Wie parallelimport remt beschermt het prijskartel

Veel consumentenartikelen, zoals compactdiscs en spijkerbroeken, zijn in de Verenigde Staten aanmerkelijk goedkoper dan in Europa. Dat heeft, aldus Sweder van Wijnbergen, niets met handelspolitiek te maken, maar alles met kartelvorming.

Iedereen die regelmatig in de Verenigde Staten komt ergert zich eraan: cd's, zelfs die van onze nationale trots Philips, kosten in Nederland ongeveer het dubbele van wat ze in de VS kosten (45 gulden in plaats van rond de 15 dollar (25 gulden).

Dit prijsverschil heeft niets te maken met ruimere keus of betere service; ik heb in Nederland nog geen winkel gezien die qua assortiment en service kan tippen aan bijvoorbeeld Tower Records, de grootste muziekverkoper in de VS. Hetzelfde geldt voor spijkerbroeken, de fameuze Oshkosh kinderkleren, auto's enzovoorts.

Het prijsverschil heeft ook niets te maken met handelspolitiek; de invoertarieven in de Europese Unie zijn laag en andere handelsbeperkende maatregelen zijn zelden tegen de VS gericht. Transportkosten zijn ook geen verklaring; je kunt tegenwoordig via Internet cd's in de VS bestellen voor circa 15 dollar met minimale transportkosten.

De verleiding om artikelen in de VS in te kopen en de consument in Nederland, buiten het officiële importkanaal om, tegen scherpe prijzen aan goedkope en goede waar te helpen is groot. Maar de rechter heeft onlangs een zogenaamde parallel-importeur teruggefloten. Vreemd genoeg gebeurde dat met een beroep op een Europese merkenwet. Als niet-jurist zou je zeggen dat een merkenwet te maken moet hebben met het tegengaan van verkopen van niet-merkartikelen onder merknaam en niet met de verkoop van authentieke merkartikelen onder hun eigen naam.

En dan nog, zelfs als de distributeur het alleenrecht op bijvoorbeeld alle Polygram-labels heeft, dan blijft de curieuze situatie dat dit prijsverschil niet alleen tussen Polygram hier en in de VS bestaat, maar precies zo tussen Sony hier en in de VS en eveneens precies zo voor de andere klassieke cd-labels. Overigens beperkt zich dit prijsverschil niet tot Nederland, maar geldt het voor heel continentaal Europa. Alleen in Engeland liggen de prijzen, na correctie voor de btw die in de VS niet bestaat, op Amerikaans niveau.

Wat hier aan de gang is, is evident: een goed georganiseerd kartel, al dan niet stilzwijgend, houdt de prijzen hoog in alle landen waar geen serieus competitiebeleid is. Dit kartel kan zich makkelijk vestigen en handhaven, omdat er maar zo weinig spelers in de markt zijn. Voor klassieke cd's heb je met Polygram (Philips) en Sony de markt wel gehad. Alleen in landen waar dit spel niet gespeeld kan worden omdat er een veel agressiever competitiebeleid is, zoals in Engeland en de VS, liggen de prijzen laag.

Competitiebeleid is iets dat eigenlijk niet past in de economische structuur van West-Europa, althans het niet-Angelsaksische deel daarvan. Nederland is er aan gewend dat de grote spelers in het economische spel met elkaar om de tafel gaan zitten en de dingen netjes regelen; ordentelijk en zonder de naakte agressie van harde competitie. Tot enkele jaren terug werden prijsafspraken voor zowat alles wat er te koop was zelfs netjes op het ministerie van Economische Zaken geratificeerd.

