Ambassade in Suriname is een ordinair kantoor

De brand in Paramaribo op 1 augustus, waarbij drie gave achttiende-eeuwse panden, verloren gingen is een jammerlijke zaak. Dat wij daarvan opgeschrikt werden, niet direct. De geschiedenis van deze stad wordt in belangrijke mate bepaald door grote branden.

Dat de voorzitter van de Bond van Nederlandse Architecten, Carel Weeber, hierover zijn medeleven toont op deze pagina (8 augustus) is zeer prijzenswaardig. Zijn recente deelname aan een congres van de Unie van Architecten in Suriname (uAS) heeft hem voldoende inzicht verschaft voor een deskundig oordeel over de architectonische en stedenbouwkundige stand van zaken in onze hoofdstad.

Zijn kritiek op het nieuwe ambassadegebouw van het Koninkrijk der Nederlanden schijnt echter voor sommigen moeilijk te verteren te zijn. Zijn opmerkingen hierover op het UAS-congres schoten de Nederlandse ambassadeur reeds in het verkeerde keelgat. Van oorsprong Antilliaan, voelt Weeber natuurlijk direct aan hoe misplaatst dit gebouw wel is. Als een nieuwe Karel Doorman ligt het daar in Paramaribo, schijnbaar gestrand bij het opvaren van de Sommelsdijckse kreek.

Vermakelijk wordt het daarom als Maarten Kloos tegenwerpt dat Weeber niets van de situatie te Paramaribo snapt (NRC HANDELSBLAD, 15 augustus). Meneer Kloos is misschien een weekje langer dan Weeber in Suriname geweest, maar zijn weergave van meningen over de ambassade zeggen niets.

De UAS heeft tot nu toe geen behoefte gehad commentaar te geven op dit bouwwerk. Dat Surinaamse vakgenoten last zouden hebben van enige jalousie de métier is een lachertje. De Surinaamse architect weet allang dat de ambassade puur een handelsvertegenwoordiging is. Het gaat er daarbij om, zoveel mogelijk van de zogenaamde ontwikkelingshulp terug te laten vloeien naar Nederland. De aandacht van de Surinaamse architect gaat dan ook uit naar een heel ander gebied.

Maar desgewenst willen wij wel aangeven waarom het ambassadegebouw een misser is. In de eerste plaats door de gemiste kans om een bijdrage te leveren aan de monumentale binnenstad door (zoals Weeber suggereerde) een aantal in verval zijnde historische panden op te kopen en te restaureren tot ambassadecomplex. Een idee dat overigens enkele jaren geleden reeds door een vooruitziende Surinaamse aan de ambassadeur is aangeboden.

In de tweede plaats het gebouw op zichzelf. Voor je met een ontwerp begint zou een architect eerst de grondslag voor het gebouw moeten onderzoeken. Er achteraf achter komen dat je dwars door een ondiep gelegen zandlichaam heen moet ponsen om vijftig meter diep pas voldoende grondslag te vinden, getuigt van onvoldoende vooronderzoek.

Qua oriëntatie situeer je een gebouw in Paramaribo liever met zijn lengte-as oost-west, zodat de gevels minder door de zon beschenen worden. Als dat niet kan door de ligging van het terrein (zoals hier: noord-zuid), dan wordt de windzijde van het gebouw bepalend voor het ontwerp. Dat zijn de oostgevel, georienteerd op de noordoost-passaat en de westgevel, waar de hete middagzon op staat. Dit zou moeten resulteren in een asymmetrische opzet, waarbij de verblijfsruimten aan de windzijde zijn gesitueerd, de dienstruimten aan de windzijde, en ruimten als toiletten, archiefruimten etcetera als buffer aan de warme middagzonzijde. Wat zien we hier? Een volmaakt symmetrische opzet die de koele en warme zijde van het gebouw totaal negeert.

In de derde plaats zijn er de bouwkosten van vijftien miljoen gulden. Het resultaat van een onjuiste constructie en verkeerd materiaalgebruik. De grondslag vraagt om lichtgewicht materialen. Het vochtige tropische klimaat vraagt om niet-warmte-accumulerende materialen. Wat zien we hier? Zware en steenachtige materialen.

In de vierde plaats, ten slotte, is er de ruimtelijke opzet. Een aaneenschakeling van kamers aan een gang. Nergens een hoofdingang naar een culminatiepunt toe.

Kortom: een ordinair kantoorgebouw. Hopelijk hoeft men Hare Majesteit daar nooit te verwelkomen. Zo'n smal achterdeurtje is toch maar niets.