Filmfestival Venetie; 1996

VENETIË, 29 AUG. De sterren verschenen vroeg dit jaar: voor paparazzi en handtekeningenjagers was het op de 53ste Mostra op de eerste dag al dringen. Enkele uren voor de première van Sleepers zaten naast regisseur Barry Levinson aan de perstafel in Hotel Excelsior vier van de hoofdrolspelers: Kevin Bacon en Jason Patric, en vooral Dustin Hoffman en Robert de Niro.

De bijna kaalgeschoren en met stoppelbaard getooide De Niro mompelde in de microfoon en was niet gediend van grapjes. Hoffman, die er met een gebruind hoofd en geföhnde kuif veel jonger uitzag dan zijn 59 jaar, liet zich alleen voor een minuut of twee verleiden tot een plichtmatige tirade tegen het Amerikaanse gevangenissysteem, dat “zoals Barry's film ook duidelijk laat zien” mensen tot beesten maakt.

Alleen de nieuwe ster Jason Patric verloor zijn goede humeur niet: op de wat onhandig gestelde vraag hoe hij aan zijn rol in de film was gekomen, antwoordde hij: “Ik was waarschijnlijk de enige acteur die voorhanden was - en zonder twijfel de goedkoopste.”

Na een dik half uur verlieten De Niro en consorten weer de zaal - ieder op weg naar een zonder twijfel moedeloos makende hoeveelheid round tables, one-on-ones, table hoppings en andere mini-interviews in de achterkamertjes van hun hotels. De komende dagen worden op het Lido nog tal van grootheden verwacht, van John Malkovich tot Jane Campion, en van Nicole Kidman tot Christopher Walken.

Zelfs de festivaljury lijkt geselecteerd op star appeal: in de bioscoopzaal kun je niet alleen de voorzitter Roman Polanski tegenkomen, maar ook Anjelica Huston en Paul Auster, die onder meer door zijn bijdragen aan Smoke en Blue in the Face de enige echte ster onder de Amerikaanse schrijvers is.

    • Pieter Steinz