Doorsnee-Braziliaan schiet PSV naar derde seizoenzege

VOLENDAM, 29 AUG. Ze worden niet gezaaid en ze groeien ook niet aan bomen. Maar de bron van Zuidamerikanen met uitzonderlijk voetbaltalent lijkt onuitputtelijk. Vooral in Brazilië wemelt het van jongens die iets met een bal kunnen wat hier in Nederland voor onmogelijk wordt gehouden.

Zelfs jeugdopleidingen met de beste bedoelingen brengen geen voetballers voort die, zoals Brazilianen, met de bal aan de voet zijn opgegroeid. Tovenaars zijn het, die Brazilianen, altijd al geweest. Tegenwoordig heten ze Romario, Ronaldo of Giovanni, een mannetje van Santos (de club van Pelé!) die sinds deze zomer zijn kunsten bij Barcelona vertoont.

Zaterdag mag een allegaartje van Brazilianen, voornamelijk jongens die op de Olympische Spelen voetbalden, de grasmat van de Amsterdam Arena op zijn juiste waarde schatten. Dan zullen ze tegen het Nederlands elftal hopelijk eens een nummertje ten beste geven waar ze in Amsterdam van zullen smullen. Laten we hopen dat de Brazilianen zin hebben in een exhibitie, want daar zijn we in Nederland wel weer eens aan toe. Marcelo Ramos Silva, ook een Braziliaan, ontbreekt overmorgen in Amsterdam. Een aardige voetballer weliswaar, maar meer van het niveau van een doorsnee-Braziliaan. Voor deze PSV'er is geen plaats in de ploeg van bondscoach Zagalo.

Marcelo - zoals alle Brazilianen gezegend met een troetelnaam - is geen jongen van het bijzonder hoge gehalte dat Romario en Ronaldo kenmerkt. Bij PSV nemen ze tegenwoordig met minder genoegen. De tovenarij van het duo mocht dan menigmaal voor een aantrekkelijke wedstrijd zorgen, enige regelmaat in de séances was er niet. Van wonderkinderen uit Braziliaanse sloppenwijken valt nu eenmaal geen aangepast gedrag te verwachten zolang ze als voetballers worden bewonderd. Misschien dat PSV meer sociale vaardigheden van Marcelo kan verwachten. Hij is niet zo uitzonderlijk, hij voetbalt niet zo uitzonderlijk, dus zal hij minder onaantastbaar zijn dan zijn uitzonderlijke voorgangers.

Hij valt niet eens op, die gewone 23-jarige Marcelo. Hij is in de uitwedstrijd van PSV tegen Volendam de vervanger van Luc Nilis, die evenals Marc Degryse is geselecteerd voor het Belgische elftal. Wanneer Marcelo aan de bal is houdt niemand de adem in, zoals dat bij Romario, Ronaldo of Giovanni gebeurt. De nummer 10 van PSV is een kleine voetballer zonder opvallende bewegingen. Veel is hij niet aan de bal. Maar hij werkt hard, laat zich niet opzij zetten en staat altijd klaar om te scoren. Precies zoals Piet de Visser, de Nederlandse voetbalverkenner die hem in Brazilië aan het werk zag, het PSV had gezegd.

Marcelo speelde aanvankelijk bij Bahia, maar verhuisde vorig jaar naar Cruzeiro in Belo Horizonte, waar hij topscorer werd met 23 doelpunten. Scoren doet hij zonder er bij na te denken. In Volendam won PSV gisteren met 3-1 door drie doelpunten van Marcelo. Na 19 minuten schoot hij uit een hoekschop van Jonk enigszins fortuinlijk raak, twee minuten na rust frommelde hij de bal na een actie van Eijkelkamp over de doellijn en tien minuten later stond hij volkomen vrij voor het doel en scoorde hij uit een pass van Jonk. Verder viel hij niet op.

Voor slechts 3.500 toeschouwers trof PSV na NEC en FC Groningen weer een degradatiekandidaat. Volendam maakt zich geen illusies. Een handvol eerstejaars profs getraind door een trainer (Hans van der Zee) die vorig jaar nog de amateurs van Kozakken Boys begeleidde, maakt weinig kans zich te handhaven in de hoogste klasse. PSV had dan ook geen enkele moeite met de Volendammers.

Drie gemakkelijke overwinningen op zwakke tegenstanders zouden kunnen leiden tot overmoed bij PSV. Maar wat heeft PSV te vrezen? In Amsterdam zijn de grote monden gesnoerd, is de hype doorgeprikt, zakt de een na de ander door zijn enkels en tast de trainer zowaar in het duister. In Eindhoven spelen Jonk, Cocu, Stam, Eijkelkamp, Degryse en Nilis als engelen. En wanneer God het laat afweten, scoort Marcelo.