Estland: de wraak van het parlement

Het leek zo simpel, tot maandag, de verkiezing van een nieuwe president van Estland: Lennart Meri, zittend staatshoofd, wilde graag herkozen worden, en Lennart Meri is hooggeacht in binnen- en in buitenland, een onberispelijke president en een voortreffelijke diplomaat - dus waarom zou de 101 leden tellende Riigikogu, het Estse parlement, hem niet herkiezen?

Het leek des te simpeler omdat Meri's uitdager, Arnold Rüutel, Meri's voorganger als staatshoofd, ondanks zijn verdiensten bij de strijd om de Estse onafhankelijkheid toch zijn verleden tegen heeft: hij was lang chef van de communistische partij. Hij is bovendien zoveel minder Europees en zoveel minder diplomaat dan Meri dat niemand hem een grote kans kon toedenken.

Maar dat is sinds maandag veranderd. 68 stemmen had Meri nodig om te worden gekozen. Maar tot verrassing van velen kreeg Meri bij de eerste stemming in de Riigikogu slechts 45 stemmen. En bij de tweede en derde stemming, gisteren, veranderde dat beeld niet ingrijpend: Meri kreeg met 49 respectievelijk 52 stemmen nog steeds veel te weinig. Weliswaar kreeg Rüutel bij de drie stemmingen met 34, 34 en 32 stemmen niet genoeg om Meri serieus te bedreigen, maar duidelijk is dat het parlement de president niet goed gezind is.

Meri's drievoudige nederlaag bij wat het parlement tot een vertrouwensstemming over de vier jaar van Meri's presidentschap heeft gemaakt, is een zaak van zoete wraak: eindelijk hebben de parlementariërs hun gram tot uiting kunnen brengen over een president die weliswaar een mooie reputatie heeft maar die het parlement vier jaar lang al te nadrukkelijk heeft genegeerd.

De president - vóór de onafhankelijkheid bekend als schrijver en maker van filmdocumentaires en na die onafhankelijkheid de eerste minister van Buitenlandse Zaken - staat bekend als integer en hij beweegt zich als intellectueel (zijn bijnaam: 'de schildpad') en polyglot (hij beheerst acht talen) makkelijk op het internationale diplomatieke toneel. Een belangrijk deel van de soepele integratie van Estland in Europa kan op het conto van Meri worden geschreven. Maar veel parlementariërs hebben daar eigenlijk niet zo'n boodschap aan. Ze verwijten Meri te veel alleen te hebben bedisseld zonder het parlement te raadplegen. De afgelopen vier jaar is Meri slechts vier keer in de Riigikogu verschenen. Hij gedraagt zich, zoals een van de parlementariërs dezer dagen opmerkte, “als een koning” die volgens de grondwet geen uitvoerende macht heeft, maar die zich die macht deze vier jaar op informele wijze wel heeft toegeëigend. Sommigen verwijten zelfs hem een soort eenmans-Senaat te vormen.

Ook zijn er politici, zoals de onlangs afgetreden minister voor Europese Zaken, Endel Lippmaa, die zeggen dat Meri zich te veel door zowel de Russische regering als het Westen laat beïnvloeden als het gaat om gevoelige zaken als de rechten van de Russische minderheid. Meri heeft onder druk van het Westen het parlement te vaak opgeroepen zich aan Europese normen te houden en heeft te vaak wetten voor herziening naar het parlement teruggestuurd om bij dat parlement populair te zijn.

Inmiddels heeft Meri binnenskamers beloofd zich in de toekomst wat coöperatiever te gedragen, en in te stemmen met een speciale wet voor de regeling van het gedrag van de president. Maar ook die concessie gaf gisteren niet de doorslag.

Sterker: de kans dat Meri bij de vierde stemming wordt gekozen is eerder kleiner dan groter geworden. Die vierde stemming vindt namelijk niet meer plaats in het parlement, maar wordt - waarschijnlijk volgende maand - gehouden in een speciaal kiescollege, dat bestaat uit de 101 parlementariërs plus 234 gemeentelijke afgevaardigden. En die lokale vertegenwoordigers, voor het grootste deel afkomstig uit plattelandsgemeenten, konden de typische intellectueel Meri wel eens minder goed gezind dan uitdager Rüutel.

Rüutel - bijgenaamd 'zilvervos' wegens zijn grijze kuif en wegens zijn slimheid - is voorzitter van het parlement en leidt de Boerenunie, een van de twee partijen binnen de KMÜ, de grootste partij van het land. Hij was nominaal staatshoofd in de laatste jaren van het Sovjet-tijdperk en de eerste jaren van de onafhankelijkheid.

Rüutel kan zich erop beroemen Estland zonder bloedvergieten uit de Sovjet-Unie te hebben losgemaakt en naar de onafhankelijkheid te hebben geleid, en dankt daaraan veel populariteit, vooral op het Estse platteland - en Estland bestaat voornamelijk uit platteland. En daarmee zijn de kansen van Rüutel, zelf boerenzoon, om president te worden na de drie stemmingen in het parlement toegenomen. Al blijft Meri favoriet.