Jeugd Israel op de motor naar McDonalds

Israelische jongeren worden enorm verwend door hun ouders. Reclame voor mode, McDonalds en motoren is steeds meer op hen gericht. Voor het leger zijn ze niet meer te porren.

TEL-AVIV, 28 AUG. De Israelische minister van defensie Yitschak Mordechai kreeg pas de schrik van zijn leven toen hij met eigen ogen en oren constateerde dat het met de motivatie van rekruten om in gevechtseenheden te dienen volgens zijn “oude” zionistische maatstaven nogal droevig is gesteld. Maar drie van de honderd aspirant soldaten staken de vinger op toen hij vroeg wie in een gevechtseenheid de diensttijd wilde doorbrengen. Toen deze ijzervreter van een andere generatie de ronde langs de rekruten deed zeiden sommigen zonder enige schaamte “geen energie” te hebben voor het volbrengen van de driejarige dienstplicht in een zware gevechtseenheid.

Het is volgens Tshahal, het leger, een uitgemaakte zaak, dat de jongeren die anno 1996 worden opgeroepen anders in elkaar zitten dan de jongemannen die nog tien jaar geleden zonder oorbellen, neusringen en paardestaartjes voor hun nummer opkwamen. In de wellicht snelst veranderende maatschappij ter wereld hebben materialistische waarden en zelfvervulling ideologische motieven, of die zionistisch of socialistisch waren gekleurd, naar de achtergrond gedrongen bij de jeugd. Het Israelisch-Arabische vredesproces, de aanbidding van het kapitalisme en de snelle economische groei van de afgelopen jaren zijn factoren die knagen aan het zionistische adagium “het is goed voor het land te sterven”.

Dat meer jongeren dan de legerleiding lief is voor andere legereenheden dan gevechtseenheden kiezen is dan ook kenmerkend voor het “nieuwe Israel” dat uit het verblekende zionistische ideaal verrijst. “Klein Amerika” zou Israel kunnen worden genoemd want een flink percentage van de Israelische jongeren is in de ban van de Amerikaanse cultuur en gedraagt zich als gevolg van de invloed van de op hen gerichte TV- reclame en reclamecampagnes in de kranten als jonge Amerikaanse consumenten.

Tien jaar geleden richtten de reclamebureaus zich nog voornamelijk op volwassenen. Reclame voor jeugdmode, motoren, McDonalds, bier en dergelijke status-symbolen reflecteren de enorm gestegen, steeds ongelijker verdeelde welvaart in de staat Israel waarvan de jongeren uit de portemonnaies van hun ouders de nodige graantjes meepikken. Het is in “goede buurten” in Israel heel gewoon dat ouders een auto voor hun kinderen kopen en dure buitenlandse reizen laat maken. Want het kroost verwennen, als het even kan, is met bittere herinneringen aan de holocaust en de vele oorlogen nog steeds één van de meest kenmerkende trekjes van de Israelische samenleving.

Maar in een land waar de inkomenskloof Amerikaanse proporties begint aan te nemen - de rijken worden steeds rijker en de armen armer - gaat de welvaart aan velen voorbij. Volgens vrij recente gegevens leven bijna 440.000 Israelische kinderen onder de armoedegrens. De basisvoorwaarden voor de jongeren zijn echter theoretisch gelijk. Het onderwijs is tot 15jaar verplicht en kinderarbeid is wettelijk verboden. De praktijk is echter anders. Verplicht onderwijs betekent geenszins gelijke kwaliteit van het gegeven onderricht.

Tussen de kwaliteit van het onderwijs op de lagere en middelbare scholen en het inkomensniveau bestaat een duidelijke samenhang. Middelbare scholen in Ramat Hasharon en Ra'anana, twee “rijke voorsteden” van Tel-Aviv excelleren in het “afleveren” van rekruten voor de Israelische luchtmacht, de super-elite eenheid van het Israelische leger bij uitstek. En het zijn in grote meerderheid zonen van Askenazische ouders ( joden van oost-Europese oorsprong), met een academische opleiding, die uiteindelijk achter de stuurknuppel in de straaljagers en helicopters plaats nemen. Ondanks veranderingen ten goede en enorme inspanningen van het ministerie van onderwijs hebben kinderen uit Askenazische gezinnen in Israel nog steeds een flinke sociale voorsprong op Sefardische (van Afrikaanse en Aziatische oorsprong) jongeren.

