JURRIAAN ANDRIESSEN 1925-1996; Nederig componist

Jurriaan Andriessen, die afgelopen vrijdag op 70-jarige overleed en gisteren in besloten kring in Den Haag werd begraven, was een musicus van het nu zeldzame soort, dat vóór 1800 normaal was. Hij zette zich af tegen 'de geïsoleerde componist, zoals die in de romantiek gestalte heeft gekregen.' Hij was er trots op 'gebruiksmuziek' voor allerlei doeleinden en bij tal van gelegenheden te schrijven.

Het componeren van toneelmuziek noemde hij 'een acte van nederigheid'. Dat soort componeren deed hij wel op het hoogste niveau: zo schreef hij Het Wonderlijk Uur voor het 50-jarig regeringsjubileum van koningin Wilhelmina in 1948, hij kreeg daarvoor de eerste Johan Wagenaarprijs. Voor de inhuldiging van koningin Beatrix in 1980 componeerde hij Entrata della regina.

Jurriaan Andriessen werd op 15 januari 1925 geboren als telg van de bekende kunstenaarsfamilie: zijn grootvader was de componist Willem Andriessen, zijn vader was de componist Hendrik Andriessen, zijn oom Mari was beeldhouwer, zijn oom Nico was architect, zijn vijftien jaar jongere broer Louis zou ook componist worden, net als zijn neef Jurriaan Andriessen, de vijf jaar geleden overleden zoon van Nico, die ook nog schrijver en tekenaar was.

Veelzijdigheid kenmerkte ook deze Jurriaan Andriessen, die studeerde aan het Utrechts Conservatorium, compositieles kreeg van zijn vader en van Olivier Messiaen en die orkestdirectie studeerde bij Willem van Otterloo. Van 1949 tot 1951 werkte hij met een beurs van de Unesco in de VS, waar hij in opdracht van Serge Koussevitzky de Tanglewood ouverture schreef. Zijn Berkshire symphonies klonken, gedirigeerd door Van Otterloo, in het Holland Festival 1950. De choreografen Balanchine en Robbins gebruikten het stuk bij het New York City Ballet voor Jones Beach. Van 1957 tot 1988 was Andriessen componist en muzikaal leider van de Haagse Comedie. Hij regisseerde kunst-tv-programma's voor de KRO, de NCRV en de NOS.

Andriessen schreef een groot en gevarieerd oeuvre voor musici van allerlei soorten en standen: symfonieën en andere orkestwerken, de opera Kalchas, balletmuziek, kerkmuziek, koorwerken, kamermuziek, stukken voor orgel, harmonieorkest, accordeon, amateurorkesten, dixielandband, carillon en midwinterhoorns en muziek voor hoorspelen en films, zoals voor Dorp aan de rivier en De Aanslag van Fons Rademakers. Zijn laatste toneelmuziek was Hamlet (1983) voor synthesizers, en Romeo en Julia (1984) voor koor met countertenor.

Onderscheid maakte Andriessen niet: “Ik doe alles door elkaar.” Een goed voorbeeld van die prettige en onbevooroordeelde veelzijdigheid waarin plaats was voor tal van musieksoorten is de symfonie Time Spirit (1970), een muziektheaterwerk voor klarinetsolo, symfonie-orkest, popmusici, ballet en diaprojecties met werk van de graficus M.C. Escher, uitgezonden door de NCRV-tv. Andere typerende titels zijn Ars antiqua musicae (1971) 'casual music for connoisseurs and amateurs', Beestenkwartet (1972) voor amateurorkest en Vijf nageldeuntjes naar Guido Gezelle (1972), een versie voor hoge stem en strijkkwartet van een van zijn eerste composities uit 1943.

Jurriaan Andriessen was ridder in de Orde van Oranje Nassau en van de Thaise Orde van de Witte Olifant.