Economie en markt zitten de grootbanken mee

AMSTERDAM, 27 AUG. Een winststijging van ruim 39 procent voor ING Bank en Postbank, een toename van 36 procent voor ABN Amro en ruim 21 procent meer winst voor de coöperatieve Rabobank. Bankiers moeten terug naar halverwege de jaren tachtig om zich een dergelijke resultaatssprong voor de geest te halen.

Maar alles zat dit eerste halfjaar dan ook mee. Dat heeft vooral te maken met de opgaande conjunctuur waarin thuismarkt Nederland zich bevindt. Die fase kenmerkt zich door een forse kredietexpansie onder consumenten en bedrijven, een zeer gunstige verhouding tussen een lage kortlopende rente en een veel hogere rente op langlopende leningen, en flinke koersstijgingen en omzetten op de financiële markten. Dat betekent dat de drie kernactiviteiten van de banken, het rentebedrijf, provisie-inkomsten en handel voor eigen rekening op de financiële markten, gelijktijdig een hausse hebben doorgemaakt. En die conjunctie werkt door in een winstexplosie.

Voor wat het rentebedrijf betreft, zag Rabo zijn kredietportefeuille met ruim 12 procent stijgen, bij ING nam die met 11 procent toe en bij ABN Amro sprong de kredietverlening omhoog met 21 procent - hoewel dit laatstgenoemde cijfer wordt vertekend door een sprong in de voorschotten aan professionele effectenhandelaren. Zonder die vertekening resteert een stijging van de kredietverlening van 10 procent bij ABN Amro.

Alleen al die volumestijging bij het kredietbedrijf droeg bij aan het oplopen van de renteresultaten in het eerste halfjaar. Hoewel de concurrentie onder banken fel is, en ten koste kan gaan van de winstmarges in het kredietbedrijf, waren ook hier de externe omstandigheden gunstig. Banken matchen normaliter de looptijd van hun kredieten en aangetrokken middelen. Een kortlopende lening die bijvoorbeeld door een consument wordt opgenomen, wordt door de bank gefinancierd met het aantrekken van kortlopend geld, of uit direct opneembaar spaargeld dat een andere cliënt bij de bank heeft uitstaan. Een langlopende hypotheek wordt door de bank zelf met een langlopende lening gefinancierd.

Bij een klein deel van de bankbalans gebeurt dat niet. Daar worden langlopende kredieten aan cliënten gefinancierd met kortlopende leningen. Omdat op dit moment de rente op kortlopende leningen 3 procent is, en die op bijvoorbeeld tienjarige leningen meer dan 6 procent, betaalt de bank veel minder rente dan hij ontvangt. Deze mismatch is op dit moment een krachtige inkomstenbron. Toen de Amerikaanse banken begin jaren negentig in een diepe crisis verkeerden, hield de Federal Reserve, de centrale bank, de kortlopende rente langdurig zeer laag om zo de banksector door middel van een flinke mismatch de kans te geven de financiële positie te verbeteren. In Japan gebeurt op dit moment hetzelfde.

ABN Amro wist van de rente-omstandigheden het best gebruik te maken, en rapporteerde een stijgende rentemarge in het eerste halfjaar. Hoewel ook ING bij het binnenlandse bedrijf de rentemarge zag toenemen, nam de marge in het buitenland zodanig af dat voor het gehele bankbedrijf de rentemarge per saldo verminderde. Alleen Rabo, die over het algemeen een wat conservatiever balansbeleid voert, maakt gewag van een dalende rentemarge in Nederland.

Het rentebedrijf van de banken ontwikkelde zich gunstig, maar de echte winstexplosie zit bij de provisies en de handel voor eigen rekening. Bij ING steeg het provisieresultaat met 45 procent, en dat was volledig te danken aan het effectenbedrijf, dat een stijging doormaakte met 83 procent. Rabo meldt een stijging van 18,6 procent, waaronder een toename van de provisies bij het effectenbedrijf met 62 procent. ABN Amro's provisieresultaat nam met bijna 25 procent toe, en ook hier waren het de effectentransacties die de gehele stijging voor hun rekening namen door met 46 procent toe te nemen.

Het resultaat uit financiële transacties bij ING steeg 157 procent, waarbij vooral de effectenhandel voor eigen rekening explodeerde met een 430 procents winststijging. Het benepen eerste halfjaar van vorig jaar, toen de Mexico-crisis de koersen drukte en de aanwinst Barings juist was ingelijfd, is hier vooral debet aan. Maar ook Rabo's winst uit handelsactiviteiten verdubbelde, en ABN Amro meldde een stijging van 85 procent.

Dat de winstontwikkeling van Rabo minder explosief is dan die van ING en ABN Amro, komt voor een belangrijk deel omdat de Rabo verhoudingsgewijs minder inkomsten haalt uit provisies en handel. ING Bank haalt eenderde van zijn inkomsten uit deze activiteiten, ABN Amro zelfs twee vijfde, Rabo slechts een zesde.

Door de sterke kredietexpansie die zij in het eerste halfjaar doormaakten, is de financiële positie van de drie banken overigens licht teruggelopen. De omvangrijke handel in derivaten, (opties, termijncontracten en rente-ruilcontracten) wordt dit jaar bovendien voor het eerst meegerekend in omvang van de kredietportefeuille. Alle drie de banken blijven overigens ruim boven de internationale minimum solvabiliteitseis van 8 procent eigen vermogen als deel van het naar risico gewogen balanstotaal.

Pag.16: Winstexplosie zorgt voor banengroei

Voor de werkgelegenheid is toename van de activiteiten en de winst van de drie grote banken gunstig.

Dat Rabo zag, voor het eerst in jaren, het personeelsbestand in Nederland toenemen met 708 volledige arbeidsplaatsen, en meldt daarnaast ook een stijging van de inzet van tijdelijke arbeidskrachten. Ook bij de bancaire activiteiten van ING in Nederland nam de werkgelegenheid toe met 2 procent, tot 19.598 volledige arbeidsplaatsen. ABN Amro rapporteerde weliswaar een stijging van het personeelsbestand met anderhalf procent tot bijna 65.000 wereldwijd, maar in Nederland is het personeelsaantal wel gedaald. Bestuursvoorzitter J. Kalff verzekerde bij de presentatie van de resulaten dat er geen nieuw verlies van arbeidsplaatsen zal plaatsvinden. Minder dat dat zal, bij een winstontwikkeling zoals in het afgelopen halfjaar, moeilijk aan de vakbonden te verkopen zijn. Hoewel de winstexplosie in het afgelopen halfjaar in de tweede helft van 1996 moeilijk vol te houden zal zijn, zo hebben de drie banken al aangegeven.

Met de rente-omstandigheden zit het wel goed, zeker na de jongste renteverlaging door De Nederlandsche Bank. Maar het is onzeker of zowel de activiteit als de koersontwikkeling op de financiële markten zo voorspoedig blijft als in de eerste helft van dit jaar. Bovendien was de tweede helft van vorig jaar al goed, zodat een vergelijking daarmee altijd minder gunstig zal uitvallen.

    • Maarten Schinkel