De Russische massa-immigratie heeft aan dit bekende patroon een nieuwe dimensie toegevoegd. Uit de vroegere Sovjet-Unie zijn honderdduizenden jongeren en natuurlijk ook ouderen gekomen met in het bijzonder in de exacte vakken een opleidingsniveau dat op de meeste Israelische scholen niet wordt bereikt. Door hun numerieke gewicht en daarvan afgeleide groeiende politieke invloed weten de een miljoen Russisch sprekende Israeliers, op een bevolking van 5,2 miljoen, zich als groep te handhaven en te organiseren.

Ontevreden over het Israelische onderwijs is er vrij spontaan een onafhankelijk Russische schoolsysteem (mofeet, voortreffelijk) ontstaan waar Russische middelbare scholieren in het Russisch door Russische professoren en wetenschappers onderwijs krijgen in wiskunde, natuurkunde en scheikunde. Vooral ondernemers in de bloeiende Israelische high-tec industrie zijn buitengewoon blij met deze ontwikkeling omdat het percentage Israelische studenten in de exacte wetenschappen opvallend laag is. Het ziet er dus naar uit dat dankzij dit initiatief Russische jongeren in Israel het voetspoor van hun ouders in de exacte vakken zullen volgen en snel in de Israelische samenleving een betrekkelijk hoge sociale status zullen bereiken.

Deze sterke Russische drang naar boven is goed voor de Israelische economie maar drukt de achterblijvers in de ontwikkelingssteden, die een overwegend Sefardische bevolking hebben, nog verder naar de sociale achtergrond. Het sukses van de Russische immigranten in Israel is te vergelijken met de snelheid waarmee Japanse en Koreaanse immigranten in de VS de zwarten achter zich laten.

Israelisch-Arabische jongeren zijn de zwakste groep in de Israelische samenleving. Pas toen Amnon Rubinstein in de vorige socialistische regering het ministerie van onderwijs in handen kreeg heeft de overheid een grote financiële inspanning gedaan om een halve eeuw discriminatie weg te werken. In vier jaar tijd zijn er meer scholen dan ooit in de Arabische steden en dorpen gebouwd en zijn er serieuze pogingen gedaan om de kwaliteit van het Arabisch onderwijs te verbeteren. De resultaten laten echter nog veel te wensen over. Het percentage Israelisch Arabisch jongeren dat het eindexamen haalt is landelijk gezien bedroevend laag en het aantal Arabische jongeren dat de school verlaat slaat records, vergeleken met de joodse sector.

Zelfs voor Israelisch-Arabische jongeren die wel het begeerde eindexamen halen en wel een universitaire studie met sukses afsluiten zijn de kansen op werkgelegenheid in hun vak minimaal. Veel industrieën, die ook maar iets met de wijd vertakte Israelische militaire industrieën hebben te maken, zijn nog steeds om veiligheidsredenen voor Arabische academici gesloten.

Aangezien het aantal industrieën van belang in de Arabische sector op de vinger van een hand is te tellen is de onderwijssector totdusverre het enige belangrijke emplooi voor afgestudeerden. In de bouwnijverheid en landbouw buiten hun dorpen verdienen de meeste jonge Arabieren, die zijn vrijgesteld van de dienstplicht, een goede boterham. Het is echter een leven zonder toekomst en dat werkt demotiverend op de Arabische jeugd.

Van een geheel orde is de plaats van jonge Harediem, ultra-orthodoxe joden. Ze ontwikkelen zich in een gesloten circuit, met naarmate hun politieke invloed toeneemt, snel groeiend autonoom onderwijssysteem dat gericht is op “joodse studies”. Op uitzonderingen na dienen Harediem niet in het Israelische leger en vormen zij de “divisies van god vrezende joden” die door studie het jodendom voor eeuwig denken veilig stellen. Materiële zaken, westerse waarden en idealen zijn deze bevolkingsgroep vreemd. Het Israelische leger mag met een motivatie-probleem kampen maar dat geldt niet voor de jonge Harediem die door hun groeiend aantal en politieke invloed gemotiveerder dan ooit zijn om Israel in de richting van een “halachische staat” (waar alleen de bijbelse wetten en joodse rechtspraak gelden) te stuwen.

De Israelische jeugd heeft door de complexiteit van de maatschappij zoveel gezichten dat er eigenlijk niet meer een Israelisch jeugd- type kan worden gesproken. Vroeger werd hij een tsabre (een in Israel geboren) genoemd, naar de cactus-vrucht : zacht van binnen en stekelig naar buiten. Ook dit eens door jonge Israelis trots gedragen etiket heeft zijn magische uitstraling verloren en dat is ook een teken van de veranderingen die de Israelische samenleving zo snel ondergaat.

    • Salomon Bouman