In Bulgarije tekent zich diepe sociale crisis af

Een incompetente regering, ruziënde politici en hervormingsangst hebben Bulgarije aan de rand van de afgrond gebracht en hebben geleid tot een diepe sociale crisis. Bejaarden voeden zich uit vuilnisbakken en er wordt op grote schaal gehamsterd met het oog op de komende winter: suiker, olie en meel verdwijnen uit de winkels.

In Bulgarije heerst paniek. In Bulgarije heerst ook armoede. Brood is in drie maanden in prijs verdrievoudigd, terwijl de oogst op de velden de slechtste in decennia belooft te worden. Vlees kunnen nog maar weinigen zich veroorloven. De kosten van verwarming zijn verdubbeld in vergelijking met vorige winter en zijn nu per maand even hoog als een gemiddeld maandsalaris of twee gemiddelde pensioenen. De prijs van elektriciteit wordt in september weer verhoogd en is dan meer dan drie keer zo hoog als aan het begin van dit jaar.

En dat terwijl de Bulgaren al zoveel prijsverhogingen achter de rug hebben dat hun reële inkomen in luttele maanden is gehalveerd: alle prijzen en tarieven zijn dit jaar verdubbeld of verdrievoudigd, van de BTW tot de post- en telefoontarieven en van vlees tot alcohol. Al in april rekende het blad Standart uit dat een gezin van vier personen per maand omgerekend 350 dollar nodig heeft om te leven. Het gemiddelde salaris is echter door een geweldige keldering van de waarde van de nationale munt, de lev, gedaald van 112 dollar in januari tot minder dan zestig dollar per maand. Het minimumpensioen is 12,50 dollar. Het gevolg: bejaarden en zigeuners eten uit vuilnisbakken. 28 procent van de Bulgaren zou het liefst emigreren (de Turkse minderheid doet dat ook door massaal naar Turkije te trekken). Bulgarije heeft inmiddels het laagste geboortencijfer van Europa en nergens in Europa is het niveau van de gezondheidszorg zo laag als hier. In veel ziekenhuizen moeten zieken zelf verbandgoed en voedsel meebrengen, want dat ontbreekt. De werkloosheid groeit met vier tot vijf procent per maand en de inflatie is opgelopen tot meer dan tachtig procent. Het nationaal elektriciteitsbedrijf NEK heeft geen geld om brandstof te kopen en centrales te repareren en dreigt in september de stroom helemaal af te sluiten. Vrijwel niemand weet vooralsnog hoe hij de komende winter moet doorkomen. Bulgarije is een land van armoe en corruptie geworden, een hekkesluiter in Europa, op elk gebied.

Te danken hebben de Bulgaren deze misère vooral aan de door de ex-communisten van de Bulgaarse Socialistische Partij BSP gedomineerde regering van premier Zjan Videnov. Die begon in 1994 weliswaar met een weinig benijdenswaardige erfenis, want ook haar anticommunistische tegenhanger, de Unie van Democratische Krachten (SDS) heeft jarenlang een halfslachtig hervormingsbeleid gevoerd. Maar de huidige regering heeft het de afgelopen anderhalf jaar allemaal nog veel erger gemaakt: hervormd werd er niet, privatiseringen bleven in dappere verbale verklaringen steken, verlieslijdende bedrijven werden met staatssubsidies in leven gehouden en de dreigende bankcrisis werd niet aangepakt tot banken massaal failliet gingen.

Het ene domme besluit volgde op het andere. Zo kregen graanhandelaren met goede (partij)banden met corrupte ambtenaren toestemming graan uit te voeren (tegen lage prijzen). Dat gebeurde op zo grote schaal dat er een graantekort ontstond en - in wat de graanschuur van Oost-Europa kan worden genoemd - brood zelfs in veel steden moest worden gerantsoeneerd. Nu moet Bulgarije (tegen hoge prijzen, en met geleend geld) graan importeren. De Bulgaarse televisie liet in een satirisch programma onlangs zien hoe een arbeider bij het laden van een trein met goedkoop exportgraan zijn hoed verloor en die hoed later weer aantrof in een trein met (hetzelfde, maar nu dure) importgraan. De graancrisis, zo schreef vorige week het blad Demokratsija, “maakt de mensen wanhopig, weerhoudt hen ervan op het land te werken en verandert het Bulgaarse landschap volgend jaar in een maanlandschap”.

Ook in tact blinken de ministers niet uit. Terwijl de verpaupering hand over hand toeneemt, worden ministers dronken in dure nachtclubs aangetroffen. De minister van Sociale Zaken zei onlangs dat inderdaad, de komende winter wel bejaarden zullen doodvriezen, maar zo zijn de wetten van de natuur nu eenmaal: alleen de sterksten overleven. Het beleid van de regering wordt in hoge mate bepaald door minachting voor de consequenties van haar beleid. Tachtig procent van de Bulgaren vindt haar blijkens peilingen incapabel.

De politieke partijen intussen lijken zich maar matig bezorgd te maken over de diepe crisis: zij hebben het te druk met ruziën, met elkaar en onderling. Binnen de regerende BSP wordt gevochten tussen hervormers en communisten. Binnen de SDS wordt geruzied over de hardhandige manier waarop voorzitter Kostov binnen deze partijencoalitie en binnen het partijblad Demokratisija de orde handhaaft. Bij de oppositionele boerenpartij BZNS heeft men net (en in haar afwezigheid) partijvoorzitter Anastasia Mozer de bons gegeven, hetgeen vraagtekens wekt over de geldigheid van het akkoord waarin de voltallige oppositie één kandidaat voor de presidentsverkiezingen, het was per slot van rekening Mozers handtekening die daar namens de BZNS onder stond.

En daar is verder nog het probleem van de twee belangrijkste kandidaten voor die presidentsverkiezingen, Georgi Pirinski (BSP) en Petur Stojanov (SDS), die beiden door de Centrale Kiescommissie zijn afgewezen omdat hun antecedenten of documenten niet kloppen: wéér een aanleiding voor nieuwe ruzies, nieuwe problemen en nieuwe onzekerheid.