Van Thijn 'blij dat klachten serieus zijn genomen'

SARAJEVO, 28 AUG. De Amsterdamse ex-burgemeester en oud-minister van Binnenlandse Zaken Ed van Thijn is er de laatste maanden “niet blijer op geworden”. Maar, zo vertelt hij op een terras in het centrum van Sarajevo, hij wist waar hij aan begon toen hij de taak aanvaardde om als hoofd van de onafhankelijke waarnemersmissie van de Europese Veiligheidsorganisatie OVSE toe te zien op het verloop van de verkiezingen in Bosnië.

Het was geen stap in zijn carrière - “die is al afgelopen”. Nee, het was een daad die hij na lang nadenken besloot te stellen “uit een eervol engagement met de issues die op het spel staan en een tikkeltje plichtgevoel”. “Hoe hoed je het democratische verloop van verkiezingen in een land dat net een oorlog achter de rug heeft en geen enkele democratische traditie kent?” zo vraagt hij zich af.

Sindsdien zit Van Thijn, die het afgelopen half jaar leiding heeft gegeven aan 25 waarnemers over heel Bosnië en op de dag van de verkiezingen tweeduizend waarnemers van de OVSE moet leiden, tussen twee vuren. Hij voelt enerzijds “de hete adem in de nek” van de Amerikaanse regering die er aan de vooravond van verkiezingen in eigen land alles aan doet om die in Bosnië te laten slagen. Anderzijds moet hij alarm slaan als de democratische regels en het Akkoord van Dayton worden geschonden. En in Bosnië weegt die verantwoordelijkheid zwaar. Oppositiekandidaten worden geïntimideerd, er is geen vrije pers, kiezers worden gedwongen langs etnische lijnen te stemmen. “Ik moet zorgen dat ze het niet te bont maken. Ik wil me hier niet een half jaar verbijten en achteraf concluderen dat het allemaal boter aan de galg was. Dat is mijn morele verantwoordelijkheid”, zegt Van Thijn.

Drie weken geleden verklaarde hij dat alle partijen in Bosnië, maar vooral de Bosnische Serviërs, manipuleren met de kiezersregistratie. “Dat is mij niet in dank afgenomen”, zegt hij. “Maar ik heb de opdracht gekregen om een onafhankelijk oordeel te geven en zo zal het zijn.” Zijn morele plichtgevoel werd gisteren beloond: de OVSE, die de verkiezingen organiseert, besloot om die voor de gemeenteraden uit te stellen vanwege de manipulatie. “Ik ben heel blij dat er serieus naar is gekeken”, zegt hij. “Het geeft lucht om de verkiezingen in twee keer te doen. Met parlements-, presidents- én plaatselijke verkiezingen in de federatie èn de Servische Republiek was men zich aan het overeten.”

Vooral in de Servische Republiek werd het zogeheten formulier 2 waarmee vluchtelingen kunnen stemmen in een gemeente waar zij voor de oorlog nog niet woonden, misbruikt. Bosnische Serviërs zetten hun kiezers onder druk om te stemmen in strategische gemeenten om daar een Servische meerderheid zeker te stellen. Van Thijn is blij dat daar een stokje voor is gestoken. Voor de internationale vredesmacht IFOR en de Amerikaanse regering is het uitstel ook goed nieuws, want er zal op 14 september minder personenverkeer tussen de territoriale eenheden - de moslim-Kroatische federatie en de Servische Republiek - zijn en dus minder kans op incidenten.

Maar het is slecht nieuws voor vluchtelingen die de ambitie hadden terug te keren naar de gemeente waar ze oorspronkelijk vandaan komen. Zij zullen die gevaarlijke reis niet wagen om te gaan stemmen in een van de andere verkiezingen van 14 september.

Van Thijn onderstreept dat de lokale verkiezingen niet worden afgelast. Hij is niet bang dat er na december, als het mandaat van IFOR afloopt, geen dwangmiddelen meer zullen zijn om de gemeenteraadsverkiezingen te laten verlopen in overeenstemming met Dayton. “Juist omdát de gemeenteraadsverkiezingen worden uitgesteld is het onvermijdelijk voor de internationale gemeenschap om bij Bosnië betrokken te blijven.” Het slechte nieuws voor Van Thijn was deze week dat de Nederlandse woordvoerder van de OVSE, Joanna van Vliet, werd ontslagen door de Amerikaanse leider van de OVSE-missie in Sarajevo, Robert Frowick. Van Vliet had naar Amerikaanse smaak niet positief genoeg over de voorbereidingen van de verkiezingen bericht en werd vervangen door een Amerikaanse topdiplomate. Anonieme bronnen bij de OVSE zeggen dat Van Vliet is ontslagen omdat ze 'te eerlijk' en 'te integer' was.

Van Thijn zegt 'kapot' te zijn van “het hardhandige Amerikaanse optreden” tegen Van Vliet. “Joanna van Vliet vervulde haar taak op de manier waarop voorlichters dat behoren te doen. Niet kritisch over het beleid, maar wel open tegenover journalisten.” Van Thijn zal bij de OVSE niet formeel tegen het ontslag protesteren. “Het zou gekkenwerk zijn als ik hiertegen te hoop zou gaan lopen. De Nederlandse regering moet het maar aankaarten.” Zelf ressorteert Van Thijn overigens niet onder Frowick, maar onder OVSE-voorzitter Cotti.

Van Thijn zegt een 'permanent gevecht' te voeren om zijn onafhankelijkheid te behouden. “De druk is enorm”, zegt hij. Die druk komt van de Amerikanen, die van Dayton tot elke prijs een succes willen maken, maar ook van de mensenrechtenorganisaties die niet accepteren dat democratische regels worden geschonden. De functie van waarnemer kent zijn eigen code en staat - als het goed is - boven de politiek. “Personeelsleden kan men gemakkelijk afvoeren maar met onafhankelijke waarnemers is dat wat moeilijker”, zegt Van Thijn. Met “koele en zakelijke rapportage” kan invloed worden uitgeoefend, meent hij, omdat de internationale gemeenschap gevoelig is voor berichten over verkiezingsfraude. En al zou de internationale gemeenschap zulke berichten negeren, dan zullen die zeker worden aangegrepen door de Bosnische partijen die er belang bij hebben om de verkiezingen ongeldig te verklaren.

De komende tien jaar ziet Van Thijn in Bosnië geen multi-etnische staat ontstaan. Maar hij ziet wel dat er “hele moedige mensen” zijn die tegen de stroom in voor een verenigd Bosnië campagne voeren. “Er staat veel meer op het spel dan democratie alleen. Op het spel staat ook dat mensen weer kunnen ademhalen, dat er 48 politieke partijen konden ontstaan. Kijk alleen al naar het straatbeeld. Deze stad is vier jaar lang beschoten. Er zijn elfduizend doden gevallen. Ik hoop dat ik er een minuscule bijdrage aan kan leveren dat dat niet nog eens gebeurt.”