CDA: D66 en PvdA laks inzake kinderporno

DEN HAAG, 27 AUG. Het CDA verwijt D66 en PvdA een lakse houding inzake de bestrijding van de handel in kinderporno.

Het onderscheid dat D66 en PvdA maken tussen enerzijds het in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal voor eigen gebruik en anderzijds het op grote schaal distribueren van dit materiaal, is “kunstmatig” en “bovendien verkeerd als je redeneert vanuit het belang van het kind”, aldus het Tweede-Kamerlid M. Soutendijk.

Bovendien denkt Soutendijk dat minister Sorgdrager (D66) een jaar te laat is met het nemen van maatregelen om de expertise inzake zedendelicten bij de politie te vergroten. Zij wijst erop dat juni vorig jaar al duidelijk was dat deze expertise onvoldoende aanwezig was.

Tijdens een Kamerdebat over deze kwestie met de minister heeft de CDA-fractie toen aangedrongen op extra maatregelen. “D66 en ook de PvdA pleitten echter toen voor terughoudendheid”, aldus Soutendijk.

Uit het feit dat minister Sorgdrager gisteren op de Nederlandse Politie Academie in Apeldoorn heeft gepleit voor extra maatregelen om de politiexpertise op het gebied van zedenzaken te vergroten, leidt Soutendijk af dat “er sinds vorig jaar maar weinig is gebeurd.”

Soutendijk, politiewoordvoerster van de CDA-fractie, verklaarde dit vanmorgen tegenover deze krant. Zij kondigde aan dat zij minister Sorgdrager vanmiddag zal vragen in een brief uiteen te zetten wat er sinds vorig jaar aan maatregelen is genomen om de expertise over zedendelicten bij de politie te vergroten.

Soutendijk reageert hiermee op de discussie naar aanleiding van de omvangrijke zedenzaak in België en de vraag of in Nederland voldoende wetgeving en expertise bij de politie bestaat om zulke zaken te voorkomen.

D66-woordvoerder B. Dittrich zei vanmorgen in een reactie dat Soutendijk “een achterhaalde discussie aan het voeren is. Ook wij hebben ons vorig jaar al bezorgd getoond over het weglekken van politie-expertise op het gebied van zedendelicten.”

Pagina 3: CDA begint opnieuw discussie pornografie

CDA-woordvoerster Soutendijk verwijt D66 en PvdA te veel uit te gaan van de privacy van degene die kinderpornografisch materiaal in huis heeft.

“Ook als dat plaatjes voor eigen gebruik zijn, kan daar misbruik van kinderen aan vooraf zijn gegaan”, aldus Soutendijk. “D66 en de PvdA hanteren een verkeerde balans tussen enerzijds het belang van het kind en anderzijds het belang van privacybescherming. Het tolereren van materiaal voor eigen gebruik kan uiteindelijk ook leiden tot excessen.”

D66-Kamerlid Dittrich verwijt Soutendijk op dit punt een “selectief geheugen”. Hij herinnert aan “de uitgebreide discussie die we hierover verleden jaar in de Tweede Kamer hebben gehad. Toen hebben we intensief gesproken over de vraag hoe je uit bepaalde afbeeldingen kan afleiden dat ze onder dwang tot stand zijn gekomen, en wanneer het bezit daarvan dus strafrechtlijk aangepakt moet worden. Kennelijk herinnert mevrouw Soutendijk zich die discussie niet meer”, aldus Dittrich.

Tijdens de opening van het studiejaar van de Nederlandse Politie Academie in Apeldoorn, heeft minister Sorgdrager gisteren gezegd dat het nieuwe, gedecentraliseerde politiebestel, een goede aanpak van zedendelicten niet in de weg hoeft te staan. Volgens Sorgdrager is het belangrijk dat basisteams van de politie zijn samengesteld uit generalisten en specialisten. De politie moet volgens haar de ruimte hebben om bepaalde criminele gedragingen over te dragen aan een meer gespecialiseerde eenheid binnen het corps. “Het gaat erom dat het specialisme op voldoende niveau aanwezig en toegankelijk is”, aldus Sorgdrager. Sorgdrager reageerde daarmee op de kritiek die is ontstaan toen ruim twee jaar geleden tijdens de reorganisatie van het corps de kwaliteit zou zijn verminderd. “Vooral de opheffing van de vroegere specialismen - bijvoorbeeld op het gebied van de zedenmisdrijven en vuurwapens - zou de politiekwaliteit negatief hebben beïnvloed.

De pas bekend geworden afschuwelijke gebeurtenissen in België hebben deze kritiek weer eens in het middelpunt van de aandacht gebracht'', stelde de minister vast. Volgens Sorgdrager moet er ook op de wijkbureaus voldoende kennis in huis zijn om tenminste voor een eerste opvang van slachtoffers van een zedenmisdrijf te zorgen. Mensen met een klacht moeten hulp krijgen, direct danwel via een doorverwijzing.