Wie is er bang voor de eenzame wolf Van Gogh?

Blind Date. Regie: Theo van Gogh. Met: Peer Mascini, Renée Fokker, Roeland Fernhout. In: 7 theaters.

De alomtegenwoordigheid in de media van interviewer, columnist en provocateur Theo van Gogh (Den Haag, 1957) doet wel eens vergeten dat hij eigenlijk filmregisseur is, en wel een van de beste van Nederland. In Van Goghs eerste vijf bioscoopfilms ging een groot, maar weerbarstig talent vaak schuil achter kinderachtige boutades en persoonlijke afrekeningen met zijn vele vijanden. Nummer zes, de literatuurverfilming Vals licht (1992), was een commercieel opgezette flop en een keerpunt in vele opzichten. Sindsdien besloot Van Gogh meer dan ooit zijn eigen weg te gaan en niet meer afhankelijk te willen zijn van de door hem verfoeide Nederlandse filmcultuur en haar subsidiesysteem. 06 (1994), voor een schijntje geheel in eigen beheer geproduceerd en gefinancierd, kreeg voor het eerst louter positieve recensies en groeide met 30.000 bezoekers uit tot de best bezochte Nederlandse speelfilm van dat - in financieel opzicht - rampjaar voor de Nederlandse film. De lof voor 06, een eenvoudig relatiedrama voor twee acteurs over de eenzaamheid van de telefoonseks, werd nog overschaduwd door het feit dat het oorspronkelijke toneelstuk ook al heel goed was.

Het vervolg, Blind Date, gaat over een echtpaar (Peer Mascini en Renée Fokker), dat, na de dood van hun driejarig dochtertje, alleen nog met elkaar kan communiceren op afspraak via contactadvertenties en dan een wreed rollenspel opvoert. Dit keer is het, ondanks de oppervlakkige gelijkenis met Edward Albee's stuk Who's Afraid of Virginia Woolf?, een compleet origineel project, waarin Van Gogh tot de kern komt van zijn verhaal: in zijn cynische universum is emotionele afhankelijkheid onverdraagbaar en vormen tedere galgenhumor, metaforische maskerades en virtuele liefde de reddingsboeien op weg naar een morbide apotheose. De onvermijdelijke dadendrang van mediaman Van Gogh stelt filmer Van Gogh financieel in staat, in acht dagen voor een schamele 300.000 gulden en zonder zijn hand op te houden, een film te draaien waarin hij zichzelf bloot geeft.

Ook zonder kennis van de produktiegeschiedenis zou Blind Date overeind blijven als een van de beste Nederlandse films van dit jaar. Bijzonder goed zijn beide voor een Gouden Kalf in aanmerking komende hoofdrolspelers, de tragische stoethaspel Mascini net iets meer dan de kwetsbare Fokker, maar ook de creatieve cameravoering van Tom Erisman en de originele mise-en-scène van Van Gogh.

Een speciale juryprijs verdient dialoogschrijfster Kim van Kooten, eerder hoofdrolspeelster in het eveneens ongesubsidieerde Zusje. Het gebeurt niet vaak in een Nederlandse film dat elk woord klopt, in geloofwaardige, maar niet alledaagse spreektaal. Het belangrijkste probleem van Blind Date is de scenarioconstructie, die inventief genoemd mag worden, met de vertelstem van het dode dochtertje dat met mededogen en hunkering het wanhopige gedoe van haar ouders observeert, maar te snel de clou prijsgeeft en vervolgens in herhaling vervalt. Daardoor voelt de film te lang aan en lijkt eerder geschikt voor een televisie 'single play' van vijftig minuten.

Maar als je bedenkt dat achter het scenaristenpseudoniem Valéry Boutade het collectief van regisseur, cameraman en acteurs schuil gaat, dat in zeer korte tijd de opzet bedacht en daarna Van Kooten aan het werk zette, is Blind Date een wonder van instant-filmkunst en een veelbelovende basis voor een wedergeboorte van de Nederlandse filmcultuur.

Bewondering, sympathie en respect zijn de gevoelens die de eenzame wolf Van Gogh met zijn film oproept. Hij krijgt mijn adhesie in zijn bittere weerzin jegens het Nederlandse filmproducentenestablishment, dat er met tien keer zo veel geld per film gemiddeld minder van bakt. Het thema van de moderne wancommunicatie in een krakkemikkige relatie is herkenbaar en zinnig. Maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld Van Goghs onbeholpen Loos, een film die veel minder zijn best deed om aardig gevonden te worden, heeft Blind Date mijn hart niet kunnen stelen. Daarvoor had er net iets langer geschaafd moeten worden aan de effectiviteit van het verhaaltje.

    • Hans Beerekamp