Schoolkinderen griezelen bij verhalen over de jacht

DRONTEN, 27 AUG. Er gaat een lichte schok door de klas als jager Lulof de huid van een vos uit zijn tas halt en om zijn hals legt. De 29 kinderen gieren het uit. Elfjarige Patrick kruipt ineen en slaat boos zijn armen over elkaar. “Waarom laat je dat dier niet leven? Dat is toch zielig”, zegt hij bijna onhoorbaar

. Vossen moeten soms worden afgeschoten omdat ze veel schade aanrichten, vertelt de jager. Op Patrick maakt het geen indruk. “Ik schiet jou toch ook niet dood”, mompelt hij nijdig.

Z. Lulof, jager en voorlichter van de Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging (KNJV), is op bezoek bij groep 7 van de basisschool het Wilgerijs in Dronten. Het is de eerste school die hij dit schooljaar bezoekt. Als straks in het najaar het jachtseizoen op het meeste klein- en grootwild is geopend, geeft de KNJV op veel scholen voorlichting over de jacht.

De KNJV is de laatste jaren actiever geworden in haar voorlichtingsbeleid. Toen circa zes jaar geleden de anti-jagersbeweging opkwam, ging de KNJV er vanuit dat het wel over zou waaien. “We deden niks. Dat was dom. Er kwamen zoveel misverstanden in de wereld”, zegt Lulof. In navolging van de Dierenbescherming werd de jagersvereniging actief op scholen. “De Dierenbescherming deelde een anti-jagerskrant uit. Daar konden we natuurlijk niet bij achter blijven.”

Aanleiding voor het bezoek aan groep 7 van het Wilgerijs is de spreekbeurt van Meeke Janssens. Ze heeft een opgezette fazant van haar vader meegenomen. “Hoe is dat konijn neergeschoten”, vraagt een klasgenoot voor de bel is gegaan. Meeke kijkt verontwaardigd. “Dat is geen konijn. Dat is een fazant.” Ze draait zich om. Ze heeft geen zin meer om te vertellen hoe het dier aan zijn einde is gekomen. Meeke heeft meer aandacht voor Joerie, de jachthond van Lulof. “Youri Mulder, Youri Mulder”, roept een voetbalfan melig.

Meeke houdt haar spreekbeurt over jagen omdat ze jagen leuk vindt. Ze vertelt rustig en zelfverzekerd dat ze wel eens met haar vader mee is geweest op een jagersdag. Ze was toen een 'drijver'. De klasgenoten hangen om haar heen als Meeke met een patroon rondgaat. Na afloop stelt alleen Arjan een kritische vraag. Meeke heeft verteld dat jagers het bos schoonhouden, maar Arjan wil weten wat de dieren daar aan hebben. “Ze schieten ze toch dood.” Meeke antwoordt kort. “Dan blijven de dieren gezond.” Juf Van Ulsen heeft niets dan lof voor Meekes spreekbeurt en geeft een 'z.g.'.

Dan is het even pauze. Arjan laat de jager zijn t-shirt zien. Het heeft een tekening van een neergeschoten jager en een hondje dat zegt: 'Geeft niet joh. Zijn er toch genoeg van.' “Ik ben van Kids for Animals”, vertelt Arjan met een guitige glimlach. Als Lulof zijn verhaal begint heeft hij meteen zijn vinger omhoog. Maar de jager ziet het niet. De vinger zakt langzaam van vermoeidheid.

De kinderen luisteren ademloos naar de verhalen van de jager. Lulof, oud-onderwijzer, spreekt kindertaal. Hij laat zien hoe je met een geweer moet omgaan en haalt kinderen naar voren om te voelen hoe zwaar een hertengewei is. Hij laat de pagina's dikke klapper zien van de cursus voor jager. “Je moet een heleboel weten, over herten, over jachthonden, over de wet, over e-co-lo-gie. Da's een moeilijk woord.” Lulof rekent voor dat in de Flevopolder het aantal reeën in een paar jaar van vierduizend naar wel dertienduizend zou toenemen als er niet gejaagd zou worden. “Dan worden ze doodgereden of verdrinken ze.”

De klas veert op als Lulof een demonstratie met hond Joerie begint. “De allerliefste hond van de wereld”, zegt Lulof. “Onze hond is liever”, mompelt Patrick, nog steeds opstandig met zijn armen over elkaar. Dan mag Meeke in de school een dummy van een geschoten dier verstoppen. Joerie vindt de dummy snel en pakt het dier in zijn bek, maar gaat terug naar de verkeerde klas. “Dat kan onze hond beter”, glimlacht Patrick.

De jager gaat lang door, zodat er weinig tijd is voor vragen. Arjan heeft zijn schriftje vol met vragen geschreven, zoals 'Vindt u het niet zielig' en 'Vindt u de natuur niet eenzaam voor dieren'. Arjan krijgt slechts even het woord en vraagt dan maar of die vos levend niet mooier is dan dood. Lulof zegt dat hij lepelaars ook mooi vindt en dat die door vossen worden opgegeten. Arjan sputtert nog even tegen. Dan is de les voorbij.

Onderwijzeres Van Ulsen is tevreden over de speciale les. Ze heeft de klas 's ochtends goed voorbereid op het bezoek van de jager uit vrees dat er iemand zou komen die het jagen heel erg gaat promoten. 's Ochtends is er meer gediscussieerd. Ze vond het lastig onderwerp omdat er zoveel kanten aan het jagen zitten. “De klas was boos toen iemand vertelde dat Willem Alexander konijntjes afschiet.”

Als de bel al lang en breed is gegaan, komt dierenbeschermer Arjan nog even naar jager Lulof toe. Hij wil nog graag even het geweer vasthouden.

    • Herman Staal