Balans in Rijksbegroting; Duisenberg wil pact voor stabiliteit

AMSTERDAM, 29 AUG. Parlement en regering in Nederland zouden in verband met de Economische en Monetaire Unie (EMU) een “nationaal stabiliteitspact” moeten sluiten. Daarin moet worden vastgelegd dat de rijksbegroting vrijwel in balans wordt gebracht.

Dat vindt president dr. W. Duisenberg van De Nederlandsche Bank. Hij deed zijn aanbeveling vanmorgen impliciet in een toespraak op een bijeenkomst in het Oostenrijkse Alpbach. Een nationaal stabiliteitspact betekent dat het structurele tekort op de nationale begroting dicht bij een begrotingsevenwicht moet worden gebracht.

Duisenberg uitte zijn opvatting in het kader van Europese geprekken over een stabiliteitspact, waarin de toekomstige deelnemers van de EMU afspreken het begrotingstekort verder te reduceren dan het maximum van 3 procent dat toegang geeft tot de muntunie. Dat idee is een jaar geleden gelanceerd door de Duitse minister van financiën Theo Waigel, en door hem recentelijk als eerste nationaal gelanceerd.

Duisenberg zei dat de aanname van een nationaal stabiliteitspact Europese landen kan helpen toegang tot de muntunie te bewerkstelligen, zelfs als de toetredingsnorm van een begrotingstekort van maximaal 3 procent in 1997 niet wordt gehaald. Het Verdrag van Maastricht, zei hij, “bepaalt namelijk dat bij de afweging of een lidstaat een excessief tekort heeft, rekening moet worden gehouden met alle andere relevante factoren, met inbegrip van de economische en budgettaire situatie van de lidstaat op de middellange termijn.”

Wanneer een lidstaat zich door middel van een stabiliteitspact heeft verplicht het structurele begrotingstekort in enkele jaren terug te brengen tot om en nabij een begrotingsevenwicht, dan “zou dit een positieve factor kunnen zijn bij de beoordeling”. Duisenberg vindt het daarbij wel van belang dat een bindende toezegging wordt aangegaan, en verwijst naar Waigels voorstel om in Duitsland door middel van een nationaal stabiliteitspact het streven naar begrotingsevenwicht vast te leggen. “Dat zou ook door andere landen kunnen worden opgepikt.”

Eerder deze week pleitte president Alexandre Lamfalussy van het Europese Monetaire Instituut (EMI) voor een Europees stabiliteitspact. Het EMI is de voorloper van de Europese Centrale Bank (ECB), die in 1999 tegelijk met de muntunie begint. Duisenberg volgt Lamfalussy medio 1997 op als EMI-president en geldt als kansrijk voor het ECB-presidentschap.

Duisenberg liet vanmorgen in het midden of het monetaire beleid van die ECB alleen moet worden gebaseerd op het volgen van de groei van de geldhoeveelheid als voorloper van inflatie, zoals de Duitse Bundesbank dat nu doet, of dat meer economische en monetaire variabelen ten grondslag moeten liggen aan monetaire beleidsbeslissingen, zoals elders vaak gebeurt.