Cambodja ontdekt verleden en de Rode Khmer verdwijnt

PHNOM PENH, 29 AUG. “Vandaag ook 168 kinderen gedood op een totaal van 178 verdelgde vijanden” - een routineus, handgeschreven zinnetje uit een Rode-Khmerrapport, gedateerd 1977, opgesteld in het martel- en executiecentrum Tuol Sleng. Gruwelijke details uit die tijd houden de Cambodjanen meer bezig dan de Rode Khmer nu, die zichzelf heeft geïsoleerd en steeds verder desintegreert.

In de jaren tachtig gaf de toenmalige communistische regering van Cambodja op dat onder het Rode-Khmerregime, tussen april 1975 en januari 1979, drieëneenhalf miljoen mensen door geweld, honger en ontberingen om het leven waren gekomen. Het getal was gespecificeerd tot op het laatste slachtoffer. Hoewel geen enkele buitenlandse deskundige de omvang van het Cambodjaanse drama wilde bagatelliseren, leek het getal van 3,5 miljoen veel te hoog. In een land waar het bevolkingsregister verloren was gegaan was het onmogelijk een zo nauwkeurig dodenaantal op te geven. Duidelijk was op dat moment dat de regering, die in het zadel was geholpen door de Vietnamezen, de slachtoffers van Pol Pot gebruikte in de propaganda, niet allen tegen de Rode Khmer zelf, maar ook tegen een groot deel van de buitenwereld, waaronder het Westen, die de Vietnamese invasie van Cambodja scherp had veroordeeld.

Algemeen werd toen aangenomen dat op een bevolking van 7,9 miljoen Cambodjanen (1975) in drieëneenhalf jaar tijd een miljoen het leven lieten, maar bewezen werd het nooit. In 1991 begon de vredesoperatie van de Verenigde Naties in Cambodja, die leidde tot vrije verkiezingen in '93 en pas daarna kon onafhankelijk onderzoek naar de donkere Rode-Khmertijd worden gedaan. Een team van de Amerikaanse Yale-universiteit traceerde de afgelopen twee jaar 8.000 massagraven. De onderzoekers van het Cambodjaanse Genocide Programma, dat is gefinancierd door de Amerikaanse regering, schatten aan de hand van satellietopnamen dat er nog 12.000 andere massagraven bestaan. Het gemiddelde aantal lichamen in de graven bedroeg 100, zodat kan worden aangenomen dat om en nabij de twee miljoen mensen in Pol Pots 'Democratisch Kampuchea' stierven, meer dan een vijfde van de bevolking.

De opvallendste ontdekking van de Amerikaanse wetenschappers was het archief van de Rode Khmer. Het maoïstische regime hield destijds de statistieken van executies en vervolgingen nauwgezet bij. Volgens de leider van het Genocide Programma, Craig Etcheson, wilden de ondergeschikten van Pol Pot met hun punctuele rapportage hun trouw bewijzen om daarmee zelf buiten schot te blijven. Etcheson ziet een patroon bij massamoordenaars. “Alle industriële moordmachines van de twintigste eeuw beschikten over een zeer precieze 'boekhouding'. Stalin, de nazi's, alles keurig bijgehouden. Misschien hoort dat wel bij de aard van degenen die grote aantallen mensen selecteren voor uitroeiing.”

Het onderzoeksteam zegt ook over documenten te beschikken waaruit de directe betrokkenheid van Pol Pot en zijn naaste medewerkers Khieu Samphan en Son Sen bij de genocide blijkt. Net als Pol Pots voormalige rechterhand Ieng Sary heeft Khieu Samphan zich in alle mogelijke bochten gewrongen om zijn betrokkenheid bij en de totale omvang van de genocide te bagatelliseren. Khieu heeft ooit toegegeven dat een groot aantal mensen door toedoen van de regering waar hij deel van uitmaakte om het leven is gekomen, maar hij voegde er aan toe dat de term genocide niet van toepassing was, omdat de slachtoffers tot het eigen volk behoorden.

De naam van Ieng Sary, die onder Pol Pot minister van Buitenlandse Zaken was, is door de Amerikaanse onderzoekers nog niet rechtstreeks in verband gebracht met de massamoorden. Ieng Sary zei deze week in een vraaggesprek met de Bangkok Post dat hij niet verantwoordelijk was voor de 'killing fields' en met Pol Pot vaak van mening had verschild. “De media hebben een grote fout gemaakt door mij als 'Broeder Nummer Twee' (Pol Pot heette Broeder Nummer Een) of als 'Rechterhand van Pol Pot' te betitelen”, zei Ieng Sary. Waarnemers hechten weinig geloof aan de lezing van Ieng Sary. Het tegenspreken van Pol Pot stond destijds gelijk met zelfmoord en van Ieng Sary zijn uit de tijd van 'Democratisch Kampuchea' alleen maar lofliederen op het systeem bekend. In een vraaggesprek met een buitenlandse verslaggever liet hij zich ooit ontvallen dat het communisme van de Rode Khmer in Cambodja “puur als een kristal” was.

Van Pol Pot is sinds zijn verdrijving uit Phnom Penh in 1979 officieel nooit meer iets vernomen. Hij woonde in de oerwouden van West-Cambodja, aan de grens met Thailand, waar de Rode Khmer zich terugtrok en een guerrillaoorlog tegen het centrale gezag begon. Tot op de dag van vandaag hebben de Rode Khmers daar een - steeds kleiner wordend - gebied in handen. In juni maakte een commandant van de Rode Khmer bekend dat Pol Pot aan malaria was gestorven, een bericht dat door Khieu Samphan, sinds midden jaren tachtig de officiële leider van de beweging, is bevestigd noch ontkend.

De Rode Khmer is intussen geen schim meer van de maoïstische massabeweging die het was. De neergang begon toen de groep zichzelf buitenspel plaatste bij de verkiezingen van 1993. Dat betekende dat de Rode Khmer zich isoleerde bij de nationale verzoening. Na de totstandkoming van een coalitieregering liepen steeds meer Rode-Khmerstrijders over naar het nieuwe regeringsleger. Het aantal rebellen liep terug van een geschatte 30.000 tot minder dan 10.000 nu. Alleen dankzij de handel in edelstenen en hout, via Thailand, en de nauwelijks verholen steun van Thaise militairen houdt de Rode Khmer nog stand.

Gisteren bevestigde Ieng Sary dat hij heeft gebroken met de 'factie Pol Pot'. Zijn Democratische Nationale Verenigde Beweging, die zou kunnen rekenen op de helft van de overgebleven rebellen, zal samenwerken met de regering in Phnom Penh en streven naar nationale verzoening. De eerste premier van Cambodja, prins Norodom Ranariddh, heeft positief gereageerd op het vredesaanbod en gezegd dat de voormalige Rode-Khmerleider amnestie zal krijgen. Voor de Rode Khmer betekent dit schisma vrijwel zeker de ondergang. De geringe omvang die de beweging nog had, is met het vertrek van Ieng Sary nog eens gehalveerd.