Jacht en gewasschade (3)

Drs. E. Knegtering denkt te hebben vastgesteld dat jacht de gewasschade niet vermindert; hij heeft althans ondanks uitbundig zoeken in de literatuur daarover niets kunnen vinden.

Als de heer Knegtering even had gebeld met het Jachtfonds dat dit soort zaken behandelt, had hij de zaken op een rij gehad. Het aantal ganzen en smienten - soorten die veel landbouwschade veroorzaken - is de laatste jaren vertienvoudigd. De schade is daarmee navenant toegenomen. Als hij die schade voor boeren slechts 'vervelend' noemt, is dat een schoffering van de boer. Knegtering vindt de huidige versie van de Flora- en Faunawet inzichtelijker en consistenter. Dat zijn vele deskundigen niet met hem eens: de beoogde integratie van wetten is mislukt als een deel van de visserij niet eens is opgenomen. Daarnaast zegt de voorzitter van de Landelijke Commissie Groen van het openbaar ministerie, die wetgeving van LNV toetst, dat hij is geschrokken van de omissies in de wet.

Knegtering maakt echter een denkfout, die hem als leek weliswaar niet is kwalijk te nemen, maar die zijn hele verhaal op losse schroeven zet. Uit de voorbeelden die hij aanhaalt, blijkt dat hij vindt dat schadevermindering pas optreedt als aantalsregulatie is toegepast; minder dieren is minder schade. Dat is natuurlijk onjuist. Het effect van bejaging bij schadepercelen is juist dat door het schieten van enkele dieren er tevens honderden worden verjaagd. Die combinatie is in de praktijk effectief gebleken, dat had iedere boer hem kunnen vertellen.

De huidige Jachtwet, die zeer recentelijk nog is gewijzigd, is een goed functionerende wet waarin de belangen van de landbouw en de natuur goed zijn geregeld. Niet voor niets heeft mede daardoor ons land één van de rijkste wildstanden van Europa. Het zou niet verstandig zijn die wet te vervangen.