Hoop en scepsis in een joodse nederzetting

ARIEL, 28 AUG. Zal de bevolking van Ariel, de grootste joodse stad in het hartje van Samaria, de komende vier jaar van 12.000 tot 24.000 verdubbelen? Of zal zij Ariel in de steek laten met het schrikbeeld van een Palestijnse staat aan de horizon? In Ariel, 40 kilometer ten oosten van Tel Aviv aan de weg naar de Jordaanvallei, wordt daarover fel gediscussieerd.

Dina Shalit, een pittige Israelische vrouw uit Canada, die in Ariel haar geluk zegt te hebben gevonden, is ervan overtuigd dat de stad tijdens het premierschap van Benjamin Netanyahu een ongekende bloeitijd staat te wachten. De zege van Likud heeft het pessimisme, dat het akkoord van Oslo volgens Shalit in de harten van de mensen zaaide, omgezet in hoop. “Wij in Ariel zijn trots een obstakel te zijn tegen de stichting van een Palestijnse staat. Hoe groter we zijn en hoe dieper onze wortels hier gaan, des te duidelijker zal het de Palestijnen en de wereld worden dat dit Israel en niet Palestina is”, zegt ze triomfantelijk.

De prijzen van de huizen in Ariel stijgen weer na een scherpe val na de ondertekening van het autonomie-akkoord met de Palestijnen, drie jaar geleden. De wachtlijst van Israeliërs die zich nu in Ariel willen vestigen wordt volgens Dina dagelijks langer. Het wachten is echter nog op het signaal uit Jeruzalem dat de schatkist opengaat voor een nieuwe bouwgolf in de stad. Als woordvoerster van 'Vrienden van Ariel' reist Dina joodse gemeenschappen in het Westen af om geld voor allerlei “belangrijke projecten” in Ariel in te zamelen. De paar miljoen gulden die ze per jaar onder andere bij 'Christenen voor Israel' in Nederland ophaalt, staan echter in geen verhouding tot de tientallen miljoenen guldens die uit de staatskas moeten rollen om de bevolking van Ariel tot het jaar 2000 te verdubbelen.

Maar of dat geld er komt, wordt door Jacky Galon, eigenaar van een restaurantje in het ongezellige winkelcentrum in Ariel, betwijfeld. Hoewel lid van het centrale comité van Likud en een van de eersten die zich 17 jaar geleden in Ariel vestigden, houdt hij er opvattingen op na die de Palestijnse leider Arafat tot een vreugdedans zouden brengen. “Geloof niets van die verhalen van Dina”, zegt hij. “Geloof me, er komt een Palestijnse staat. Ariel heeft als joodse stad in deze Palestijnse omgeving geen toekomst. Dat is de onvermijdelijke realiteit. Ik ben vóór deze ontwikkeling omdat we geen leven zullen hebben als we hier zonder vrede blijven wonen. En vrede is alleen mogelijk als de Palestijnen hun eigen staat krijgen die de hele Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook omvat.”

Galon is van mening dat de razendsnelle amerikanisering van de Israelische maatschappij het zionisme dusdanig heeft aangetast dat zelfs in Ariel de mensen niet voor ideeën maar voor materiële waarden de straat opgaan. Dat het Israelische opperbevel zich grote zorgen maakt over de dalende motivatie van dienstplichtigen in Tsahal, het leger, te dienen, is een ander aspect van de materialistische geest die zich van de Israelische samenleving heeft meester gemaakt. In het hartje van Samaria zegt Galon nadrukkelijk: “Het zionisme is dood. Alleen het geld spreekt. Idealisten wonen hier vrijwel niet. Ariel wordt, evenals de meeste nederzettingen, bewoond door lui die voor weinig geld frisse lucht konden inademen en een levensstandaard konden bereiken waarvan ze in het peperdure Tel Aviv en omstreken niet konden dromen. Ik schat het aantal fanatieke gezinnen dat zich om ideologische redenen in Judea en Samaria (Westelijke Jordaanoever) heeft gevestigd op niet meer dan duizend.”

