Wachten

Ik wist niet wat ik zag. Een enorme, ommuurde ruimte, gevuld met hekken waartussen mensen twee aan twee konden lopen, of beter staan - en zij stonden daar ook, in een eindeloze, zigzaggende stoet. Honderden, misschien wel duizend mensen, in de hitte. Kinderen, echtparen, bejaarden, langzaam voortschuifelend naarmate de voorsten door de poort naar binnen mochten. Uit luidsprekers schalde nare muziek, daarbij klonk het gedruis van stemmen en kindergejengel.

Sommige lezers vragen zich misschien af of ik de oorlog nog heb meegemaakt, of het verkeerde verre land heb bezocht. Anderen weten: Efteling, wachten voor de Droomvlucht. Of zij denken aan een andere attractie in een ander pretpark.

Het urenlange, lijdzame wachten door de bezoekers in het 'attractiepark' bleef nogal onderbelicht in de artikelenreeks van Wennekes over dat soort bedrijven, deze zomer in de krant. Het was voor mij, toen ik er voor het eerst kwam, iets verbijsterends. Ook de zakelijke manier waarop het (althans in de Efteling, mijn ervaring is beperkt) georganiseerd is. De exploitanten schamen zich niet, de bezoekers zijn niet boos; waar het om gaat is dat alles ordelijk verloopt, zonder voordringen.

Vanaf hier wachttijd 30 minuten, staat op bordjes voor de Reuzenpython, de Villa Volta. Verderop is het één uur, nog verder anderhalf. Zonder morren schikken de mensen zich, kauwgom kauwend, grappen makend. Zij verheugen zich op de drie of vijf minuten pure pret aan het eind van de rij. In Disneyworld, zo hoorde ik bereisde elfjarigen pochen, daar moet je pas lang wachten!

Lezer, ik schat dat de gemiddelde pretparkbezoeker deze zomer zeker tien keer zoveel tijd wachtend als prethebbend heeft doorgebracht. En dan tel ik het sjokken, het kijken en het consumeren nog niet mee. (Er wordt heel wat gepicknickt; bij de Efteling pakken ze nog niet bij de ingang je brood af, zoals in het Arena-stadion. Wel bleken ze dit jaar het laatste gratis drinkwaterkraantje te hebben afgesloten, om geen druppel van hun colaverkoop te derven.)

Het wachten - en ik zeg dit als een belangrijke aanvulling op de overpeinzingen van collega Montag jongstleden zaterdag - vormt klaarblijkelijk een integraal bestanddeel van het pret maken. Zonder wachten geen pret, lijkt het wel. Er zijn attracties in het park waar je zó binnen loopt, maar hun marktwaarde is duidelijk laag, hun imago op zijn best goeiig.

Terwijl bij de dokter en de tandarts, waar vooral fondspatiënten vroeger uren in de wachtkamer doorbrachten, veel is gebeurd om de efficiency te bevorderen, lijkt het wachten als vrije-tijdspassering alleen maar te zijn toegenomen. Zoiets is moeilijk te begrijpen: de mensen zijn toch steeds veeleisender geworden?

De enige parallel die ik kan verzinnen is de file, waar ook duizenden manjaren aan wachten heengaan - maar daarover wordt tenminste nog gemopperd. Of eventueel de liefde, waar zich ook van alles afspeelt tussen verlangen en vervulling wat iedere gedachte aan 'snel geholpen worden' belachelijk maakt.

Maar waarschijnlijk moeten we het groter zien. Het pretpark is in de plaats gekomen van hoogtijdagen zoals mensen die vroeger slechts één, twee keer in hun leven hadden: een reis naar Amerika, een huwelijksfeest. Daar werd als het ware jaren, al sparend, op gewacht - wat zeker de subjectieve waarde verhoogde. In onze tijd zijn weergaloze sensaties betrekkelijk eenvoudig te bereiken: je hebt toestellen die je in gierend tempo voortdurend over de kop doen gaan, tot verdovens toe dooreen schudden, of waarmee je door een wondere sprookjeswereld suist. Maar het onmisbare ingrediënt van het wachten wordt er in geconcentreerde vorm bijgeleverd.

Toch blijft dat allemaal theorie. Mijn ongeduldige gemoed kan niet bevatten dat iemand zich zonder noodzaak voegt in een wachtrij van zeshonderd mensen, vijftig minuten. Zonder noodzaak? Maar je mag aan het eind in de Python! Daar zit wat in. Ik schil nog liever tien zakken aardappelen dan dat ik in de Python ga.

De volgende keer behandelen wij: drukte.