De schade die een gebrekkig competitiebeleid aanricht is aanzienlijk. We weten nu dat privatisering niets voorstelt zolang er geen competitiebeleid bijkomt; het loodswezen is een bekend voorbeeld (als ik me goed herinner gingen tarieven en salarissen na verzelfstandiging fors omhoog ondanks het feit dat het onder de overheid geen verliezen leed). Oost-Europa heeft nog veel meer bewijzen aangeleverd, terwijl de Britse ervaring met privatisering van grote monopolies ook boekdelen spreekt. De grote strijd in de telecommunicatie is daar pas losgebarsten toen er een derde concurrent voor British Telecom bijkwam.

Wil privatisering werkelijk economische winst opleveren dan zijn drie elementen vereist: overdracht van cash flow rights (wie krijgt uiteindelijk de gemaakte winsten?), overdracht van control rights (wie neemt de belangrijkste beslissingen in het bedrijf?), en cruciaal, een goed competitiebeleid om te verhinderen dat de zojuist geprivatiseerde onderneming een monopolie vormt.

Die laatste twee punten zijn nauw met elkaar verbonden. Soms is competitie niet mogelijk of zou het tot grote verspilling leiden. Wil de overheid bijvoorbeeld niet dat vijf verschillende bedrijven allemaal hun eigen parallelle spoorlijnen aanleggen, dan moet zij op belangrijke punten de control rights aan zichzelf houden. Dit heet regulering.

Regulering - het op belangrijke punten van de bedrijfsvoering blijven uitoefenen van regelgevend toezicht - moet uiteraard waar mogelijk achterwege blijven, maar waar het achterwege gelaten wordt moet een effectief competitiebeleid worden gevoerd om schadelijke monopolievorming tegen te gaan. In veel gevallen zijn open grenzen een goed substituut voor een effectief competitiebeleid, maar het voorbeeld van de cd's toont aan dat dat niet altijd genoeg is.

Nederland had tot voor kort een slechte staat van dienst op dit gebied. De oude mededingingswet ging er van uit dat prijsafspraken goed waren, tenzij kon worden aangetoond dat ze nadelig uitpakten, wat zelden of nooit het geval was. En er was in het geheel geen beleid wat betreft markconcentratie; fusies en overnames, bijvoorbeeld, werden niet getoetst op de gevolgen voor de competitie op de markt.

Onder druk van de Europese Unie is daar onder het vorige kabinet verandering in gekomen; de toenmalige staatssecretaris van Economische Zaken, Van Rooy, liet een wet opstellen die schoorvoetend de moderne wereld binnenkwam. Het absolute minimum wat nodig was vanwege EU-afspraken werd gedaan, maar geen stap meer. De bewijslast bij prijsafspraken werd omgedraaid (in principe fout, tenzij aangetoond kan worden dat dat niet zo is), maar verder niets.

Het huidige kabinet ging beter van start, onder andere door ook een fusie- en overname-toetsing te introduceren. Minister Wijers van Economische Zaken gaat duidelijk verder dan zijn voorgangers en neemt competitiebeleid serieus, wat goed nieuws is voor consumenten en kleine nieuwe bedrijven die gevestigde grootmachten onder vuur willen nemen.

Toch zit er nog steeds een zwak punt in de wet, ook na de verbeteringen van Wijers en zijn staf: de instellingen die in de wet worden gecreëerd krijgen geen onafhankelijke positie, maar blijven ressorteren onder het ministerie. Dit betekent dat het competitiebeleid zo goed gaat als de minister er toezicht op houdt. Onder de huidige minister zal dat waarschijnlijk wel goed gaan, maar wie weet wat er na hem gebeurt.

De reactie van Economische Zaken op de rechterlijke uitspraak inzake de cd's krijgt in deze context een extra dimensie: belangrijk voor muziekliefhebbers, maar ook een veelbetekenend signaal over hoe de nieuwe instellingen zich zullen gedragen. Het zou beter zijn geweest als de wet deze onzekerheid eruit gehaald zou hebben door onafhankelijke instellingen met een glashelder mandaat te creëeren, zodat we niet meer afhankelijk zijn van de politieke wind van het moment of de specifieke voorkeuren van de toevallige minister.