Linschoten zat fout met wachtgeld

ROTTERDAM, 28 AUG. De in maart ontslagen bestuursleden van het CTSV is ten onrechte door de toenmalige staatssecretaris Linschoten (Sociale Zaken) het recht op een wachtgeldregeling ontzegd.

Het is niet aan de staatssecretaris, maar het CTSV zelf, het College van Toezicht Sociale Verzekeringen, om te bepalen of de voormalige bestuursleden, de oud-politici D. van Leeuwen (VVD), G.J. van Otterloo (PvdA) en M. van Rooijen (CDA), recht hebben op een wachtgeldregeling, een werkloosheidsuitkering voor (semi-)ambtenaren.

Dit blijkt uit een vertrouwelijke uitspraak van de geschillencommissie van het ministerie van Sociale Zaken die zich over het ontslag van de bestuursleden heeft gebogen, zo bevestigt de advocaat van één van de drie oud-bestuursleden, H. Knijff (De Brauw Blackstone Westbroek).

Een woordvoerder van het ministerie wilde vanochtend niet op de zaak ingaan vanwege 'privacy-overwegingen'. Volgens welingelichte bronnen neemt minister Melkert van Sociale Zaken het besluit over van de geschillencommissie die overigens werd voorgezeten door de secretaris-generaal van het departement, R. Gerritse.

De commissie bepaalde ook dat de minister niet op de salariseis van twee van de drie oud-bestuursleden moet ingaan. Zij menen recht te hebben op langere doorbetaling van hun salaris dan bij hun ontslag was afgesproken.

Door deze uitspraak ontstaat de opmerkelijke situatie dat de opvolgers van de ontslagen bestuursleden, de interim-bestuurders A. Geurtsen (VVD) en W. Etty (PvdA), moeten besluiten over een deel van de financiële afvloeiingsregeling voor de bestuursleden die destijds in heftig conflict zijn geraakt met de eigen organisatie.

Uit de eerste reactie van interim-voorzitter Geurtsen valt op te maken dat de oud-bestuursleden min of meer automatisch recht hebben op wachtgeld en dat het interim-bestuur, gezien de bijzondere omstandigheden, alleen hoeft te oordelen over de hoogte van het wachtgeld. “Ze zijn in dienst geweest van het CTSV, het ligt voor de hand dat het CTSV over hun wachtgeldregeling oordeelt”, aldus Geurtsen.

Pagina 3: 'Wachtgeld geen gunst maar recht'

Volgens hem hoeft hij overigens niet veel meer te doen dan de bestaande regeling toepassen, met dien verstande dat hij wel moet bekijken of het CTSV-salaris dat de oud-bestuursleden nog gedurende een bepaalde periode blijven ontvangen moet worden verdisconteerd in het wachtgeld. “De vraag is of die doorbetaling van het volledige salaris als eerste wachtgeldperiode moet worden gezien.”

Geurtsen heeft er geen problemen mee te moeten oordelen over het wachtgeld van zijn omstreden voorgangers. Hij wijst erop dat hij niet de turbulente periode bij het CTSV heeft meegemaakt en daarom ook niet belast is met “bepaalde gevoelens” jegens Van Leeuwen en haar twee mede-oud-bestuursleden. “Wij hebben die emoties niet. Bovendien is wachtgeld niet een kwestie van gunst maar een kwestie van recht. Daar moet je emotieloos mee omgaan.”

Geurtsen geeft toe dat de beslissing die hij nu moet nemen ingewikkeld is. “Het is gecompliceerd, maar dat is leuk voor juristen. Ook al ben ik zelf jurist, ik zal wel juridisch advies moeten inwinnen bij de landsadvocaat.”

Het CTSV houdt toezicht op 90 miljard gulden aan sociale uitkeringen. Het oude bestuur kwam al vrij kort na zijn aantreden op 1 januari 1995 in aanvaring met zowel de eigen directeuren en de ondernemingsraad, als met organisaties in het veld waar het toezicht op moet houden. In maart stapte het bestuur op, nadat eerder al een aantal directeuren was vertrokken. Eind juni viel het voorlopig laatste slachtoffer: staatssecretaris Linschoten overleefde de kritiek niet van de Tweede-Kamercommissie die onderzoek had gedaan naar de bestuurscrisis binnen het CTSV. Linschoten hield de eer aan zichzelf toen hij niet het volledige vertrouwen van de Kamer kreeg.

Een wachtgeldregeling wordt de oud-bestuursleden dus hoogstwaarschijnlijk toegekend. Honorering van de extra salariseis van Van Leeuwen en Van Otterloo is aanmerkelijk minder zeker. De geschillencommissie bepaalde namelijk dat de minister voet bij stuk moet houden en niet op deze eis moet ingaan.

De advocaten van de oud-bestuursleden hebben in een eerder stadium al aangegeven dat ze naar de rechter zouden stappen om te pogen de eis alsnog af te dwingen in geval de uitspraak van de geschillencommissie negatief zou uitpakken. Knijff, de raadsman van Van Otterloo, wil nu echter niet op een eventuele rechtszaak vooruitlopen omdat hij nog niet met zijn cliënt over de uitspraak van de commissie heeft gesproken. Van Leeuwen en Van Otterloo willen dat Sociale Zaken hun salaris ook tot het einde van hun tweede contractperiode blijft doorbetalen, zoals hun onder bepaalde voorwaarden was toegezegd. Van Leeuwen meent recht te hebben op 1,2 miljoen extra, Van Otterloo op 1 miljoen gulden extra. Het derde bestuurslid, Van Rooijen, was eerder dit jaar al voor een tweede termijn benoemd en krijgt dientengevolge nog bijna vier jaar doorbetaald, in totaal 1 miljoen gulden. Hij claimt daarom geen doorbetaling van zijn salaris.