Stevie Ray Vaughan (1954-1990); Een visioen van de hemel

De lijst van popmusici die voortijdig en op het hoogtepunt van hun roem overleden is lang. Elk van hen heeft een zwanezang, een laatste veelbetekenend nummer. Een jaar lang worden, op sterfdagen van popmusici, deze laatste nummers nader bekeken. Vandaag 'Tick Tock' de zwanezang van Stevie Ray Vaughan die vandaag precies zes jaar geleden overleed.

“Ik moet gaan.” Dit waren de laatste woorden die gitarist Jimmy Vaughan hoorde van zijn ook al gitaarspelende jongere broer Stevie Ray. De broers hadden opgetreden op een bluesfestival in Alpine Valley, Wisconsin, samen met onder meer Eric Clapton, Buddy Guy en Robert Cray. Het was de nacht van 26 op 27 augustus 1990 en het zou nog een uur of twee duren voor de Vaughans per helikopter naar Chicago konden vertrekken. Plotseling leken twee plaatsen vrij te komen in een van de helikopters van Eric Clapton en zijn gevolg, maar aangekomen bij het toestel bleek slechts één stoel onbezet te zijn. Stevie Ray Vaughan nam die. Hij had haast, zei hij nog.

Een half uur later was Stevie Ray Vaughan dood, samen met de piloot en de drie andere inzittenden van het hefschroefvliegtuig. In dichte mist was de helikopter tegen een heuvel gevlogen, om 0.40 uur om precies te zijn. Eric Clapton landde veilig in Chicago, maar van de helikopter waarin onder meer Stevie Ray Vaughan zat, bleef niets over.

Tegenwoordig wordt Stevie Ray Vaughan in één adem genoemd met gitaristen als Eric Clapton en Jimi Hendrix, maar tijdens zijn leven werd hem die eer nauwelijks gegund. Vaughan werd in de muziekpers vooral gezien als een onechte, op effect beluste bluesmuzikant, een lot dat hij moest delen met zovele andere blanke blueszangers en -gitaristen. Blanken, zo luidt de nooit openlijk geuite kritiek van de bijna zonder uitzondering blanke critici, kunnen de blues niet zingen en spelen, zeker niet als ze, zoals Eric Clapton, ook nog eens Armanipakken dragen. En ook al ging Stevie Ray Vaughan als geboren Texaan het liefst gekleed in extravagante overhemden en puntlaarzen, gecompleteerd met een cowboyhoed en veel sjaals, hij werd hoogstens beschouwd als een verdienstelijke Hendrix-imitator.

Stevie Ray Vaughan heeft nooit onder stoelen of banken gestoken dat de in 1970 overleden Jimi Hendrix zijn grote voorbeeld was en meer invloed op zijn spel had gehad dan bluesgitaristen van een eerdere generatie zoals Albert Collins en Albert King. Maar bewondering betekende nog geen imitatie. Beter nog dan in zijn eigen nummers is dat te horen in de Hendrix-nummers die hij speelde (en waaraan een echte imitator zich uit angst voor ontmaskering natuurlijk ook helemaal niet zou durven wagen). Hier is geen brave leerling aan het werk, maar een groot talent dat alle invloeden aaneen had gesmeed tot een eigen, nieuwe stijl. Als ik zou moeten kiezen tussen de twee versies van 'Voodoo Chile', dan zou ik die van Stevie Ray Vaughan prefereren boven het origineel van Hendrix.

Toen Stevie Ray Vaughan overleed, had hij nog niet lang een geslaagde come-back achter de rug. Zoon van een altijd dronken vader en zelf drinker vanaf zijn vijfde levensjaar, leek hij in de tweede helft van de jaren tachtig tenonder te gaan aan cocaïne en alcohol. Het liefst dronk hij whisky vermengd met cocaïne, en dit goedje brandde ten slotte gaten in zijn maag waardoor hij in september 1986 een Europese tournee moest afbreken.

Bijna drie jaar later was hij helemaal afgekickt. Hij had een succesrijke cd gemaakt, In Step, en vlak voor zijn dood ook een cd opgenomen met zijn oudere broer Jimmy Vaughan, de oprichter van The Fabulous Thunderbirds tegen wie hij altijd had opgekeken. Family Style heet deze laatse cd, waarvan het zevende nummer, 'Tick Tock', als Stevie Ray Vaughans zwanezang moet worden beschouwd.

Stevie Ray Vaughans afscheidslied is a-typisch voor zijn oeuvre: het is geen bluesnummer dat aanleiding is voor virtuoze solo's, maar een eenvoudig meezingliedje dat zeer geschikt is voor straatzangers. De tekst schildert een naïef christelijke droom van een betere wereld. “The sick, the hungry, had smiles on their faces / The tired and the homeless had family all around / The streets and the cities were all beautiful places / And the walls came tumbling down”, zingt Stevie Ray Vaughan na een gesproken intro van zijn broer. Zelfs zonder de wetenschap van Stevie Ray Vaughans naderende dood, kan deze droom niet anders worden gezien dan als een visioen van de hemel, want beter dan de meeste andere mensen wist de ex-junkie en alcoholist Stevie Ray Vaughan dat zo'n idylle op aarde onmogelijk was.

Stevie Ray Vaughans verlangen naar de hemel is niet alleen zoet en lieflijk. Zeker achteraf heeft 'Tick Tock' een wat grimmig karakter gekregen door het refrein: “Remember / Tick tock, tick tock, tick people / Time's tickin' away / Time's tickin' away.” Stevie Ray Vaughans zwanezang is een onverbloemd memento mori. Voor de bluesgitarist zelf tikte de tijd zo snel, dat hij al was overleden voor 'Tick Tock' werd uitgebracht: het was op zijn begrafenis dat zijn zwanezang voor het eerst kon worden beluisterd door een groot publiek.