Een akelig dunne blauwe lijn in Cyprus

Al 32 jaar handhaaft een VN-vredesmacht de vrede in Cyprus. Zij balanceert tussen twee uitermate gevoelige partijen.

NICOSIA, 27 AUG. Kapitein Annie Watson-Mack heeft de 'groene lijn' vaker gereden. Ze vertelt de anecdotes over het niemandsland tussen het Turkse en Griekse deel van de Cyprische hoofdstad Nicosia met de vlakke stem van een touroperator. Links het huis van Anna Cupes, de bejaarde Griekse wier voordeur na de Turkse invasie van 1974 ineens op de bufferzone opende en die daar tot haar dood met toestemming van de Turkse commandant als enige mocht wandelen. Rechts de Toyota-garage, met de zestien nieuwe auto's die in de zomer van 1974 naar Nicosia werden gereden en daar sindsdien slechts stof verzamelen omdat de uitgang van de garage aan Turkse kant ligt.

Helemaal in het oosten van de stad toont Watson-Mack een recente toevoeging aan de groene-lijntour: een weiland van zwarte stoppels dat drie weken geleden door 500 Griekse motorrijders in brand werd gestoken. De Turkse oproertroepen aan de overkant gedroegen zich hier “uiterst gedisciplineerd”, aldus Watson-Mack. Ze hielden zich in terwijl ze door Griekse betogers met stenen werden bekogeld. Dat wil UNFICYP, de VN-vredesmacht op Cyprus, nog even gezegd hebben: niet overal liepen de anti-Turkse demonstraties deze maand uit de hand.

De populariteit van de VN aan Griekse zijde na de dood van de Grieks-Cyprische betogers Tassos Isaac en Solomos Solomou in het niemandsland even op een minpunt. “De VN moeten ons beschermen. Maar wat deden ze terwijl mijn broer werd doodgeknuppeld door de Turkse facisten? Ze keken toe, ze lachten”, klaagt Koula Isaac, de 22-jarige zuster van Tassos. Gustave Feissel, de speciale afgezant van de VN op Cyprus, kreeg afgelopen week naar eigen zeggen “meer dan twee, minder dan vijftig” telefonische dreigementen binnen. Hij verweet de Grieks-Cyprische politie de betogers vrij baan te hebben gegeven. Feissel trok dat later in, maar verwoordde niettemin de mening van de VN.

“De Griekse politie heeft de betogers doorgelaten, bewust denk ik. Men wilde rotzooi. Wij verdedigen dan met 1.200 man een bufferzone van 180 kilometer. Dat is een akelig dunne blauwe lijn”, zegt een VN-militair die liever anoniem blijft. De Britse VN-soldaten drinken voorlopig in hun vrije tijd hun biertje aan de Turkse kant, wat hun commandant toch al liever heeft. “Het is daar rustig, er zijn minder verleidingen voor de jongens.”

Balanceren tussen twee uitermate gevoelige partijen is een kunst die de VN-vredesmacht op Cyprus al 32 jaar praktiseert. “We handhaven hier de status-quo prima”, zegt luitenant-kolonel Nicolas Clissit, de huidige commandant van Nicosia. “Onze tweede taak, de strijdende partijen tot elkaar te brengen, vlot iets minder. Cyprus is wat Bosnië over 20 jaar kan zijn.”

Clisset en zijn 39ste regiment Royal Artillery kwamen in juni naar Nicosia. De eerste dag was meteen een vuurdoop; vlak achter Clissets ambtswoning schoot een Turkse soldaat een Griekse gardist neer, kennelijk na een ruzie over een ruil van camouflagepetjes in het niemandsland. Een half uur lang hielden de Turkse troepen de VN met waarschuwingsschoten op afstand. Toen Clissets troepen de Griekse soldaat mochten meenemen, was hij al doodgebloed. Niettemin beleeft Clisset aan de wekelijkse onderhandelingen met de militaire commandanten van Nicosia naar eigen zeggen groot plezier. “Het klinkt misschien vreemd, maar hier kan je als militair concrete en blijvende resultaten bereiken.” Het is de wat bleke glorie van de VN-commandant: waken dat futiliteiten niet uitgroeien tot internationale conflicten. De groene lijn in Nicosia vertoont overal de sporen van tijdig gebluste brandhaardjes.

