Filosoof werkt blinde vlek manager weg

Gunstige Vooruitzichten, Filosofische reflecties over organisaties en management. Door Ruud Kaulingfreks, Uitg. Kok Agora, Kampen. Prijs ƒ 35,-.; Filosoferen over management en organisatie. Door Ronald Wolbink. Uitg. Nelissen, Baarn. Prijs ƒ 45,-; Het Nieuwe Management, Ontwikkelingen binnen een veranderende cultuur. Door C.A. van Peursen. Uitg. Kok Agora, Kampen. Prijs ƒ 35,-.

Concrete oplossingen, dat zoeken lezers van managementliteratuur. Aan filosofie hebben ze op het eerste gezicht niks. Wat moeten ze met een filosoof die glashard beweert dat hij hun alleen “te denken kan geven”. Alsof ze zich al niet suf piekeren!

Toch staat het filosoferen over het bedrijfsleven steeds meer in de belangstelling. Filosofen interesseren zich in toenemende mate voor het bedrijfsleven en op de faculteiten lopen steeds meer - vaak licht grijzende - managers rond die een deeltijdstudie volgen.

Dit is niet vreemd. Ondanks het vele onderzoek en de duizenden managementboeken die zijn geschreven, worden veel beslissingen nog steeds genomen op basis van toevalligheden, gebrekkige gegevens en informatie waar een ondernemer toevallig tegenaan liep, zo toonde Mintzberg een paar jaar geleden aan. Modes spelen daarbij een grote rol. Terwijl in de jaren zeventig een bedrijf zich zo breed mogelijk maakte en ondernemingen opkocht die niets met de hoofdactiviteiten van doen hadden, is de afgelopen tien jaar veel energie gestoken in een heroriëntatie op de kernactiviteiten. Alles is uitbesteed. De 'schoenenfabrikant' Nike maakt zelfs haar eigen schoenen niet meer.

Een beetje manager is inmiddels duidelijk dat al de pasklare antwoorden die hij heeft gehoord van managementgoeroes niet zijn problemen oplossen. Hij kan op congressen hoogstens een beetje duurbetaalde inspiratie opdoen. Wederom wordt bevestigd dat goed beleid verdergaat dan meegaan met heersende modes en opvattingen.

Filosofie heeft altijd de pretentie gehad de heersende grillen te overstijgen, verder te denken en problemen tot op de wortel bloot te leggen. Het is dan ook logisch dat in de kakofonie van managementheorieën een aantal filosofen de uitdaging aanpakt en zoekende managers een helpende hand probeert te reiken. Ze willen ondernemers leren hun eigen blinde vlekken te ontdekken. Want als filosofen de afgelopen 2000 jaar een les hebben geleerd, is het dat het er vooral om gaat zelf te denken, eigen vooronderstellingen boven water te halen.

De afgelopen jaren hebben onder andere de Vrije Universiteit, de Erasmus Universiteit en de Internationale school voor Wijsbegeerte in Leusden interessante cursussen opgezet voor managers en studenten die willen filosoferen over het reilen en zeilen in ondernemingen.

Het verschijnen van boeken over dit onderwerp kon dan ook niet uitblijven. De afgelopen maanden zijn er maar liefst drie Nederlandse publicaties verschenen die filosofie verbinden met de weerbarstige praktijk. Dit blijft een zeer moeilijke opgave, zo blijkt. De auteurs slagen er maar gedeeltelijk in filosofie en management te combineren.

Van de schrijvers is C.A. van Peursen academisch het meest gelauwerd. De emeritus-hoogleraar heeft zich jaren lang bezig gehouden met kennistheoretische problemen ('wat is waar?') en het was prettig geweest wanneer hij had geprobeerd de hedendaagse manager handvatten te geven die hem het makkelijker maken de juiste kennis te verzamelen temidden van het informatiebombardement waaraan hij elke dag blootstaat.

In Het Nieuwe Management, Ontwikkelingen binnen een veranderende cultuur laat hij deze kans echter liggen. Van Peursen maakt duidelijk dat hij de mogelijkheden van filosofie kent, maar hij weet deze niet te vertalen naar de praktijk van alledag. Zijn pleidooi valt tussen wal en schip. Hij schetst een algemeen cultuur-historisch perspectief dat wel interessant is, maar weinigen zullen zich op basis van zijn betoog geroepen voelen een wat meer 'zuidelijke managementstijl' te hanteren - waarbij een grotere gevoeligheid voor cultuur, traditie en intuïtie horen. Het is vanzelfsprekend een gedegener verhaal dan dat van Emile Ratelband, maar aansprekend wordt het bijna nooit.

Ronald Wolbink, schrijver van Filosoferen over Management en Organisatie, kent als hoofd informatievoorziening en automatisering bij de regiopolitie IJsselland de praktijk wel. Zijn boek is een dialoog tussen een algemeen directeur (Filo) die ooit filosofie heeft gestudeerd en zijn jeugdige secretaris (Pade). Aan de hand van de denkbeelden van verschillende grote filosofen worden problemen uit de praktijk besproken, hetgeen een interessante kennismaking met de filosofie oplevert voor een manager. Laatstgenoemde zal echter weinig nieuwe inzichten opdoen. Wolbink komt niet verder dan een opsomming van theorieën en weet de kloof tussen de academische filosofie en praktische vragen niet te overbruggen.

In Gunstige Vooruitzichten, Filosofische reflecties over organisaties en management wordt wel enigszins duidelijk wat filosofie voor een manager kan betekenen. Auteur Ruud Kaulingfreks zoekt nieuwe wegen en wil filosofie terecht gebruiken als analysemiddel van praktische problemen. Zijn inspiratie hierbij haalt hij zowel uit de filosofie als uit de kunst, een ander 'onpraktisch' fenomeen.

Duidelijk wordt dat 'onpraktisch denken' doorslaggevend kan zijn. Belangrijke economische successen als de Walkman en de Flippo zijn geen resultaat van doelgericht economisch denken en ook de in onze maatschappij leidende denkbeelden van Adam Smith zijn niet gebaseerd op rationeel onderzoek en wetenschappelijke resultaten.

Kaulingfreks' boek laat zien dat we niet altijd alleen maar hoeven te manoeuvreren binnen de mogelijkheden die de dagelijkse praktijk ons biedt. Er zijn ook andere standpunten en deze kunnen nieuwe openingen verschaffen en marktkansen creëren. De mystiek van het ondernemen, anders durven denken, nieuwe markten zien, wordt in het boek van de filosoof, managementtrainer en docent kunstfilosofie verhelderd.

Gunstige Vooruitzichten blijft echter een boek met een erg visionair karakter. Zijn belangrijkste stelling is dat het bij beelden van de Spaanse kunstenaar Chillada niet gaat om de 'betekenis van de beelden maar de leegte tussen de materie'. Het is erg onwaarschijnlijk dat managers zich hieraan op kunnen trekken.

Deze drie pogingen bewijzen echter niet dat filosofie en management altijd twee losstaande werelden blijven. De Britse auteur Gareth Morgan laat al jaren zien dat filosofie veel voor de hedendaagse praktijk van het management kan betekenen. Zijn boek Beelden van Organisatie uit 1986 is al jaren een bestseller en zal ongetwijfeld ook de komende jaren een belangrijke rol blijven spelen in managementtheorie en -praktijk. Hij laat wél zien hoe we met de keur van theorieën en denkbeelden om kunnen gaan.