De term 'globalisering' verdient wantrouwen

Globalisering mag met recht de nieuwe kop van jut worden genoemd. Meestalwordt het begrip van stal gehaald door leiders van multinationale ondernemingen aan de vooravond van een reorganisatie. Zo sprak de president-directeur van Philips, Jan Timmer, aan de vooravond van de operatie Centurion dreigende woorden en leek Europa een niet meer te redden continent.

Timmer maakte in elk geval overduidelijk dat de tijd van 'Debiteuren-Crediteuren' definitief over is. Nederland moet de handen weer uit de mouwen steken anders worden we weggevaagd door het Aziatische geweld, zo was ongeveer de boodschap.

Veel diepgang kent de boodschap overigens niet. Veel meer dan een opsomming van bevolkingsaantallen en koopkrachtpotentie is het niet. En inderdaad als we kijken naar Azië dan zien we veel mensen met een nog gebrekkige maar snelstijgende koopkracht. Kaasje voor de koopman, want die 1,1 miljard Chinezen willen ook graag tv kijken en wellicht zit er op termijn ook nog een magnetron in.

Het is op deze massale inzet van produktiemiddelen waar de analyse van de befaamde econoom Paul Krugman aanhaakt. In zijn vermakelijke boekje 'Pop-Internationalism' is hij niet al te zeer onder de indruk van het Aziatische wonder. Hij ziet het gewoon als een uitvloeisel van het massaal inzetten van grondstoffen en mensen en ziet nauwelijks voorbeelden van echte produktiviteitsgroei, laat staan een wonder.

Als we dan ook nog weten dat volgens een onderzoek van Deloitte & Touche (NRC Handelsblad, 6 augustus) Amerikaanse multinationale ondernemingen in Europa nog steeds driemaal zo veel investeren als in Azië, vraag je je af waar we ons zo druk over maken. Tot zoverre de traditionele visie op globalisering en de kritiek daarop, waarbij toch de teneur is dat het voor het Westen vooral slechts brengt, maar voor de ontwikkelingslanden (in elk geval Azië) toch wat goeds.

Tot mijn grote verbazing blijkt Robert Savio, directeur-generaal van Inter Press-service, weer een volledig andere kijk op de zaak te hebben (NRC HANDELSBLAD, 10 augustus). Zijn verhaal begint met de zinsnede dat “het globaliseringsproces vernieuwend, veel omvattend en snel in opmars is en het vermogen tot analyse te boven gaat”.

Ofschoon ik mijn twijfels heb over zowel de snelheid als het vernieuwende van het globaliseringsproces (immers, waar vergelijk je mee?), ben ik het met Savio eens dat het ons en in ieder geval zijn vermogen het te analyseren volledig te boven gaat. Volgens Savio maakt de globalisering niet onze economie kapot, maar juist die in Indonesië, Taiwan en Zuid- Korea.

Deze conclusie trekt Savio uit het feit dat Nike de salarissen in deze gebieden nauwelijks verhoogt en indien daar toe gedwongen naar een ander land verhuist. Vooral het feit dat Nike zijn schoenen voor een veelvoud van het bedrag verkoopt waarvoor ze gemaakt zijn, zit hem dwars en nog meer dat de voornaamste winst van Nike bij Michael Jordan terechtkomt.

Dit moge waar zijn en feitelijk meer een kenmerk van onze markteconomie dan van globalisering, maar daarom leidt het nog niet per se tot meer armoede en ongelijkheid in de wereld, zoals Savio stelt. Het inleidende deel van dit verhaal dient hem in feite al van repliek.

Wie is er nu eigenlijk bang voor wie? De spectaculaire groeicijfers van de Aziatische regio en het feit dat groei gepaard gaat met een gelijkmatige inkomensverdeling is juist een van de meest opzienbarende fenomenen van de jaren '90. De investeringen van de Koreanen in Europa zijn een tweede bewijs datde investeringen van Nike en con sorten wellicht toch vruchten hebben afgeworpen of op termijn doen.

Dit alles hangt samen met iets wat voor gewone stervelingen ook buitengewoon moeilijk valt waar te nemen, namelijk de interne dynamiek van de economie. De lonen van Nike mogen dan laag zijn, ze zijn veelal toch hoger dan de lonen die betaald worden bij lokale ondernemingen. En het zijn die lonen die in combinatie met het alom aanwezige ondernemerschap en zo mogelijk begeleid door een niet corrupte overheid een economie van de grond (take-off) kunnen tillen.

Behalve op Nike wijst Savio ook op het speculatiekapitaal dat maar daarheen gaat waar het winst kan maken en allerhande milieuwetten aan zijn laars lapt om zijn globaliseringsgelijk te halen. Savio heeft blijkbaar, ofschoon hij toch bij een persdienst werkt, de laatste tijd de krant niet bijster goed bijgehouden en de avonturen van Shell en Heineken niet gevolgd. Het speculatiekapitaal blijkt namelijk, mede als uitvloeisel van die verdomde globalisering, helemaal niet zo gemakkelijk met de wereld te kunnen sollen.

Het verhaal van Savio is het zoveelste voorbeeld van iemand die de globalisering aanroept om zijn eigen belangen en beelden uit te dragen en het is dan ook om die reden dat het globaliseringsbegrip ten zeerste dient te worden gewantrouwd.