Uitbreiding voor Prinsenhof met transparant paviljoen

Glazen Museumzaal, Het Prinsenhof, Delft. Ontwerp: Mick Eekhout. Oplevering: zomer 1996. Stichtingskosten: 2,5 miljoen gulden.

Zonder ruchtbaarheid is de voormalige kruidentuin van het gemeentelijk museum Het Prinsenhof in Delft omgetoverd van een open binnenplaats in een gesloten, transparante zaal. De reusachtige volière is al enige tijd klaar maar zal pas in het najaar officieel worden ingewijd. In afwachting daarvan lijkt de bouwtechnisch spectaculaire constructie van stalen kolommen, glazen panelen en trekstang-spinnenwebben in een toestand van volkomen rust te wennen aan de middeleeuwse omgeving van baksteen. Die impressie wordt vooral gevoed door de stilte en de roerloosheid die het lege atrium op het ogenblik beheersen. Alleen het voortdurend wisselende daglicht zorgt voor beweging, maar het is het soort beweging dat de afwezigheid van geluid alleen maar benadrukt.

Aan drie zijden worden de wanden van de museumuitbreiding gevormd door de buitengevels van het voormalige kloostergebouw waar Willem van Oranje resideerde en in 1584 werd vermoord. De vierde wand is geheel van glas en biedt uitzicht op de zijgevel van de Waalse Kerk die met vier prachtige boogramen slechts een paar meter van de nieuwe museumruimte is verwijderd. Van hieruit zie je de Waalse Kerk alsof deze in een vitrine is gezet. Nog een tweede kerk is fysiek in de glazen zaal aanwezig. Dwars door het bol gebogen, transparante dak kijkt de karakteristieke toren van de Oude Kerk naar binnen.

Ingeklemd door eeuwenoude, monumentale architectuur maakt het hightech-atrium, naar een ontwerp van Mick Eekhout een vluchtige, tijdelijke indruk. Ogenschijnlijk moet het niet veel moeite kosten om het weefsel van glazen ruimte-begrenzingen weer ongedaan te maken. Aanvankelijk waren er van de kant van de monumentenzorgers nogal wat bezwaren tegen de overkapping. Maar de bijna provisorische wijze waarop de binnenplaats bij het zalenpotentieel van Het Prinsenhof is getrokken, heeft deze stemmen goeddeels doen verstommen. De museumuitbreiding heeft het kostbaarste monument van Delft geen enkele schade bezorgd. Integendeel, de nieuwe zaal is een verlichting van het ruimtegebrek waarmee het Prinsenhof al jarenlang te kampen heeft. Naast wisselende exposities, vooral van beelden en objecten die in vitrines kunnen worden tentoongesteld, zal de zaal fungeren als een soort 'stadsatrium' waar lezingen, ontvangsten en feesten kunnen worden gegeven.

Prof. dr. ir. Mick Eekhout, hoogleraar productontwikkeling aan de TU Delft, heeft als constructeur ook de veelgeprezen glazen zaal in de Amsterdamse Beurs van Berlage op zijn naam staan. Ook hier ging het om een nieuwe zaal in een monumentaal historisch bouwwerk. In samenwerking met de architect Pieter Zaanen ontwikkelde Eekhout een vrijstaand, geheel transparant paviljoen (de AGA-zaal) in de voormalige Graanbeurs waarbij de nieuwbouw met het oorspronkelijke interieur zelfs nauwelijks raakpunten vertoont. Op het eerste gezicht lijkt dat met de glazen zaal in het Prinsenhof ook het geval. Maar het feit dat de ruimte volmaakt geluiddicht is, verraadt dat ook het verschil in goothoogte van de drie vleugels waarop het dak aansluit, met glasstroken is dichtgezet. Dat wil zeggen dat de nieuwe constructie op z'n minst aan drie zijden hermetisch is verbonden aan het oude, historische gebouw.

In tegenstelling tot de AGA-zaal heeft Eekhout de zaal in het Prinsenhof zelfstandig uitgevoerd, dat wil zeggen zonder tussenkomst van een architect. Naast zijn deskundigheid als constructeur acht hij zichzelf ook bekwaam in het architectonisch ontwerpen. Op de vormgeving van de constructie is echter wel het een en ander aan te merken. De stalen kolommen zijn lomp en vooral de situering van de hedendaagse steunberen, bijna tegen de oude gevels aan, maakt een genadeloze indruk. In de twee hoeken aan de kant van de Waalse Kerk is het stalen buizenpatroon nauwelijks van een zwaar uitgevallen steiger te onderscheiden. Natuurlijk is dit alles constructief bepaald, maar bij zoveel technologische innovaties moeten ook oplossingen kunnen worden gevonden voor kwesties van puur esthetische aard. Bij de glooiing van het glazen dak heeft Eekhout zich laten inspireren door het profiel van een vliegtuigvleugel. Jammer dat het onderstel van een reiger de stalen kolommen niet als model heeft mogen dienen.