Jeugdprostitutie tiert in stegen van Brazilië

Vanmorgen is in de Zweedse hoofdstad Stockholm het wereld- congres tegen de seksuele uitbuiting van kinderen officieel geopend. Ook in Brazilië groeit het protest tegen de uitbuiting van minderjarige prostituees.

RECIFE, 27 AUG. Het oude visserskwartier in Recife aan de noordoostkust van Brazilië ligt pal naast de luxe strandwijk Boa Viagem. Jongerenwerkster Carmita Verçoca kent de wirwar van schaarsverlichte modderige steegjes als geen ander. Enkele dagen per week zoekt ze hier kinderprostituees op. Ze geeft hun adviezen en deelt condooms uit. “De kinderen beginnen op steeds jongere leeftijd te werken. De meesten zijn nog geen vijftien”, zegt ze.

Aan het begin van de avond zet Louisa, een forse zwarte vrouw met grote goudkleurige oorbellen, enkele tafeltjes buiten. Haar bordeel bestaat uit vier kleine kamertjes van nog geen twee bij twee. Vieze, oude matrassen liggen op de betonnen vloer. De klanten zijn Brazilianen, Duitsers en Zweden, vertelt ze, misschien ook wel Nederlanders.

Buiten staat Luciana met een paar vriendinnen te praten. Ze is jong (14), slank en heeft lang golvend haar. Ze komt van een dorp op het platteland en is sinds een jaar in de stad. “Ik ga niet meer terug”, zegt ze beslist. Haar klanten doet ze op in de uitgaanswijk of op het strand. Ze verdient honderd dollar per keer. Het liefst heeft ze Europeanen. “Want die zijn niet gewelddadig.”

Bijna dagelijks trekken de educadores da rua (jongerenwerkers op straat) van de hulporganisatie Casa de Passagem (doorgangshuis) de rosse buurten van Recife in, een tas met condooms over de schouder. Tien jaar geleden richtte de advocate Ana Vasconcelos de organisatie op. Sinds die tijd zijn de problemen gegroeid. “Veel meisjes die op straat blijven halen de twintig niet: complicaties bij abortus, drugs, moord en zelfmoord zijn de voornaamste doodsoorzaken”, zegt Vasconcelos in haar kantoor. De hulporganisatie telt inmiddels een kleine vijftig medewerkers, onder wie artsen, psychologen, verpleegsters en educadores da rua. Sommigen van hen hebben zelf vroeger op straat geleefd.

Volgens een parlementaire onderzoekscommissie telde Brazilië in 1994 een half miljoen minderjarige prostituees. In toeristensteden als Salvador en Recife komt sekstoerisme veel voor. Het aantal minderjarigen in de prostitutie is de afgelopen jaren in Brazilië toegenomen. Sekstoeristen uit het buitenland vormen een klein, maar in het oog springend deel van de klanten. De organisatie ChildRight Worldwide in Amsterdam schat dat vanuit Nederland jaarlijks tienduizend mannen voor kinderseks naar het buitenland gaan. Naast Brazilië zijn Thailand, Sri Lanka, de Filippijnen en Vietnam bekende bestemmingen. Favoriet in Brazilië zijn badplaatsen aan de noordoostkust als Salvador, Natal en de haven- en toeristenstad Recife.

Pagina 4: Ouders verhuren kind aan goudzoekersbordeel

In industriegebieden, waar arbeiders ver van hun gezin wonen, tippelen kinderen op straat of werken in nachtclubs. In goudzoekersdorpen in het Amazonegebied 'verhuren' ouders soms hun kinderen aan bordelen. De kwaliteitskrant Folha de Sao Paulo berichtte in 1992 als eerste over circa 25.000 jonge 'seksslavinnen' die in goudzoekerskampen leefden. Na aanhoudende berichten besloot de regering tot ingrijpen. Eenheden van de militaire politie overvielen tijdens een bliksemactie het goudzoekersdorp Cuiú Cuiú. Eigenaren van nachtclubs werden gearresteerd; de kinderen, in de leeftijd van dertien tot zeventien jaar, kwamen vrij. Maar de operatie bleef beperkt tot één dorp. “Het was een show om de publieke opinie gerust te stellen, in feite verandert er niets”, aldus de krant.

De Bamboo-bar aan het Boa Viagem-plein is een bekend trefpunt van sekstoeristen. Enkele Duitse mannen zitten achter een caipirinha, een sterke brandewijn. Aan de muur hangen de uitslagen van de Bundesliga. Even verderop klinkt de lambada uit een discotheek. De meisjes dansen, buitenlandse mannen, meest veertigers, kijken toe vanaf de kant. Eliza (17) zit op een leren bank aan de kant. Jaren geleden nam een vriendin haar mee, vertelt ze. Zo begon het. Ze heeft geen keus, vindt ze. “Het was bij ons één grote misère. Nu hebben we tenminste geld.” Een klant nam haar mee naar Italië. Een paar weken is ze nu terug. Trouwen met een Europeaan, dat is haar grote droom voor de toekomst. “Europeanen zijn de beste klanten”, zegt haar vriendin Sania (14). “Die betalen het beste.” Eliza knikt. Dan loopt ze naar de dansvloer en verdwijnt in de swingende massa.