Volgens Galon hebben de meeste inwoners van Ariel en andere nederzettingen zo weinig ruggengraat dat velen er bij een eventuele hervatting van de intifadah, razendsnel vandoor zullen gaan. “Ik weet wat ik zeg. Ik ken de mensen. Ik weet ook dat er in Likud velen zijn die zich er al bij hebben neergelegd dat de stichting van een Palestijnse staat niet is te voorkomen. Ook sommige ministers denken er zo over. Geloof me maar.”

Galon zelf nam 17 jaar geleden al het zekere voor het onzekere en hield een flat in Tel Aviv aan voor zijn kinderen. Met de blik op de toekomst heeft hij pas een nieuw huis gekocht in Modi'in, een nieuwe Israelische stad binnen de grenzen van 1967 die uiteindelijk 200.000 inwoners zal tellen. Mocht het ooit tot ontruiming van nederzettingen komen dan is Modi'in, waar de prijzen van de flats volgens Israelische maatstaven nog betaalbaar zijn, een aantrekkelijke uitwijkplaats voor de kolonisten. “Er zijn nogal wat inwoners van Ariel die zich al van een flat in Modi'in hebben verzekerd”, aldus Galon.

In de lange, eentonige straten in Ariel staan nogal wat flats te koop. Bij de oostelijke uitloper van de stad staan zelfs rijen lage flatgebouwen leeg. Dina Shalit zegt dat dit een erfenis is van de vorige regering, van Shimon Peres, die wel de afbouw van bouwprojecten toestond maar bewoning ervan tegenhield. “Over niet al te lange tijd hangt overal de was buiten”, zegt ze. Binnenkort worden er honderd caravans in Ariel geplaatst om te dienen als onderkomen voor de 5.000 studenten die in de stad studeren. Afgezien van deze uitbreiding valt er van nieuwbouw in Ariel in Jeruzalem nog niets te bespeuren.

Daarentegen verrijzen in enkele nederzettingen ten westen van Ariel, zoals Elkana, Oranit en Sharei Tikwah, in hoog tempo nieuwe imposante villa's. In deze luxe slaapsteden op 15 tot 20 kilometer van Tel Aviv heeft de Israelische overheid geen bemoeienis met de bouw. Op dit jaren geleden van Palestijnen gekocht of geconfisqueerd land betalen de 'kolonisten' met eigen middelen hun dicht op elkaar staande droomkastelen.

Ieder huis dat in bezet gebied verrijst, iedere caravan die over de kronkelende wegen naar zijn bestemming wordt gereden is voor het Palestijnse Gezag een uitdaging. De Palestijnen vormen volkscomités om de Israelische nederzettingenpolitiek met 'tegen-nederzettingen' te confronteren. Galon heeft de diepte van de anti-Israelische emoties van de Palestijnen leren kennen. In Salfit, een nabij Ariel gelegen groot Palestijns dorp, laat hij zich niet meer zien. “Denk je dat ik zo gek ben me te laten vermoorden?” Hij gaat nog wel eens een kopje Turkse koffie drinken bij de twee Palestijnen die in zijn restaurantje werken. “Hun huis staat aan de rand van het dorp”, zegt hij. “Dat geeft me een veilig gevoel.”

Aan de Palestijnse kant van de uit betonblokken opgebouwde Israelische grenspost - uitbreidingswerkzaamheden zijn er in volle gang - staan honderden Palestijnse auto's. Palestijnse arbeiders die vergunning hebben om in Israel te werken moeten per voet de grenspost passeren en worden aan de Israelische kant door hun Israelische bazen opgewacht. Mocht de Israelische bouw in de nederzettingen weer exploderen, zullen deze en andere Palestijnen met hun arbeid een nieuw hoofdstuk in de versteviging van de Israelische greep op de Westelijke Jordaanoever schrijven.