'Nederland kwetsbaar voor terrorisme'

DEN HAAG, 28 AUG. “Nederland is kwetsbaar voor terrorisme. Ik ben absoluut niet gerust op de dag van morgen. De vraag is echter hoe je de risico's kunt minimaliseren.” Dit zei minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) gisteren tijdens een debat in de Tweede Kamer over de werkwijze van en de controle op de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD).

De Kamer is het met Dijkstal eens dat het belang van een geheime dienst nog steeds aanwezig is om die groeperingen in de gaten te houden die de veiligheid van de staat in gevaar kunnen brengen. Een deel van de Kamer vindt echter dat de controle van het parlement op de verrichtingen van de BVD moet worden vergroot. Nu wordt alleen de commissie voor inlichtingen- en veiligheidsdiensten, bestaande uit de fractieleiders van de PvdA, VVD, D66 en het CDA, ingelicht over de werkzaamheden van de dienst. Geheimhouding van vertrouwelijke informatie is daarbij vereist.

D66, de PvdA, de SP en de kleine christelijke partijen voelen ervoor om de parlementaire controle op de BVD te vergroten. Vorig jaar werd een motie in de Kamer aangenomen waarin verzocht werd om eventueel de commissieleden te kunnen vervangen en verder te onderzoeken hoe controle kan worden uitgebreid. De commissie heeft de voorstellen vooralsnog afgewezen: gevreesd wordt dat de informatieverstrekking over de BVD zal teruglopen.

Kamerlid Korthals (VVD) kan zich de argumenten van de commissie wel voorstellen. “De BVD is nodig. Het is een vreemde eend in de bijt, maar als we de BVD accepteren dan moeten we ook andere dingen aanvaarden. Een inspectie naast de commissie lijkt me geen slechte zaak, maar we moeten de commissie niet anders gaan indelen”, aldus Korthals. Mateman (CDA) vindt ook dat de commissie zo klein mogelijk moet blijven om de meewetenschap van vertrouwelijke zaken zo beperkt mogelijk te houden.

De Kamerleden Poppe (SP) en Rouvoet (RPF) namen geen genoegen met de argumenten van de commissie. Ze willen ook de mogelijkheid krijgen om informatie over de verrichtingen van de geheime dienst te kunnen aanhoren. Ze erkenden echter wel dat ze dan voor een dilemma worden geplaatst wanneer bijvoorbeeld de Centrumdemocraten een plaats zouden opeisen. De informatieverstrekking over extreemrechtse organisaties zou dan niet meer mogelijk zijn. Rouvoet stelde daarom voor om 'politieke stromingen' in de commissie toe te laten, zoals bij de parlementaire enquêtecommissie-Van Traa gebeurde.

Dijkstal vindt een uitbreiding van de commissie niet verstandig, omdat het risico dat het vertrouwen wordt geschaad dan toeneemt. De minister werkt wel aan een wetsvoorstel waarin een inspectie wordt geïnstalleerd. Die zal dan vertrouwelijke informatie aan parlement en kabinet leveren.