Vijfhonderd meter verderop speelt een popgroep op een podium op het strand. “Sekstoerisme is een kwaadaardig gezwel”, roept de Braziliaanse zanger tussen twee nummers door. “Waarom doet de overheid niets?” Hij oogst veel bijval. Het publiek, vooral jongeren, applaudisseert. “Veel Brazilianen hebben er schoon genoeg van”, zegt een studente.

Ook elders in het land neemt de kritiek toe. In Salvador startte het Centrum ter Bescherming van het Kind een publiciteitscampagne. In de kuststeden Belem, Fortaleza en Joao Pessoa zijn groepen actief die 'nieuwe' meisjes opvangen en voorlichting geven. Bekende Braziliaanse zangers als Gilberto Gil en Daniela Mercury hebben zich aangesloten bij de campagnes en de overheid opgeroepen 'de schuldigen' te straffen: bordeelhouders, hotelportiers die meewerken, de taxichauffeurs die bemiddelen, en niet in de laatste plaats: de klanten zelf.

Toch is de vraag van de klanten niet de enige reden voor de omvangrijke jeugdprostitutie. Hulporganisaties zien ook armoede en seksueel misbruik op jonge leeftijd als belangrijke oorzaken. “De overeenkomsten in de verhalen van minderjarige prostituees zijn frappant”, zegt Sizue Imanishi, medewerker van UNICEF, het Kinderfonds van de Verenigde Naties. “Ze komen uit arme gezinnen en hebben thuis met seksueel geweld te maken gehad.” Volgens onderzoekers van een kinderopvangcentrum in de kustplaats Fortaleza zijn acht van de tien minderjarige prostituees op jonge leeftijd door een (stief)vader, oom of zwager seksueel misbruikt.

Volgens Imanishi hebben de spanningen binnen gezinnen vaak te maken met de leefomstandigheden in arme wijken. “Je moet je voorstellen: een of twee kleine ruimtes voor een groot gezin. Veel gezinnen vallen uit elkaar. Stiefouders willen soms niets met de kinderen te maken hebben.”

Ook puur economische motieven kunnen de doorslag geven. Veel kinderen werken op straat om iets bij te verdienen. Ze verkopen pinda's, poetsen schoenen. Meisjes belanden via leeftijdgenootjes in de prostitutie. “Het komt voor dat meisjes van veertien zo een gezin onderhouden. De ouders weten wat hun kinderen doen. Maar ze zien het ook als een uitvlucht uit de misère”, zegt Imanishi.

Het is rond middernacht als Zé Carlos van het Casa de Passagem de brug naar de havenwijk van Recife oversteekt. Enkele straatkinderen hangen tegen de balustrade aan. De huizen in de straat aan de overkant zijn donker, maar in de verte schettert muziek. “Daar gaan we heen”, zegt Carlos. Het terras van de Sao Francisco bar zit vol: tienermeisjes en oudere mannen. Elena (21), een jonge mulattin met een olijke blik, is in Nederland geweest. Drie maanden werkte ze in een Eindhovens bordeel. Binnenkort gaat ze opnieuw. Ze wordt er goed behandeld, zegt ze. Ze werkt illegaal, maar als toerist kan ze drie maanden in Nederland blijven. Met vijfduizend dollar kwam ze terug naar Brazilië terug.

Ana Vasconcelos van het Casa de Passagem bevestigt de verhalen. Er is een organisatie die opereert vanuit Suriname. Vandaar vliegen de meisjes door naar Nederland, Duitsland of Italië. “We kunnen ze niet tegenhouden, maar wijzen op de risico's.” Die zijn groot, want lang niet alle tussenpersonen zijn betrouwbaar. Vrouwen- en kinderhandel komt in Brazilië voor, al ontbreken cijfers over de omvang. De daders worden zelden gepakt. Ruim een jaar geleden werden in hartje Rio vier kinderen ontvoerd vlakbij het kantoor van M. Florencia van de Nationale Campagne tegen Kindermisbruik. “Een meisje slaagde erin op een onbewaakt ogenblik haar familie te bellen”, vertelt Florencia. “Ze zat gevangen in een kinderbordeel in Bahia in het noordoosten. De politie wilde niets doen, omdat er volgens haar te weinig bewijs was. De handelaar moet iets in de gaten hebben gekregen. Ze is verdwenen, we hebben er nooit meer wat van gehoord.”

Sinds 1990 heeft Brazilië een nieuwe, vergaande jeugdwet: het Statuut voor Kinderen en Adolescenten. Volgens VN-rapporteur V. Muntarbhorn, die het kindermisbruik in Brazilië onderzocht, zijn de wetten goed maar ontbreekt het aan handhaving. Enkele Braziliaanse steden hebben samen met UNICEF cursussen voor de politiekorpsen opgezet. “Het moet het begin van een mentaliteitsverandering zijn”, zegt Imanishi. “De agenten moeten weten wat de daders aanrichten, ze moeten beseffen dat de meisjes de zwakke partij zijn. Het zijn voorbeeldprojecten, we willen laten zien dat het anders kan.”

Het is twee uur 's nachts als Carlos klaar is met zijn ronde. De havenwijk is stil geworden. Alleen bij de San Francisco-bar klinkt nog muziek. Wat beweegt Carlos om jaar in jaar uit dit werk te doen? Hij zwaait zijn tas om zijn schouder. “Al help je maar een iemand aan een ander bestaan”, zegt hij. “Dan heb je al gewonnen.”