Bijdrage omroep mag hoger

DEN HAAG, 29 AUG. De provincies mogen vanaf 1 januari 1997 de omroepbijdrage jaarlijks met tien gulden verhogen voor de realisatie van regionale publieke televisie. Deze opslag moet ongeveer veertig miljoen gulden opleveren. Staatssecretaris Nuis (Media) zal uit de omroepbegroting een zelfde bedrag beschikbaar stellen. Dit heeft Nuis gisteren in de brief aan de Tweede Kamer meegedeeld.

De plannen voor het invoeren van regionale televisie leken vast te lopen nadat het NOS-bestuur vorige week besloot niet akkoord te gaan met de plannen voor financiering van de regionale vensterprogrammering op de landelijke televisie. Sommige omroepen leken daardoor echter in financiële problemen terecht te komen, omdat de voorbereidingen al in een vergevorderd stadium waren. Het is nu de bedoeling dat op Nederland 2 volgend jaar elke dag ruimte komt voor uitzendingen van de regionale omroepen. Aanvankelijk zou daar al volgende maand ruimte voor beschikbaar worden gesteld.

Staatsecretaris Nuis verbindt aan zijn voorstel wel de voorwaarde dat provincies met een omroepplan komen waarin duidelijk wordt wat de omroepactiviteiten in de provincie zijn. Het omroepplan moet voldoen aan de voorgeschreven hoeveelheden cultuur, informatie en verstrooiing. Het is bovendien noodzakelijk dat de reclamemaatschappijen STER (landelijk) en ORN (regionaal) hun beleid en eventueel hun organisatie integreren.

Nuis had al eerder overeenstemming bereikt over de medefinanciering van de regionale televisie met het Interprovinciaal Overleg (IPO). Het IPO geeft aan dat tien provincies bereid zijn om op 'vijftig-vijftigbasis' financieel bij te dragen. De provincies Noord-Holland en Zuid-Holland voelen er niet voor een tientje extra aan hun inwoners te berekenen. Er wordt daar naar een andere oplossing gezocht.