De ziekte van de Nederlandse democratie: scoren of verzuipen

Onze democratie lijkt een ernstig zieke patiënt. Vanuit uiteenlopende politieke kringen wordt een zelfde diagnose gesteld. De kwaal heet: De Kloof. Er is sprake van een afstand tussen de burger en de politiek.

Of men die kloof nu te groot of te klein vindt, zij wordt gezien als oorzaak voor het gebrekkig functioneren van de democratie. Zoveel dokters als zich aandienen, zoveel verschillende ziektebeelden worden geschetst. Deze kloof-metafoor helpt ons dan ook niet verder; ze is een containerbegrip geworden. Hoe zit het dan met de ziekte van Nederland?

De verhoudingen tussen deelnemers aan het politieke proces zijn afgelopen decennia veranderd. Het proces van ontzuiling heeft de burger losgeweekt van politieke partijen. Bovendien is het opleidingsniveau gestegen en kiest de burger ervoor zijn leven naar eigen keuze in te richten. Hij is in staat politieke vraagstukken te begrijpen en zijn eigen mening te formuleren. In verkiezingstijd maakt hij een afweging tussen verschillende standpunten, om vervolgens te stemmen op de partij die op dat moment het meest opportuun is.

Politieke partijen gaan in een post-ideologisch tijdperk steeds meer op elkaar lijken. De concurrentiestrijd om de kiezer wordt, bij gebrek aan ideologische conflicten, gestreden met pragmatische details en profilering van personen. Het publiek eist inzicht in politieke besluiten. De noodzaak om te 'scoren' is onverbiddelijk. De opmars van de televisie heeft deze ontwikkeling versterkt. Het gaat om soundbytes, ruzies en het ultra-korte perspectief. Een fundamenteel debat is geen nieuws en komt, als het al wordt gevoerd, niet op televisie. Zodra fouten aan het licht komen, begint het zwarte-pieten. Het is het belangrijkste probleem voor de werking van de Nederlandse democratie: De eeuwige dreiging van de directe afrekening.

Politici zijn op hun hoede. Het gewicht van de publieke opinie drukt zo zwaar op hun politieke meningsvorming, dat geen standpunt nog los daarvan kan bestaan. Het gevoerde politieke debat wordt hierdoor steeds eendimensionaler. De aandacht voor gefragmenteerde wensen van het electoraat vertroebelt het zicht op een totaliteit. Bovendien zijn electoraat en media bij uitstek geïnteresseerd in korte-termijn kwesties. Terwijl de samenleving zich kenmerkt door toenemende complexiteit, waken politici ervoor hun vingers te branden aan ingewikkelde maatschappelijke problemen. Die gaan immers vaak gepaard met impopulaire maatregelen. De afrekening wordt liever ontlopen. En het publiek klaagt vervolgens de niet-daadkrachtige politiek aan. Zo ontstaat de paradoxale situatie dat burgers geïnteresseerd zijn in politiek, dat politici zich veel gelegen laten aan de mening van het electoraat, en dat beiden er desondanks niet in slagen een gelukkig huwelijk te onderhouden. De politiek lijkt gevangen in een Catch 22-situatie: wat ze ook doet, het is niet goed of het deugt niet. Laat ze de publieke opinie zwaar wegen in haar beleid, dan is ze niet slagvaardig. Vaart ze haar eigen koers, dan luistert ze niet naar de kiezers. Een uitweg uit het dilemma ligt in twee verschillende ontwikkelingen die op het eerste gezicht strijdig lijken.

In de eerste plaats moet de wens tot politieke participatie van de burger serieus worden genomen. De burger heeft zijn interesse in partijpolitiek verloren, maar is bereid zijn kennis aan te wenden in een maatschappelijk debat. Dan zal ook blijken dat de burger niet per definitie 'calculerend' gericht is op korte-termijn belangen. Bovendien schept zijn vrijblijvende positie ruimte voor creatieve ideeën. De politiek moet de voorwaarden scheppen voor een breed gevoerd debat en, indien nodig, dit zelf organiseren.

In de tweede plaats moet de democratie haar probleemoplossend vermogen herstellen. Het innemen van standpunten die dicht tegen de electorale voorkeur aankruipen, is door politici geroemd als een vorm van democratisering. Ik noem het popularisering. De kracht van een democratisch stelsel ligt in het vermogen te leren; fouten aan het licht te brengen en met meer kennis tot een betere visie te komen. Maar politici mogen geen fouten meer maken. Het is scoren of verzuipen. Creatieve oplossingen voor complexe problemen durven ze niet aan, uit angst te falen. Beleid blijft zo beperkt tot het corrigeren van gesignaleerde misstanden en het bestrijden van onbedoelde gevolgen.

De politiek moet weer gaan werken als een transformator, die ideeën uit het maatschappelijk debat integreert en transformeert naar een hoger niveau. In dat proces moet de politiek in zichzelf keren en creatieve ideeën zonder gevaar kunnen ventileren. Daartoe moet ze tijdelijk gevrijwaard blijven van directe afrekening. De vrijheid om te leren. Wanneer politieke besluiten vervolgens worden verantwoord door ook te wijzen op wat niét mogelijk is, zal de politiek aan legitimiteit en slagvaardigheid winnen.