Banken moeten na Co op beter voor belegger zorgen

ROTTERDAM, 29 AUG. Waar begint het risico voor beleggers die geld steken in effecten en waar houdt de aansprakelijkheid van de bank op die deze effecten aan het beleggende publiek verkoopt? In Nederland was dat tot voor kort een grijs gebied, maar gisteren heeft de rechtbank in Amsterdam wat meer helderheid geschapen.

ABN Amro, de bank die in Nederland veruit het grootste marktaandeel heeft in de plaatsing en de handel in aandelen en obligaties, werd gisteren veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan beleggers in obligaties van het Duitse detailhandelsbedrijf Co op. Hoeveel schade betaald moet worden, zal nog vastgesteld moeten worden. De race is nog niet gelopen voor de gedupeerde beleggers in de Co op obligaties, die al ruim zes jaar procederen. De kans dat ABN Amro in hoger beroep gaat is groot.

De rechtbank in Amsterdam heeft een uitspraak gedaan die veel verder reikt dan alleen de Co op zaak. Een bank die effecten plaatst bij het grote publiek heeft een zelfstandige taak om onderzoek te doen naar de financiële positie van het bedrijf dat de effecten uitgeeft. Of dat onderzoek bij de Co op emissie tot een wezenlijk andere beleidslijn van ABN Amro zou hebben geleid, vindt de rechtbank een vraag die niet ter zake doet.

Het simpele feit dat ABN Amro na een vragen oproepend accountantsonderzoek over Co op geen “kritische besprekingen” met Co op en/of de opstellers van het rapport is aangegaan, weegt zwaar. Ook het afhaken van Deutsche Bank bij de emissie heeft ABN Amro niet verder besproken. Dat had zij wel moeten doen. Bij elkaar is deze nalatigheid genoeg reden om te zeggen dat de bank niet geslaagd is om schuld aan het misleidende prospectus af te wimpelen.

De uitspraak versterkt de tendens op de Nederlandse financiële markten om banken bij de verkoop van effecten en beleggingen een zware zorgplicht toe te kennen. Dat speelt een grotere rol naarmate de effecten die aangeprezen worden een lager risicogehalte hebben.

Twee jaar geleden tikte de onafhankelijke klachtencommissie van de effectenbeurs zakenbank MeesPierson, dochter van ABN Amro, op de vingers. MeesPierson moest beleggers 20 miljoen gulden schadevergoeding betalen. De bank had enkele honderden klanten in EMS-beleggingsfondsen te laat geïnformeerd over een ernstige crisis op de valutamarkten, die de waarde van hun (als vrijwel risicoloos betitelde) beleggingen omlaag sleurde. ABN Amro zelf stelde vorig jaar aandeelhouders in Smit Transformatoren schadeloos. Dat kostte enkele tientallen miljoenen guldens. ABN Amro leidde de beursintroductie in 1994 van dit bedrijf. Kort daarop deed zich de ene na de andere tegenvaller voor. ABN Amro erkende bij de schadeloosstelling uiteraard geen enkele schuld of aansprakelijkheid. Het vonnis van de rechtbank betekent ook dat de banken zich keurig aan de regels van de beurs (die een complete checklist heeft) voor emissies kunnen houden en toch tekort kunnen schieten. Daarmee gaat het vonnis nog een stapje verder dan de 'Amerikaanse toestanden' die de banken vreesden. In Amerika is de procedure rond een beursgang streng geformaliseerd en zonder een team juristen niet te voltooien. In Nederland zijn nu de formele regels van de beurs verscherpt en doet de rechter ook nog een extra duit in het zakje.