Winkeliers: Utrecht bedreigd door kroegen

UTRECHT, 27 AUG. Ruim zeventig winkeliers hebben gisteren protest aangetekend tegen de 'oprukkkende horeca' in de Utrechtse binnenstad.

Vertegenwoordigers van het burgercomité 'Stop de verkroeging tussen Janskerkhof en Domplein' overhandigden de handtekeningen aan de wethouders W. Herweijer (economische zaken) en A. Rijckenberg (ruimtelijke ordening).

De winkeliers keren zich onder meer tegen het plan om in de brandweerkazerne bij het stadhuis een Dick Bruna-huis te realiseren, waarbij gedacht wordt aan een kinder-café om de exploitatie mogelijk te maken.

In januari heeft de gemeenteraad al een tijdelijke horeca-stop voor dit deel van de binnenstad afgekondigd (met uitzondering van de Neude) in afwachting van een nieuw bestemmingsplan. Ook voor het Bruna-huis overwegen B en W een uitzondering te maken, maar er is nog niets besloten, zegt wethouder Rijckenberg.

“Het is een leuk plan en je maakt mij niet wijs dat die kinderen lallend over straat zullen gaan.” De middenstanders willen dat in de brandweerkazerne winkels worden gevestigd met woningen erboven.

Woordvoerder J. Peters van het comité 'Stop de verkroeging' vreest dat de Utrechtse binnenstad verwordt tot een soort Valkenburg. “In een gebied van één vierkante kilometer vind je zo'n driehonderd kroegen. Je moet naar het Leidseplein in Amsterdam om iets vergelijkbaars te vinden. En dit wordt dan toegelaten in het meest monumentale deel van de binnenstad. Ze denken hier in termen van het Veronica-gevoel: leuk en bruisend.”

Uit cijfers van het Bedrijfschap Horeca blijkt dat Utrecht met de horeca-dichtheid van de tien grote steden op de vijfde plaats staat.

Dit jaar zijn er 33,6 etablissementen per 10.000 inwoners. Bovenaan staan Amsterdam (53,3), Den Haag (42,7), Groningen (35,5) en Rotterdam (34). Utrecht behoort tot de sterkste groeiers. Sinds 1992 is de dichtheid met 2,3 toegenomen. Alleen in Tilburg was de toename nog groter: 2,5 bedrijven per 10.000 inwoners.

Wethouder Rijckenberg erkent dat het de laatste jaren “erg snel” is gegaan met de horeca in Utrecht. De stad had nu eenmaal een achterstand. “Utrecht was in het verleden een dode stad”, aldus de wethouder. “Zodra we constateerden dat de noordelijke binnenstad te veel horeca kreeg, hebben we een wijziging van het bestemmingsplan voorbereid.”

Het gemeentebestuur werkt nu ook aan een regeling waarbij vergunningen worden afgegeven voor verschillende soorten horecafuncties, zoals lunchroom, café en discotheek. Uitgangspunt is dat een toegelaten horecafunctie niet mag veranderen in een zwaarder type.

Enquêtes hebben uitgewezen dat de bewoners van de binnenstad zich vooral storen aan het gedrag van het uitgaanspubliek op straat. Volgens Rijckenberg is dat “de kern van de zaak en daarbij kunnen de ondernemers zelf een rol spelen.”

Soms is de overlast een gevolg van het saaie leven elders, denkt de wethouder. “In veel dorpen is niks te doen. Dus dan denken die jongelui: we gaan naar Utrecht om de boel op stelten te zetten.”