Ook nieuwe loting wekt woede tennissers

NEW YORK, 27 AUG. De open Amerikaanse kampioenschappen, altijd al het meest rumoerige van de vier grand-slamtoernooien, stond de eerste dag geheel in het teken van de ruzie tussen de spelers en de toernooi-organisatie. Wat vorige week begon als een veenbrand, is uitgegroeid tot een uitslaande brand. Iedere tennisser die gisteren op Flushing Meadow een microfoon voor zijn mond kreeg, gebruikte die om de toernooi-organisatie de les te lezen.

De gastheer van de US Open, de Amerikaanse tennisbond USTA, heeft de spelers tot op het bot beledigd. En dan vooral de spelers die niet over een Amerikaans paspoort beschikken. Zij verwijten de USTA gebrek aan respect en vooral het bevoordelen van Amerikaanse spelers. Volgens vele tennissers speelt de toernooi-organisatie onder één hoedje met de sponsors en televisiemaatschappijen, die Andre Agassi en Pete Sampras graag zo lang mogelijk in actie willen zien.

Vorige week wekte de toernooi-organisatie wrevel door eerst te loten en daarna pas de plaatsingslijst vast te stellen. Een plaatsingslijst die voor het eerst in de geschiedenis van de US Open drastisch afweek van de wereldranglijst. Michael Chang, de nummer drie van de wereld, wisselde van plaats met Thomas Muster, de nummer twee. Andre Agassi steeg van acht naar zes, Richard Krajicek van zeven naar vijf, en Jevgeni Kafelnikov zakte van vier naar acht.

De topspelers tekenden protest aan en eisten een nieuwe loting. De USTA gaf haar fout toe en lootte opnieuw. De plaatsingslijst bleef echter zoals hij was. Kafelnikov, dit jaar winnaar van Roland Garros en een voortreffelijk hard-courtspeler, voelde zich nog steeds tekortgedaan. De Rus pakte zaterdag zijn koffers en nam diepgekrenkt het vliegtuig naar huis.

De vier leden van de plaatsingscommissie, onder wie oud-speler Ivan Lendl, werden vervolgens met een nieuw probleem opgescheept. Wie moesten zij de opengevallen plek van Kafelnikov laten innemen? De hoogste, nog niet geplaatste speler op de wereldranglijst was de Spanjaard Felix Mantilla. Maar Mantilla is een gravelspecialist en heeft dit jaar nog geen duel gespeeld op hard court. Volgens de spelregels die de plaatsingscommissie zich dit jaar had opgelegd - rekening houden met de favoriete ondergrond van de topspelers - lag het voor de hand om Michael Stich de plaats van Kafelnikov te laten innemen. Stich staat op de wereldranglijst achter Mantilla, maar de Duitser kan op hardcourt veel beter uit de voeten.

Na ampel beraad besloot de commissie Mantilla te passeren en kreeg Stich te horen dat hij een beschermde positie genoot. Toen de dertien Spaanse spelers in New York lucht kregen van deze beslissing dreigden zij het voorbeeld van Kafelnikov te volgen. Vijf minuten voordat de naam van Stich bekend zou worden gemaakt, draaide de commissie zondagavond de zaken weer om: Mantilla was geplaatst.

“Niemand van de organisatie had het lef mij in te lichten”, sprak een withete Stich gisteren. “Ik had zin om naar huis te vliegen. Dit getuigt van weinig respect.” De Duitser stelde zijn collega's voor om de eerste dag te boycotten. “Ik heb het gevoel dat de USTA te gemakkelijk wegkomt met deze zaak. We hebben ze niet zoveel pijn gedaan als eigenlijk zou moeten.” De ATP, de vakbond van spelers, wees Stichs voorstel af. De bond vreesde een rechtszaak en stelde zijn leden voor om twintig minuten te laat op de baan te verschijnen. Stich, die gisteren won van landgenoot Tommy Haas: “Ik ben vandaag in de kleedkamer blijven zitten. Ik heb gewacht, er gebeurde niets, niemand kwam iets vragen.” Volgens Stich raakt de onenigheid de wortels van de tennissport. “Deze ruzie gaat wat mij betreft over het spel, over hoe we de sport overbrengen aan de toeschouwers. En niet over hoe we zoveel mogelijk geld kunnen verdienen en de kijkcijfers omhoog krijgen. Ik weet niet zeker of het de USTA daar om te doen was. Ik ben daar wel heel wantrouwend over.”

Bij de vrouwen heeft de USTA de wereldranglijst wel gerespecteerd. Toen Les Snyder, de voorzitter van de Amerikaanse bond, op een persconferentie een verklaring werd gevraagd, begon hij plotseling te stamelen. “Dat is omdat... Zij zijn het ermee eens. Ik bedoel, we hebben de vrouwen op dezelfde manier behandeld als de mannen.”

Volgens The New York Times heeft de USTA overwogen de Amerikaanse Lindsay Davenport ook op te waarderen. De olympisch kampioene reageerde opgelucht dat zij in New York conform haar achtste positie op de WTA-ranglijst is geplaatst. “Ik zou dood zijn gegaan als ze dat hadden gedaan.”