Bitche raakt met de 'Cuirassiers' ook traditie kwijt

President Chirac van Frankrijk heeft een ingrijpende inkrimping bij defensie aangekondigd. Er verdwijnen onder meer 38 regimenten, waarvan elf in Duitsland. Een reeks steden en dorpen wordt zwaar getroffen door de maatregelen, zoals het Franse Bitche. Dit vlak bij Saarbrücken gelegen grensplaatsje raakt ruim duizend inwoners kwijt.

BITCHE, 28 AUG. De indrukwekkende citadel torent ver boven de huizen van Bitche uit. Zelfs de kerken van het 7.500 inwoners tellende stadje vallen in het niet bij de tachtig meter hoog gelegen stenen vesting, die van de twaalfde eeuw dateert. Het fort vormt een trekpleister voor toeristen, die van een zeldzaam schouwspel getuigen kunnen zijn. Met behulp van de modernste technieken wordt een aantal facetten van de beruchte belegering van 1870 nagebootst: het oorverdovende geknal van de kanonnen, het geweeklaag van de gewonden, de uit het ziekenhuis stromende etherlucht, het geruis van de waterbronnen en de geur van warm, vers brood uit de bakkerij.

In de citadel hield de bevolking van Bitche destijds 230 dagen lang stand tegen de vijandige Duitse legers. Daarvoor waren, zo kan men in het plaatselijke museum lezen, “zeldzame moed en een dappere leider nodig”. Die laatste was luitenant-kolonel Louis Casimir Teyssier, wiens naam anno 1996 in Bitche wederom op ieders lippen ligt. Want de naar hem genoemde kazerne, het quartier Teyssier, sluit haar poorten omdat het daar huizende vierde Régiment de Cuirassiers (le 4e cuir van de cavalerie, in de volksmond) over twaalf maanden wordt opgeheven, als uitvloeisel van Chiracs bezuinigingen.

Bitche ervaart het vertrek -- nog afgezien van de ernstige economische gevolgen -- als een kleine ramp. In het bijzonder omdat het stadje traditie kwijt raakt. “Het vierde regiment is beroemd, het is er al eeuwen en het gaf ons dorp veel bekendheid”, meent een automobilist op de parkeerplaats van de citadel. Beneden, in het statige met bloemen versierde stadhuis, beaamt burgemeeser P. Foeglé dat. Zijn gemeente verliest opnieuw iets van haar grandeur, hetgeen hij zeer betreurt. “In de loop der jaren zijn we er als typische garnizoensstad toch al op achteruit gegaan. Ooit hadden we hier vier kazernes, nu nog maar twee.”

De aangekondigde sluiting van het quartier Teyssier maakte veel emoties los in het Saargebied, dat is geplaagd door oorlogen. Ook de hoogste militair van de kazerne, luitenant-kolonel Trinquand, was heel geroerd. Hij had tranen in de ogen toen hij op 17 juli het droeve nieuws moest melden aan zijn officieren, onderofficieren, trompetters en dienstplichtigen. “Mijn grootvader behoorde in 1914 tot het vierde regiment”, zei Trinquand aan het einde van zijn toespraak. “Ik zal als de negentigste en laatste bevelhebber van dit trotse onderdeel de geschiedenis in gaan.”

Het verdwijnen van het vierde regiment in Bitche past binnen de grootscheepse herstructurering die president Chirac in februari aankondigde. Chirac wil de huidige krijgsmacht (432.000 man, van wie de meesten dienstplichtig zijn) in 2002 hebben omgevormd tot een beroepsmacht (305.000 man), die is ingesteld op snelle vredesacties. Om de (economische) pijn voor de getroffen gemeenten te verzachten, beloofde Chirac compensatie. Hij heeft Bitche daarbij niet vergeten: in 2001, na de professionalisering van twee kleine, ook in Bitche huizende regimenten (artillerie en kwartiermakers), moeten er 1.200 manschappen in het grensplaatsje zijn ondergebracht.

“Maar dat duurt nog zo lang”, is een veelgehoord verhaal in Bitche, waar ook enig wantrouwen valt te bespeuren. Houdt 's lands president zich aan zijn mooie woorden? Vooralsnog raakt Bitche ruim 1.300 inwoners kwijt, 871 militairen en 434 familieleden. Een schoolhoofd heeft berekend dat dit in augustus 1997 leidt tot sluiting van twaalf klaslokalen. Burgemeester Foeglé is optimistisch over de verre toekomst (“uiteindelijk zijn we winnaars”), maar de komende vijf jaar worden in zijn ogen “hachelijk”. Foeglé weet dat de uittocht zijn gemeente jaarlijks 35 miljoen franc (ruim tien miljoen gulden) aan inkomsten en belastingen kost. “Het gaat alleen al om een bedrag van zeven miljoen franc aan huishuren”, rekent hij voor.

De plaatselijke zakenwereld is “niet in paniek”, hoewel de vereniging van winkeliers en ambachtslieden meent dat ze op haar qui vive moet zijn. “Want het is niet niks. We kunnen tegen een stootje, maar er valt toch een brok geld weg”, zegt haar voorzitter, Th. Hoellinger. “Eenderde van onze verdiensten komt van de militairen uit de drie regimenten, waarvan het binnenkort uitgerangeerde vierde zoals u weet toch veruit de grootste is.”

Café PMU des Sports ligt vlakbij de te sluiten Teyssier-kazerne. Een stamgast zegt dat het etablissement er niet onder zal lijden, “want de militairen van het vierde regiment mengen zich niet onder de bevolking. Met het eerste regiment van de infanterie, dat hier vroeger huisde, was dat anders. Die zorgden ervoor dat de kroeg altijd vol zat.”

In de kazerne brandt licht, met name in de statige officiersmess. Passant L. Marchand, een dikke zeventiger, gluurt naar binnen. “Ik zal er, als oudere, moeilijk aan wennen dat ze straks weg zijn”, zegt hij. “Bitche en het leger, ze horen bij elkaar. Dat is in dit gebied altijd zo geweest. In deze regio is in de loop der eeuwen heel hard gevochten, kijk het maar na in de geschiedenisboeken. We hebben ongelofelijk veel voor onze vrijheid geofferd.”

Zijn oogjes glinsteren als hem de vraag wordt gesteld of hij daaraan zelf een bijdrage heeft geleverd. Net als een aantal medeburgers van Bitche is hij onderscheiden, vertelt hij, “voor mijn courage aan het einde van de Tweede Wereldoorlog”. Bitche had het toen verschrikkelijk moeilijk, weet hij nog. In december 1944 verschenen de geallieerden bij het stadje, maar konden het pas innemen na een bombardement van ruim drie maanden. Daarbij vielden 35 doden, 119 gewonden, werden 104 huizen verwoest en 696 woningen zwaar beschadigd.

Marchand haalt een grote portefeuille tevoorschijn en toont een vergeelde foto. Er staat een groep kinderen in klederdracht op. “Een van die meisjes is mijn moeder”, zegt hij trots. Vivent nos libérateurs staat er te lezen op een uitbundig versierde boog over de weg. Aan de onderkant van de prent is geschreven: la réception des groupes Françaises à Bitche, novembre 1918. “Dat moet een feest zijn geweest, want onze stad was vanaf 1871 in Duitse handen geweest”, lacht Marchand. De namen van de ingezetenen verraden dat nog. Onder de indrukwekkende citadel wonen niet alleen de families Calvet, Compte en Mégel, maar ook de Creutzers, de Kieffers en de Rauchs.