel altijd tijd genoeg is om in het ziekenhuis te komen. De meeste complicaties zijn door verloskundigen al in een vroeg stadium te ontdekken. Bovendien worden ook poliklinische bevallingen zonder medische indicatie als regel niet door een gynaecoloog begeleid; mochten zich toch complicaties voordoen en het is avond of nacht, dan moet deze arts evengoed eerst naar het ziekenhuis komen. En het in orde maken van een operatiekamer kost ook al gauw een half uur.

Vrouwen die thuis willen bevallen, kiezen vooral voor de 'natuurlijke omgeving'. Als alles goed gaat, kan het inderdaad gezellig zijn: men kan er desnoods de voltallige familie uitnodigen, kaarsen ontsteken of de hond aaien. Bij het tegenhouden van de ongewenste adrenaline kan het kalmerende effect van een natuurlijke omgeving bovendien nut hebben. Tenzij de kaarsen onvindbaar zijn of de hond loyaal meejankt bij het gillen om een wee. Dan wil het stresshormoon zich ook wel tegen de thuisbevalster keren.

In dat geval, en op ieder ander ogenblik dat thuis tegenvalt, kan de barende vrouw in Nederland gelukkig alsnog en probleemloos naar het ziekenhuis. Het dilemma 'thuis of ziekenhuis' is daarom achterhaald. In ons verloskundige systeem vullen beide mogelijkheden elkaar uitstekend aan. De meeste gynaecologen en vroedvrouwen zijn het daarover allang eens. Een vrouw baart het veiligst waar ze zich op haar gemak voelt.