Zo hebben de partijen afgesproken de verdedigende posities rond de groene lijn niet te versterken. Nu na 22 jaar de huizen in het niemandsland afbrokkelen, worden de diplomatieke gaven van de VN-commandant daarom steeds opnieuw op de proef gesteld. Het instorten van een huis kan de tegenpartij tactisch voordeel opleveren en het militair evenwicht verstoren. Dat was het geval bij de 'theekistenmuur'. De bovenste helft van deze muur stortte in, waarna de Turkse troepen hem - conform de afspraken - weer op oorspronkelijke hoogte brachten met drie rijen theekisten. Felle protesten van Griekse zijde volgden, want wellicht had men de kisten met beton gevuld om de positie te versterken. Het compromis: de open bovenkant van de kisten is nu naar de Griekse zijde gekanteld, zodat die dagelijks kunnen controleren dat de theekisten leeg zijn.

Momenteel wordt de 'Turkse speeltuin' scherp in de gaten gehouden. Vorig jaar vroegen de Turks-Cyprioten toestemming om een bastion langs de groene lijn tot speeltuin om te bouwen. Dat konden de VN moeilijk weigeren, want wat verbroedert er nu meer dan het zicht op spelende kinderen? De VN werden evenwel wantrouwig toen twee loopgraven deel uitmaakten van de Turkse speeltuin-architectuur. Ondergrondse toiletten, zo luidde de verklaring. Bij de opening van de speeltuin in november waren er weinig kinderen, maar des te meer betogers. Ze scholden op elkaar, wierpen met stenen en vuurwerk. Op de schommels en glijbanen worden sindsdien zelden kinderen gesignaleerd.

De VN-vredesmacht van 1.200 blauwhelmen uit Groot-Brittanië, Ierland, Argentinië, Oostenrijk en Hongarije scheidt een van de drukste kusten in de Middelandse Zee - vorig jaar bezochten 2,1 miljoen toeristen het Griekse deel van Cyprus - van een van de zwaarst gemilitariseerde delen van de wereld. Het Turkse noorden herbergt een legerkorps van 35.000 man, een Turks-Cyprische garde van 4.500 man en ten minste 265 tanks. De militair zwakkere Grieks-Cyprioten hebben groot belang bij het aanblijven van de vredesmacht en betalen vrijwillig een derde van de honderd miljoen dollar die UNFICYP kost. Aan weerszijden van de groene lijn wordt het militaire apparaat nog altijd fors uitgebreid en gemoderniseerd. Volgens Jane's jaarraport 1996, een gezaghebbende bron op het punt van militaire uitrusting, spendeert Grieks-Cyprus momenteel met 660 dollar per hoofd van de bevolking ruim de helft maal zo veel aan defensie als Israel.

Peter Schmitz, politiek adviseur van UNFICYP, vermoedt dat de VN nog lang arbiter blijven in deze laatste koude oorlog van Europa. Hij spreekt hoopvol over het feit dat de Verenigde Staten hebben beloofd hun diplomatieke gewicht in de schaal te leggen. Maar “uiteindelijk is Cyprus niet belangrijk genoeg”, erkent Schmitz. “De wereld is niet ontevreden, want de situatie is stabiel. Cyprus bewijst dat de VN een situatie uitstekend kunnen bevriezen, maar zelden oplossen. Daarvoor ontbreekt het ons aan eigen drukmiddelen. Als we ons terugtrekken, wordt de aandrang hier misschien groter om zelf de problemen eens op te lossen. Maar zou u de gok wagen?”