Duitse deuken, deel twee

KEVELAER. Johannes Kuban heeft een asfaltvlakte met gepoetste auto's voor zijn woonhuis op een druk kruispunt in het Duitse Kevelaer. De kopers komen vanzelf, vooral uit Nederland. De Rijnlander ontvangt de klanten in zijn kantoor naast de keuken.

Twee zestien jaar oude Porsches, één wrak en één rijdend exemplaar, kosten 1.950 mark samen en een acht jaar oude Volkswagen Passat (huidige nieuwwaarde: 60.000 gulden) heeft een prijskaartje van 7.950 mark. Oude Mercedessen en Fords zijn spotgoedkoop.

Duitsers mijden deze auto's, want er zit geen katalysator onder. Toen de auto's werden gebouwd, was dat nog niet verplicht. Volgend jaar moeten bezitters van dergelijke onreine auto's een extra heffing betalen. Dus worden de oude beestjes verscheept naar Nederland, waar ze nog onbeperkt mogen dampen en roken.

Dertig jaar geleden importeerden Nederlanders opgelapte Duitse schade-auto's te herkennen aan de letters DD (Duitse Deuk) op het nummerbord. Dit keer hebben geen Duitse botsingen maar strenge Duitse milieuwetgeving een importgolf op gang gebracht.

Volgens schattingen van het ministerie van Verkeer en Waterstaat loopt de import van oude buitenlandse auto's dit jaar op tot 60.000. Daaronder vallen uiteraard ook aftandse Amerikaanse sleeën waar de deelstaat Californië graag van af wil, maar het meeste komt toch uit Duitsland. Kuban verdient aan het geringe milieubewustzijn van de Nederlandse automobilist. “Wrakken die ikzelf tegen betaling moet laten opruimen, kopen Nederlandse handelaars nog voor een krat Heineken”, zegt hij gelukkig.

De Poolse regering is modern en heeft de import van auto's, ouder dan tien jaar, verboden. Latere, oude modellen worden met heffingen bestreden van minimaal 4000 gulden. Ook Russen en Roemenen moeten milieuheffingen betalen aan de grens. Nederlanders importeren auto's die ouder zijn dan acht jaar belastingvrij. Elke zaterdag staan de geïmporteerde oude BMW's 325i Cabriolet, supersnelle Ford Escorts en Golf GTI's voor bescheiden prijzen in De Telegraaf.

In Venlo kachelen heel wat oude Mercedessen met Nederlandse nummerborden rond. Deze toestand zint de Venrayse Roverdealer Koos van Haren niet. Hij heeft voor het eerst van zijn leven de milieubeweging aangeschreven omdat de vervuilende Duitse concurrentie de bij hem ingeruilde auto's waardeloos maakt. “Wij denken en hopen dat U het met ons eens bent dat wij op milieugebied elkaar best nodig hebben”, schreef hij aan Natuur en Milieu. Antwoord is totnogtoe uitgebleven.

De bewoners van de Nederlands-Duitse grensstreek zijn gewend aan de eb en vloed van kopers van sigaretten, benzine, auto's of andere goederen die de ene overheid meer wil afremmen dan de andere. De grens maakt handel mogelijk, zo is het altijd geweest. De toevloed van vuile auto's geeft Nederland een Derde-Wereld-tintje. “Je haalt een hoop troep naar binnen”, zegt de Venlose Forddealer Bart van den Hombergh. “De auto's die hier al zijn, hoeven niet weg. Maar het gaat wat ver om vervuilende auto's uit het buitenland in te kopen.”

De Duitse overheid vindt het milieu nu eenmaal belangrijker dan de Nederlandse. Auto's zonder rookkuiser bevorderen het “Waldsterben” en moeten daarom zo snel mogelijk van de weg af. Niemand mag nog op straat zijn auto wassen. Daar zijn speciale gelegenheden voor. Supermarkten die motorolie verkopen, hebben inzamelvaten voor afgewerkte olie. Wie in Nederland olie ververst, moet maar zelf zien hoe hij van het uit het karter gedropen vuile goedje af komt. Vandaar dat er in Nederland heel wat meer motorolie wordt verkocht dan ingezameld. Waar het overschot blijft, weet niemand.

Duitse autodealers doen mee om oude auto's van de weg te halen. De koper van een nieuwe Opel krijgt 4.000 mark voor zijn oude wagen zonder katalysator terug die dan volgens de regelen der kunst in milieuvriendelijk afval wordt verwerkt. De Duitse Opeldealer Josef Maassen is soms wat jaloers op het gemak waarmee in Nederland alles schijnt te lukken. Maassen: “Als een Hollander al één jaar geld verdient, wachten wij nog op de vergunning, zeggen ze wel bij ons”.

Al deze speciale milieu-eisen kosten de Duitse automobilist geld. De parlementen van deelstaten en van de bondsregering zijn doortastend opgetreden met steun van de kiezers die bijna allemaal auto rijden. Nederlandse automobilisten zijn zuinig met het milieu, dat wil zeggen, ze hebben er niet veel geld voor over. De solidariteit met de natuur blijft bij een stel fietsen op het dak of een Greenpeace-sticker op de bumper. Vooral milieubewuste burgers beschouwen het bezit van een goedkope, oude auto als nobel. De gammele bak is bedoeld als anti-status-symbool. De nieuwe mobiliteitsplannen van het kabinet spelen geheel in op de krenterigheid van de Nederlandse automobilist: lastenverzwaringen zijn uitgesloten. Hoewel het “miljeu” veel wordt genoemd, gaat het er vooral om de automobilist meer te laten opschieten in het verkeer.

Toen de katalysator nog niet verplicht was, stelde Ford-dealer Lou van den Hombergh zo'n ding voor 400 gulden beschikbaar aan de klant. “Er was niemand die hem toen wou hebben”, zei hij. “Misschien dat ze de katalysator nog niet eens voor niks wilden, want het kan kapot gaan. Alleen als je de namen in de krant zou zetten, dan willen ze allemaal een katalysator”.